
Achternaam: Boutens
Initialen: P.C.
Voornamen: Pieter Cornelis
Geboren: 20-02-1870
Te: Middelbug
Overleden: 14-03-1943
Te: Den Haag
Ik peins
Ik peins - mijn hart erkent niet -
Hoe alle wezen eenzaam is,
Hoe uit bezit en uit gemis
Dezelfde moeheid overschiet,
Die van al wat zij heeft doorkend,
Die van al wat zij heeft begeerd,
Haar grondelozen glimlach keert
Naar doods onpeilbaar donkren wand...
(P.C. Boutens, uit: Lentemaan)

Pseudoniem(en): P.C. Boutens heette
tot 1898 Bouters. Hij gebruikte
ook het pseudoniem Andries de Hoghe.

|
Voor tweedehands boeken |
Ook van P.C. Boutens |
|
Raban Internet Antiquariaat |
Klik
hier ! |

Werk:
Poëzie:
- Een boek voor Wout en Daniël; ter herinnering aan veel
lijden en veel troost (niet uitgegeven, 1893/1894)
- XXV verzen (1894)
- Verzen (1898)
- Praeludiën (1902)
- Naenia: tot de nagedachtenis van Willem van Tets (12 ex.)
(1903)
- Stemmen (1907)
- Verzamelde sonnetten (1907)
- Beatrijs (1908)
- Vergeten liedjes (in eigen beheer, 60 ex.) (1909)
- Alianora (1910)
- Carmina (1912)
- Lente-maan (1916)
- Strophen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe (1919)
- Sonnetten (1920)
- Liederen van Isoude (1921)
- Zomerwolken (1922)
- Oud-Perzische kwatrijnen (1926)
- Nieuw Zeeuwsch Geuzenlied (pamflet) (1927)
- Morgengedachten op den vijtigsten geboortedag van Wilhelmina
van Oranje-Nassau Koningin der Nederlanden (1930)
- Gedichten van P.C. Boutens gekozen uit zijn lyrische werk
van 1894-1929 (160 ex.) (1930)
- Bezonnen verzen (1931)
- Strophen en andere gedichten uit de nalatenschap van Andries
de Hoghe (1932)
- Honderd Hollandsche kwatrijnen (1932)
- Achttien verzen bij werken van W.A. van Konijnenburg (1933)
- Oudere verzen (1935)
- Oudere verzen (in eigen beheer, 20 ex.) (1936)
- Aan Prinses Juliana der Nederlanden bij haar huwelijk met
Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld (Rijmprent, 07-01-1937)
- Kerstlied (299 ex.) (1940)
- In den keerkring. Zeven gedichten (1942)
- Tusschenspelen (1942)
- Gegeven keur (bloemlezing) (1942)
- Verzamelde werken (7 delen) (1943-1954)
- De wraak. Een Chineesch sprookje (1949)
- Een bloemlezing uit zijn gedichten (bloemlezing door Adriaan
Morriën) (1959)
- Mijn hart wou nergens tieren (bloemlezing door Hans Warren)
(1959)
- Altijd zing ik 't zelfde lied (bloemlezing door Karel de
Clerck) (1963)
- Verzamelde lyriek. (2 delen) (door J.B.W.Polak en P. van
Eeten) (1968)
- Nu ging ter ruste (vouwblad) (1993)
- Uit den ban van duur en tijd. Bloemlezing uit de lyriek van
P.C. Boutens (1870-1943) (samengesteld door Jan Nap e.a.) (1993)
- Een boek met verzen. P.C. Boutens en Omar Khayyam (door Marco
Goud) (bibliofiel) (2000)
Toneel:
- De doorgehakte doodbidder of Odysseus' thuiskomst (1895)
- Spel van Platoons leven (1908)
- Tafereelen uit het leven van lorenzo de' Medici (1908)
- Alianora. Spel van het huwelijk van Reynalt van Nassaw hertog
van Gelre en Alianora van Engeland (1910)
- Middelburg's overgang in 1574 (1924)
Brieven:
- Marco Goud, 'Een ondraaglijke drukfout. De ontstaansgeschiedenis
