
Achternaam: Feith
Voornaam: Rhijnvis
Doopdatum: 07-02-1753 (doopdatum,
wellicht is het 09-02)
Te: Zwolle
Overleden: 08-02-1824
Te: Landgoed 'Boschwijk' bij Zwolle
Ontslapen Bard, ik strengel geen
laurieren,
Om 't Marmer op uw Graf:
Een Waardiger moge uw Gedenksteen sieren!
Wie ben ik, dat ik U een eerkrans gaf!
Laat mij mijn Dank, ter schuldige offerande,
Betalen bij uwe Asch,
O gij, wiens hand de Citer hulprijk spande,
Die 't stil genot van mijne jonkheid was.
(A.C.W. Staring, Bij het graf van Rhijnvis Feith
(fragm.))

Pseudoniem(en): Voor zover mij bekend
heeft Rhijnvis Feith niet onder pseudoniem gepubliceerd.

|
Voor tweedehands boeken |
Ook van Rhijnvis Feith |
|
Raban Internet Antiquariaat |
Klik
hier ! |

Werk:
Poëzie:
- Colma (1782)
- Alrik en Aspasia (1782)
- Aan de vrijheid (1783)
- Poëtisch Mengelwerk (1788)
- Het graf (1792)
- Oden en gedichten (5 delen) (1796-1814)
- De ouderdom (1802)
- Proeve van eenige gezangen voor den openbaren godsdienst
(1804)
- Dicht- en prozaïsche werken (15 delen + 2 supplementen)
(1824-1826)
- Een daad van eenvoudige rechtvaardigheid. Bloemlezing (gekozen
en ingeleid door Willem Kloos) (1909)
- bloemlezing (gekozen en ingeleid door H.G. ten Bruggencate
(1922)
Proza:
- Julia (briefroman) (1783)
- Fanny (een fragment) (1783)
- Ferdinand en Constancia (briefroman, 2 delen) (1785)
- Verlustiging van mijnen ouderdom (1818)
- De eenzaamheid en De Wereld (1821)
- Dicht- en prozaïsche werken (15 delen + 2 supplementen)
(1824-1826)
Brieven:
- Brieven aan Sophië over den geest der kantiaanse wijsbegeerte
(1806)
- Brieven over verscheidene onderwerpen (6 delen) (1784-1793)
- 1 brief van Bilderdijk aan Feith (d.d. 23-12-1781) in 'Het
hart op de tong', samengesteld door Dr. W.Gs. Hellinga (1941)
Dagboeken:
- Dagboek mijner goede werken (1785)
Toneel:
- Thirsa, of de zege van de godsdienst (treurspel) (1784)
- De patriotten (1785)
- Lady Johanna Gray (1791)
- Ines de Castro (treurspel) (1793)
Overig non-fictie:
- De vergankelijkheid van het heelal en de voortreffelijkheid
van het verstand (1776)
- Verhandeling over het heldendicht (1782)
- Bijdragen ter bevordering der schoone kunsten en wetenschappen
(met J. Kantelaar) (3 stukken) (1793-1796)
- Voor- en nadeelen der verkeering vooral in de jeugd (1808)
- Verhandeling over de evangelieleer (1809)
- Verhandelingen (1826)
- Het ideaal in de kunst (ontdekt in 1966, met inleiding en
aantekeningen door P.J.A.M. Buijnsters) (1967)
Bloemlezingen:
- Rhijnvis Feith gaf de volledige werken van J. Cats uit (1790-1799)
'Gebloemleesd'
Poëzie:
- 1 gedicht: 'Lierzang op de Ruyter' in 'Onze dichters', door
Gust. van Elring (1909)
- 3 gedichten in 'Neerlandia. Litteratuur-overzicht Woordkunst
en Poëtica met Bloemlezing', door D. Wouters (1915)
- 2 gedichten in 'Uit veelbewogen jaren. Bloemlezing uit het
werk van Nederlandsche Schrijvers van het laatst der achttiende
en het begin der negentiende eeuw', door Dr. A.J. de Jong (1930)
- 1 gedicht: 'De jongeling te Naïn' in 'De dichter vertelt.
Een bloemlezing vertellende en beschrijvende poëzie', door
P.H. Muller (1937)
- 5 gedichten in 'De spiegel van de Nederlandse poëzie
door alle eeuwen 1100-1900', samengesteld door Victor E, van
Vriesland (1955)
- 2 gedichten in 'Poëzie uit den Pruikentijd', bijeengebracht
door Anton van Duinkerken en C.J. Kelk (1955)
- 1 gedicht: 'Het graf' in 'Twee muzen', uitgezocht door Jan
Engelman en Wouter Paap (CPNB, 1955)
- 1 gedicht uit 'Het Graf' in 'Muziek en poëzie', bijeengebracht
door Johan de Molenaar (1959)
- 1 gedicht: 'Alrik en Aspasia' in 'Balladen en Refereinen',
bijeenverzameld door C. Buddingh' (z.j.)
- 1 gedicht: 'Nieuwjaars-lied' in 'Liederen & romances,
bijeengebracht door C. Buddingh' (z.j.)