van P.C. Boutens' Naenia, gevolgd door acht brieven van Boutens
aan Joh. Enschedé en Zonen' (bibliofiel, 300 ex.) (2005)
Overig non-fictie:
- Exercitationes Criticae in Scholia ad Aristophanis Acharnenses
(proefschrift) (1899)
Vertalingen:
P.C. Boutens was bekend als vertaler van werken uit het Grieks
en het Duits
- Plato, Symposion (1888)
- Plato, Drinkgelag (in eigen beheer) (1901)
- Aischylos, Het treurspel van Agamemmoon (in eigen beheer)
(1903)
- Plato, Phaidoon (in eigen beheer) (1905)
- Dante Gabriël Rossetti, Vijf gedichten (in eigen beheer)
(1906)
- Goethe, Iphigeneia in Tauris (1908)
- Plato, Phaidros (in eigen beheer) (1909)
- Oscar Wilde, Een Florentijnsch treurspel (in eigen beheer)
(1909)
- Oscar Wilde, Salome (in eigen beheer, 50 ex.) (1911)
- Oscar Wilde, De Profundis (1911)
- Aischylos, Prometheus geboeid (1912)
- Omar Khayyám, Rubaiyat. Honderd kwatrijnen van Omar
Khayyám (1913)
- Oscar Wilde, Individualisme en socialisme (1914)
- J.W. von Goethe, Torquato Tasso (1919)
- Aischylos, Doodenoffer (1919)
- Sofokles, Elektra (1920)
- Aischylos, Eumenieden (1922)
- Louize Labé, De sonnetten van Louize Labé (tweetalige
uitgave) (1924)
- Sofokles, Koning Oidipoes (1926)
- Aischylos, Zeven tegen Thebai (1928)
- Aischylos, Perzen (1928)
- Sapfo, Oden en fragmenten van Sapfo (1928)
- Aischylos, Smeekelingen (1930)
- Homeros, Het XIde boek van Homeros' Odyssee (in eigen beheer)
(1935)
- Homeros, Odyssee (1937)
- Homeros, Het XIde boek van Homeros' Ilias (in eigen beheer)
(1939)
- Agamemnoon, Offerplengsters
- Plato, Phaidoon
- Sapfo, Oden en fragmenten van Sapfo (2e druk, 1943)
- Goethe, Iphigenie
- Alfred Douglas, De doode dichter (vouwblad, eindejaarsgeschenk)
(1991)
- Omar Khayyám, Een schoone waanzin van de hoogste dichterlijke
soort. Tien kwatrijnen van Omar Khayyám (bibliofiel, 200
ex.) (1995)
Vertaald:
- H.J.C. Grierson, The Flute. With other Translations and a
Poem by H.J.C. Grierson (bevat 3 vertaalde gedichten van Boutens)
(1931)
- The Christ-child. A Poem: translated from the Dutch of P.C.
Boutens by H.J.C. Grierson (bibliofiel, 152 ex.) (1938)
- Henry R. Wildermuth vertaalde werk van Boutens.
Bloemlezingen:
- Lord Alfred Douglas, Poems (privé-uitgave, 40 ex.)
(1908)
- J.H. Leopold, Verzen (1912)
- Louise Labé, Oeuvres complètes de Louïze
Labé Lionnoize (1928)
'Gebloemleesd'
Poëzie:
- 7 gedichten in 'Onze dichters', door Gust. van Elring (1909)
- 5 gedichten in 'Nieuwste Nederlandsche Lyriek', verzameld
door Laurens van der Waals (1910)
- 3 gedichten in 'Neerlandia. Litteratuur-overzicht Woordkunst
en Poëtica met Bloemlezing', door D. Wouters (1915)
- 3 gedichten in: 'P. van Renssen, Nieuwe Nederlandsche lyriek'
(1927)
- 1 gedicht 'Aan de schoonheid' in 'Oogst der tijden, Keur
uit de werken van schrijvers en dichter aller volken en eeuwen',
red. Johan Winkler (1940)
- 2 gedichten in 'Lof van Nederland: Zijnde een verzameling
zoowel van ouds beproefde als kortelings geschreven gedichten
verzen en rijmen waarin de schoonheid des vaderlands te water
en te land wordt zichtbaar gemaakt ... ', samengesteld door J.W.F.
Werumeus Buning (ca. 1940)
- 1 gedicht: 'Kerstlied' in 'In de donkere dagen voor Kersttijd...',
bijeengebracht door Han G. Hoekstra (1941)
- 2 gedichten in 'De schoonheid van ons land I. Het landschap'
(1941)
- 2 gedichten in 'Herrijzenis' (1945)
- 6 gedichten in 'Dichters van dezen tijd', door D.A.M. Binnendijk
(15e druk, 1946)
- 1 gedicht: 'Aan prinses Juliana...' in 'Groot Vacantieboek'
(z.j.)
- 5 gedichten in 'Religieuze poëzie. Een keuze uit de
Nederlandse religieuze lyriek van 1880 tot 1950', samengesteld
door Dirk Coster en Anton Deering (1949)
- 2 gedichten in 'Kleine dichterkeur',samengesteld door W.L.
Brandsma (1950)
- 1 gedicht: 'Aan Wilem Kloos' in 'Kleine literatuurgeschiedenis
in verzen over Nederlandse schrijvers', bijeengebracht door Theo
Vesseur (1953)
- 3 gedichten in 'Poëzie op de planken' (1954)
- 1 gedicht: 'Leeuwerik' in 'De muze en de dieren', bijeengebracht
door M. Vasalis (1954)
- 56 gedichten in 'De spiegel van de Nederlandse poëzie
door alle eeuwen 1100-1900', samengesteld door Victor E, van
Vriesland (1955)
- 1 gedicht: 'Melodieënvolle vingeren' in 'Twee muzen',
uitgezocht door Jan Engelman en Wouter Paap (1955)
- 7 gedichten in: 'Met twee maten, de kern van vijftig jaar
nederlandse poëzie geïsoleerd en experimenteel gesplitst'samengesteld
door Paul Rodenko (1956)
- 2 gedichten in 'De muze zwerft door Nederland' bijeengebracht
door Ed. Hoornik (1956)
- 3 gedichten in 'Apollo's reis door Nederland. Een verzameling
geografische gedichten', samengevoegd door Laurens van der Waals
(1956)
- 1 gedicht: 'Sonnet' in 'Muziek en poëzie', bijeengebracht
door Johan de Molenaar (1959)
- 1 gedicht: 'Sonnet LXIIII', in 'De muze en het heelal', bijeengebracht
door Guus Sötemann (1959)
- 1 gedicht: 'Kerstlied' in 'Een ster wees de weg. Kerstgedichten
uit alle tijden', bijeengebracht door Chr. Leeflang (1959)
- 2 gedichten in 'Wiltzangh. Met de dichters in de natuur',
samengesteld door Gabriël Smit (z.j.)
- 9 gedichten in 'Nederlandse schrijvers en schrijfsters II',
L. Leopold (17e druk, 1961)
- 1 gedicht: 'Goede dood' in 'De dichter en de dood', bijeengebracht
door Chr. Leeflang (1961)
- 1 gedicht: 'O, elken dag beginnen' in 'Liefdespoëzie',
bijeengebracht door Hendrik de Vries (z.j.)
- 2 gedichten in 'Moderne lyriek' bijeengebracht door C.J.
Kelk en Halbo C. Kool (z.j.)
- 1 gedicht: 'Liefdes uur' in 'Liefde. In gedichten en kleurenfoto's',
keuze van de gedichten W. van Drimmelen (1968)
- 1 gedicht: 'Kind der aarde' in 'Een moederhart, een gouden
hart. Dichters over hun moeder', verzameld door Gerrit Komrij
(1973)
- 3 gedichten in: 'Liefdesgedichten', Bulkboek 69 (1977)
- 8 gedichten in 'De Nederlandse poëzie van de 19de en
20ste eeuw in 1000 en enige gedichten, samengesteld door Gerrit
Komrij (1980)
- 1 gedicht: 'Sonnet L (Veere)' in 'De stad. Een bloemlezing
door C. Buddingh' (1981)
- 3 gedichten in 'De Seizoenen', tekstkeuze C. Buddingh' (1981)
- 7 gedichten in 'Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten
(2 delen), samengesteld door C. Buddingh' en Eddy van Vliet (1982)
- 3 gedichten in 'Het land der letteren', samengesteld door
Adriaan van Dis en Tilly Hermans (1982)
- 1 gedicht: 'Goede dood' in 'Gelezen worden ze ontelbre malen.