- 1 gedicht: ''k Heb honderdmaal' in 'De liefde zingt in verzen',
bijeengebracht door C.J. Kelk en Halbo C. Kool (z.j.)
- 8 gedichten in 'De Nederlandse poëzie van de 19de en
20ste eeuw in 1000 en enige gedichten, samengesteld door Gerrit
Komrij (1980)
- 1 gedicht: 'Aan Boschwijk' in 'Het land der letteren', samengesteld
door Adriaan van Dis en Tilly Hermans (1982)
- 1 gedicht: 'Nieuwjaars-lied' in 'Gelezen worden ze ontelbre
malen. De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur',
samengesteld door Robert-Henk Zuidinga (1986)
- 1 gedicht: 'Nieuwjaars-lied (fragm.)' in Grote poëziebloemlezing
'Mij liet je leven', samenstelling Aldert Walrecht (1987)
- 1 gedicht: 'Colma' in 'Ik heb de liefde lief. De mooiste
liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie',
samengesteld door Willem Wilmink (1993)
- 1 gedicht: 'Uren, dagen, maanden, jaren' in 'In die grote
stad Zaltbommel. Liedjes van school, club en kamp', samengesteld
door Jacques Klöters (1993)
- 1 gedicht: 'Nieuwjaars-lied' in 'Domweg gelukkig in de Dapperstraat',
samengesteld door C.J. Aarts en M.C. van Etten (1994)
- 1 gedicht: 'Mijn laatste dichtsnik' in 'Dichten over dichten.
Bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19de &
20ste eeuw, samengesteld door Atte Jongstra en Arjan Peters (1994)
- 1 fragment: 'Aan Boschwijk' in 'Literair landschap. Dichters
en schrijvers over Nederland', samengesteld door Peter van Zonneveld
(1998)
- 1 gedicht: 'Colma. Romanze' in 'Het liefste gedicht. De favoriete
liefdesgedichten van Nederland en Vlaanderen', met een inleiding
van Gerrit Komrij (2001)
Proza:
- 2 fragmenten uit: 'Julia' in 'Neerlandia. Litteratuur-overzicht
Woordkunst en Poëtica met Bloemlezing', door D. Wouters
(1915)
- 2 fragmenten in 'Uit veelbewogen jaren. Bloemlezing uit het
werk van Nederlandsche Schrijvers van het laatst der achttiende
en het begin der negentiende eeuw', door Dr. A.J. de Jong (1930)
- 2 citaten in 'Eenvoudige Wijsheid voor Jong en Oud', verzameld
en gerangschikt door W. Hoogenboom en A.S. Moerman (z.j.)
- 6 citaten in 'Andermans wijsheid', bijeengebracht door K.
ter Laan (1961)
- 2 verhalen: Themire' en 'De hermiet', in: 'Spectrum van de
Nederlandse Letterkunde 19, Gevoelige harten, In de ban der romantiek',
samenstelling, inleiding en toelichting Dr. M.C.A. van der Heyden
(1969)
Tijdschriften:
- Rhijnvis Feith redigeerde het patriottische tijdschrift 'De
vriend van 't vaderland'.
Diversen: (Zonder
een schijn van volledigheid)
- Gedenkzuil voor Mr. Rhijnvis Feith (1825)
- H.G. ten Bruggencate, Mr. Rh. Feith (1911)
- P.J.A.M. Buijnsters, Tussen twee werelden. Rhijnvis Feith
als dichter van 'Het graf' (proefschrift) (1963)
- In 1974 werd een tentoonstelling over het werk van Rhijnvis
Feith georganiseerd.
- Julia werd door Inez van Eijk en Rudi Wester beschreven in
hun 'Honderd helden uit de Nederlandse literatuur'.
- 4 parodieën op werk van Rhijnvis Feith in 'Ik ben geboren
in Apeldoorn. Groot parodieënboek' (samenstelling Rody Chamuleau
en J.A. Dautzenberg) (1994)
- In 2001 is het Gemeentearchief Zwolle samengegaan met het
Rijksarchief Overijssel tot het Historisch Centrum Overijssel.
Het Historisch Centrum Overijssel beheert het archief van Rhijnvis
en zijn familie. Mensen die daarin geïnteresseerd zijn kunnen
die delen van het archief die openbaar zijn in de leeszaal opvragen
en bekijken.
- Het Letterkundig museum publiceerde begin 2007 een top 100
van grootste dode schrijvers. Ook Rhijnvis Feith was in dit 'Pantheon'
opgenomen. Eind 2008 zal het museum met een permanente expositie
aandacht aan deze schrijvers besteden.
- Rob de Bree, 'Mr. Rhijnvis Feith. Verlangen naar de dood'
in 'Sporen van schrijvers en dichters in Overijssel en Gelderland'
(2006)