De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur', samengesteld
door Robert-Henk Zuidinga (1986)
- 1 gedicht: 'Hart en land' in '68 dichters op weg naar huis'
(bulkboek 171), samengesteld door Patty Voorsmit (1987)
- 2 gedichten in Grote poëziebloemlezing 'Mij liet je
leven', samenstelling Aldert Walrecht (1987)
- 3 gedichten in 'Hier ligt Poot Hij is dood', samengesteld
door Robert-Henk Zuidinga (1990)
- 12 gedichten in: 'Het nachtegalenbosje. Poëzie uit Vlaanderen
en Nederland 1880-1916', samengesteld door Hubert van Herreweghen
en Willy Spillebeen (1990)
- 1 fragment: 'Liefdes uur' in 'De mooiste liefdesgedichten'
verzameld door Sipke van der Land (1991)
- 2 gedichten in 'Domweg gelukkig in de Dapperstraat', samengesteld
door C.J. Aarts en M.C. van Etten (1994)
- 1 gedicht: 'De smalle ring' in 'Geen dag zonder liefde. Honderd
jaar Nederlandse liefdespoëzie uit noord en zuid', samengesteld
door Eddy van Vliet (1994)
- 1 gedicht: 'Paasch-avond' in 'En al mijn levensdagen stonden
in uw boek. Gedichten naar de Bijbel uit de twintigste eeuw',
samengesteld door Huub Oosterhuis (1995)
- 1 gedicht: 'Hart en land' in 'Literair landschap. Dichters
en schrijvers over Nederland', samengesteld door Peter van Zonneveld
(1998)
- 4 gedichten in 'Groot verzenboek. Vijfhonderd gedichten over
leven, liefde en dood. Een thematische bloemlezing uit de Nederlandstalige
poëzie van de twintigste eeuw', samengesteld door Jozef
Deleu (1999)
- 1 gedicht: 'Kussen' in 'Het liefste gedicht. De favoriete
liefdesgedichten van Nederland en Vlaanderen', met een inleiding
van Gerrit Komrij (2001)
- 1 gedicht: 'Rosengaren' in 'Een tuinman is een dichter. De
100 mooiste tuingedichten', samengesteld door Paul Geerts (2002)
- 1 gedicht: 'Goede dood' in 'Lang leve de dood. Een bloemlezing
in honderd en enige gedichte, samengesteld door Gerrit Komrij
(2003)
- 8 gedichten in 'Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de
t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten', verzameld door
Gerrit Komrij (2004)
- 1 gedicht: 'Oude wijn' in 'Wijngedichten. Dichters houden
van wijn', samengesteld door Rudolf Pierik (2004)
- 1 gedicht: 'XXX' in 'Het kleinste gedicht. De favoriete ultrakorte
gedichten van Nederland en Vlaanderen', samengesteld doorToef
Jaeger (2005)
Proza:
- 1 citaat in 'Eenvoudige Wijsheid voor Jong en Oud', verzameld
en gerangschikt door W. Hoogenboom en A.S. Moerman (z.j.):
'Want geen die vlekloos dragen kan,
Door aardse vreugd en aardse smart,
D zachte lamp van blijdschap, dan
De eenvoudigen van hart.'
- 3 citaten in 'Spectrum citatenboek', samengesteld door C.
Buddingh' (1967)
- 6 citaten in 'Groot Literair Citatenboek van Nederlandse
en Vlaamse auteurs uit de 19e en 20e eeuw', samengesteld door
Gerd de Ley (z.j.)
- 2 citaten in ''t Zal je gezegd worden. Venijn en vitriool,
schimpscheuten en schofferingen uit heden en verleden', samengesteld
door W.F. & W.A. Buddingh' (1983)
- 3 citaten in 'Kosmos groot citatenboek' (1986)
- 4 citaten in 'Prisma van de citaten' (1994)
Tijdschriften:
- P.C. Boutens debuteerde in de 'Utrechtse Studenten Almanak'
in 1891.
- Zijn eerste poëzie verscheen in 1895 in 'Tweemaandelijks
Tijdschrift'.
- P.C. Boutens publiceerde in 'De Gids', 'De Nieuwe Gids',
'Groot Nederland', Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift',
'Helikon' en 'De Beweging'.
Over P.C. Boutens:
- Een kroniek over P.C. Boutens in 'Hollandsche Bellettrie
van den Dag' van C.M. Deventer (1901)
- Anton Reichling, 'Het Platonisch denken bij P.C. Boutens.
Poging tot verklaring van Boutens' wijsgeerig dichten' (1925)
- W. Kramer, 'P.C. Boutens. Een inleiding met bloemlezing (1926)
- A.A.M. Stols, 'Bibliographie van het werk van P.C. Boutens
1894-1924' (1926, aangevuld in 1930)
- Arie Hoekstra, De vertaling van Aeschylus' Agamemmon door
P.C. Boutens (proefschrift) (1940)
- D.A.M. Binnendijk, 'Een protest tegen den tijd. Inleiding
tot de poëzie van P.C. Boutens' (1945)
- Een hoofdstuk over P.C. Boutens in 'Muiterij tegen het etmaal,
deel 2: poëzie en essay' van Simon Vestdijk (1947)
- H. Mulder, 'Boutens en Bijbel' (1948)
- Een hoofdstuk 'Sprekende met Boutens' in 'Triptiek' van G.
Stuiveling (1952)
- Een hoofdstuk(je) over P.C. Boutens in 'Kleine grapjes over
grote mensen. Anecdotes van schrijvers' (1953) van Clara Eggink.
- Annie Salomons schrijft in 'Herinneringen uit den ouden tijd
(aan schrijvers die ik persoonlijk heb gekend)' (1957) een hoofdstuk
over P.C. Boutens.
- Een hoofdstuk over P.C. Boutens in 'Nog meer herinneringen
uit de oude tijd' van Annie Salomons (1962)
- Karel de Clerck, 'P.C. Boutens' (1962)
- Karel de Clerck, 'Uit het leven van P.C. Boutens' (1964)
- Piet Calis besteedt een hoofdstuk aan P.C. Boutens in 'Daling
van temperatuur. Twaalf Nederlandse dichters 1890-1960' (1964)
- A.A.M. Stols, Over P.C. Boutens (1978)
- W. Blok, 'P.C. Boutens en de nalatenschap van Andries de
Hoghe' (1983)
- Jn Kuijk, Het gaat nu eenmaal niet zonder erotiek. Over de
rijmprent van P.C. Boutens bij het huwelijk van prinses Juliana
en Prins Bernhard (1987)
- Jan Nap e.a., 'Ik heb iets bijna schoons aanschouwd. Over
leven en werk van P.C. Boutens 1870-1943. Schrijversprentenboek
34' (1993)
- R.M. Rijkse, 'De P.C. Boutens-collectie van de Zeeuwse Bibliotheek
te Middelburg' (1997)
- Een bijdrage over P.C. Boutens in 'Kritisch Lexicon van de
Nederlandstalige Literatuur na 1945' door Marco Goud (augustus
2000).
- Een hoofdstuk over P.C. Boutens in 'Dichters die nog maar
namen lijken' van A.L. Sötemann (2003)
Diversen: (Zonder
een schijn van volledigheid)
- 'Zes liederen (mezzo-sopraan), op teksten van P.C. Boutens,
Anthonie Donker, R.M. Rilk, muziek van B. Roest Crollius' (z.j.)
- Er is een (grijs metalen) legpenning (6,0 cm.) uitgegeven
met het portret van Boutens op de voorzijde, met links daarvan
zijn naam en rechts de jaartallen '1870' en '1943'. Op de achterzijde
staat een phoenix met de tekst 'daar is geen dood maar enkel
leven'. Een andere (bronzen) legpenning (ook 6,0 cm.) werd in
1943 uitgegeven door Koninklijk Begeer, met op de voorzijde een
portret en profil en de tekst 'Doctor Pieter cornelis Boutens
1870 1943'. Op de achterzijde staat een duif met de tekst 'onsterfelijk
is des harten schal'.
- Een parodie door Cees van der Pluijm op 'Goede dood' van
P.C. Boutens in 'Ik ben geboren in Apeldoorn. Groot parodieënboek'
(samenstelling Rody Chamuleau en J.A. Dautzenberg) (1994)
- De Stichting Literaire Activiteiten Utrecht presenteerde
in maart 2008 de Utrechtse Literaire Canon. P.C. Boutens stond
op plaats 88.

Literaire prijzen:
- Tollens-prijs 1913 voor zijn gehele oevre
- Nieuwe Gids-prijs 1914 voor 'Carmina'.
- Prijs voor Meesterschap van de Maatschappij der Nederlandse
Letterkunde 1925 voor 'Zomerwolken'.

Opmerkingen:
- P.C. Boutens werd streng protestants opgevoed. Zijn vader
(Pieter Cornelis Boutens) had een aardewerkwinkel in Middelburg.
Hij was de derde zoon in het gezin.
- Door ziekte in zijn jeugd begon hij pas aan het gymnasium
(in Middelburg) toen hij 14 was. Hij volgde het gymnasium van
1884 tot 1890 en bleek er heel goed te zijn in de klassieke talen.
- Na het gymnasium ging hij in Utrecht klassieke talen studeren.
Dit was tegen de zin van zijn vader, die gewild had dat hij theologie
ging studeren. Hij promoveerde in 1899.
- P.C. Boutens was leraar aan het instituut Noorthey (jongenskostschool)
in Voorschoten van 1894 tot 1904. In deze tijd woonde hij ook
in Voorschoten. In 1904 nam hij ontslag wegens ziekte.
- Na een rustkuur in Zwitserland ging hij in Den Haag wonen.
Hier gaf hij privé-lessen en richtte zich verder op zijn
literaire werk. Hierbij werd hij financieel ondersteund door
vrienden.
- Vanaf 1908 woonde hij samen met Cornelis van Duyvenbode.
- De bewerking die P.C. Boutens in 1908 van de 'Beatrys' maakte
is mooi, maar heeft weinig met het middeleeuwse gedicht te maken.
Het werd (met 'Vergeten liedjes' wel zijn populairste en meest
herdrukte werk. 'Beatrijs' werd meer dan vijftig keer herdrukt.
- In 1916 ging Boutens aan de Laan Copes van Cattenburgh (nu
Burgemeester Patijnlaan nr. 49) in Den Haag wonen.
- P.C. Boutens verzamelde schilderijen en tekeningen.
- P.C. Boutens werd beïnvloed door de tachtigers. Later
ging hij zijn eigen weg.
- Terugkerend thema bij Boutens is de verheerlijking van de
schoonheid en de liefde.
- Poëzie was voor hem een openbaring van de 'ziel', maar
dit wel binnen de vaste dichtvormen.
- P.C. Boutens was vanaf 1918 voorzitter van de Vereniging
van Letterkundigen en (ere)voorzitter van de P.E.N-club.
- Boutens beheerde vanaf 1919 het Willem-Kloos-fonds, bedoeld
voor noodlijdende kunstenaars.
- Er wordt aangenomen dat Boutens de dichter is van 'Strophen
uit de nalatenschap van Andries de Hoghe'. In deze bundel staan
homo-erotische gedichten, geschreven na de zelfmoord in 1908
van Jan S. van Drooge in 1908, nadat Boutens negatief gereageerd
op de hem toegestuurde gedichten. Boutens zelf heeft steeds ontkend
deze bundel geschreven te hebben.In de 'Verzamelde lyriek' (1968)
werden ze wel opgenomen.
- Er ontstond rumoer over de rijmprent van Boutens t.g.v. het
huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard in 1937. De rijmprent
was bedoeld voors schoolkinderen, maar zelfs volwassenen begrepen
het gedicht niet. Boutens ergerde zich aan de commotie en zei
in een interview met Garmt Stuiveling "Ik begrijp dat
niet. De mensen kunnen eenvoudig niet lézen, geen vijf
procent weet wat werkelijk lézen is!"
- Veel van zijn werk werd eerste uitgegeven in een zeer kleine,
in perkament gebonden uitgave op duur papier. De gewone uitgave
verscheen vaak pas later.
- De zee komt in zijn poëzie vaak voor, misschien logisch
voor een Zeeuw, maar de zee heeft bij hem ook een diepere betekenis.
Ze staat symbool voor de oneindigheid, 'de blik op de zee is
een blik in de ziel'.
- Tijdens de Tweede Wereldoorlog boden de Duitsers hem een
pensioen aan. Boutens weigerde dit.
- Op 12-02-1943 werd Boutens met spoed opgenomen in het ziekenhuis.
Hij bleek een gezwel aan de dikke darm te hebben.
- P.C. Boutens had graag in Zeeuwse grond begraven willen worden,
maar door de oorlog was dit niet mogelijk. Hij werd op 18-03-1943
begraven op Oud Eik en Duinen (graf D7 I - 4565) in Den Haag.
Op zijn grafsteen staat: 'En alleen is leven leven als het tot
den dood ontroert'.
- Omdat Boutens lid was van de Kultuurkamer was er ook een
Duitse afvaardiging op de begrafenis. Een aantal schrijvers/letterkundigen
weigerde daarom zich bij de stoet aan te sluiten.
- Latere dichters als J.C. Bloem en A. Roland Holst werden
door P.C. Boutens beïnvloed.
- Een tijd lang was het mode om te 'botaniseren', d.w.z. te
dichten in de trant van Boutens.
- In particulier bezit werd in 2001 het handschrift van 'Een
boek voor Wout en Daniël; ter herinnering aan veel lijden
en veel troost' gevonden. Een bundel gedichten uit zijn studententijd
(1893/1894). De bundel werd afgedrukt in 'Jaarboek Letterkundig
Museum' (2001)

Anderen over P.C. Boutens:
- "Ik ben geen beminnelijk man", placht hij te zeggen
met zijn kiezen op elkaar. Dat was hij ook niet, maar wel boeiend
en oorspronkelijk. Als hij zich geroepen voelde iemand af te
kraken, bleef er geen botje aan hem heel, maar hij deed het alleen
als hij vond, dat die man zich aan de kunst vergrepen had. Hij
was een gedrevene, een bezetene. Ik zou op het ogenblik niemand
weten van zijn formaat. (Annie Salomons, Herinneringen uit den
ouden tijd, blz. 24)
- Voor P.C. Boutens
De tembaren zijn jong al oud en poover -
Niet gij: in u gaat zeewind nog met loover
zielsgraag te keer, en - stort uw wereld in -
te stralender houdt gij het leven over.
(A. Roland Holst, In gevaar, blz. 79)
- 's Middags naar de Boutens-tentoonstelling in de Vleeshal
in Middelburg, ter gelegenheid van de sterfdag van de dichter
op 14 maart 1943. Op die tentoonstelling ligt een krantje, een
vergeeld nummer van de Middelburgsche Courant van 22 februari
1870 waarin P. Bouters de geboorte van zijn zoon aankondigt.
Die r in Bouters ziet men ook in de handtekening van de
vader onder de geboorteacte. En een dochtertje, Cato Bouters,
borduurde in 1881 een pracht van een R op haar merklap. Pas in
1898 is de naam in Boutens veranderd. Waarom en hoe? (Hans Warren,
Geheim dagboek 1963-1970, blz. 137, 10-03-1968)
- Boutens heb ik in elk geval wèl eenmaal gezien. Ik
zat met Nes Tergast en Wim Hussem - in 1941 - in een Haags restaurant.
Plotseling zei Wim: 'Daar loopt Boutens.' En daar liep hij, sjokkend
en schuifelend, onze toenmalige grote dichter. Ik herinner me
alleen een snor, een flambard en een lange flapjas, door een
tientallen lichtjes weerspiegeldende ruit. (D.w.z.: herinner
dat ik mij dat herinner.) (C. Buddingh', Buddingh' van A tot
Z, blz. 29)
- Boutens' wijze van optreden werd vaak bepaald door de twee
uitersten van een hoogmoedige reserve en - vooral als hij het
over poëzie had - een plotselinge ontroering. Zo sprak hij
over de meest vereerde kunstenaars en dichters, ook uit het verleden,
bijna steeds als 'die meneer' of 'die juffrouw', maar dan bij
gelegenheid ook met letterlijk een brok in de keel over 'die
juffrouw Sappho'. (A. Roland Holst in: Jeroen Brouwers, Zachtjes
knetteren de letteren, blz. 48)
- In zijn poëzie ziet hij de menselijke hunkering naar
bovenaardse volmaaktheid, als een teken van de goddelijke oorsprong
van de mens. (Lexicon van de moderne Nederlandse literatuur,
blz. 24)
- De poëzie van P.C. Boutens staat te boek als moeilijk.
Velen erkenden en bewonderden Boutens' meesterschap, maar vonden
zijn poëzie te duister en te verheven. Boutens schreef geen
toegankelijke, eenvoudige poëzie voor een groot publiek.
Hij schreef daarentegen ingewikkelde verzen, bedoeld voor een
kring van ingewijden. (Marco Goud, Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige
Literatuur na 1945, augustus 2000)
- Dichter. Kwam in 1890 vanuit Zeeland naar Utrecht om hier
Klassieke talen te studeren. Publiceerde zijn eerste vijf gedichten
in de Utrechtsche Studenten Almanak van 1892. Ze kwamen later
in zijn eerste bundel. Schreef bovendien het clublied van roeivereniging
Triton. Verhuisde alweer in 1894 om leraar te worden aan een
deftige kostschool. (Omschrijving Boutens in Utrechts Literaire
Canon)

Mijn favoriete citaat:
In den strijd om de vernieuwing
van de spelling
[in die jaren ging het om de spelling-Marchant]
was hij een fel en onredelijk tegenstander.
Ik herinner me dat aan een diner, na een fellen woordenstrijd,
Marchant glimlachend zijn glas hief en zei: "Even goeie vrienden."
Maar Boutens wilde zaak en persoon niet scheiden.
"Even Excellentie", antwoordde hij onverzoenlijk.
(Annie Salomons, Herinneringen uit den ouden tijd,
blz. 25/26)

Links:
Terug naar de eerste pagina /homepage
Citaten zoeken op trefwoord
Overzicht van trefwoorden
Citaten zoeken op auteur
Overzicht van auteurs
Overzicht van bibliografieën
Andere interessante internet-bladzijden
Vanaf 17-12-2005
Bronnen:
- P. van Renssen, Nieuwe Nederlandsche lyriek (1927)
- C. Buddingh', Encyclopedie voor de wereldliteratuur (1954)
- Jan van Geelen, auteurs van de 20e eeuw (1966)
- Lexicon van de moderne Nederlandse literatuur (1978)
- Ik probeer mijn pen, Atlas van de Nederlandse letterkunde
(1979)
- Spectrum Nederlandstalige auteurs (1985)
- Hun laatste rustplaats (1985)
- De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden
(1985)
- Nederlandse literaire prijzen 1880-1985 (1986)
- Winkler Prins lexicon van de Nederlandse literatuur (1986)
- C. Gerritsma, Schrijvers van vroeger (1995)
- Oosthoek Lexicon Nederlandse & Vlaamse literatuur (1996)
- Hans Heesen e.a., Waar ligt Poot? (1997)
- Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige Literatuur na 1945
(augustus 2000)
- Hans Heesen e.a., Behoudens deze steen. Een gids langs schrijversgraven
in Nederland en Vlaanderen (2004)
©2009 Mats
Beek, Veenendaal