Literaire prijzen:
P.J.A.M. Buijnsters kreeg de Anne Frank-prijs 1965 voor het
eerste hoofdstuk van 'Tussen twee werelden. Rhijnvis Feith als
dichter van 'Het graf' (proefschrift) (1963)

Opmerkingen:
- Rhijnvis Feith stamde uit een gefortuneerd regentengeslacht
uit Elburg. Hij werd in Zwolle geboren.
- Bij zijn doop werd hij per ongeluk ingeschreven als 'Rhijvis'.
- In 1764 ging Rhijnvis Feith (hij was toen 11 jaar) in Harderwijk
een privé-opleiding volgen bij de praeceptor van de Latijnse
School, Gerhardus Knoop. Dit was tekenend voor zijn beschermde
opvoeding. Het was belangrijk voor de ontwikkeling van Rhijnvis
Feith, omdat Knoop hem ook de eerste beginselen van de dichtkunst
bijbracht.
- Hij studeerde rechten in Leiden (1769/1770) en promoveerde
in één jaar. Hij woonde dat jaar op het Noordeinde
37.
- In augustus 1770 verloofde hij zich met Maria Adriana Tonneman
(zij was toen vijftien jaar). Na twee maanden (de voorbereidingen
voor het huwelijk waren al gedeeltelijk klaar) verbrak zij de
verloving. Er volgde een proces om het huwelijk af te dwingen,
maar dit werd door de familie Feith verloren.
- Hij werkte na zijn studie als belastingontvanger op het kantoor
van zijn vader.
- Rhijnvis Feith trouwde in 1772 met de vijf jaar oudere Ockje
Groeneveld. Zij kregen negen kinderen.
- Rhijnvis Feith was jurist, dichter, prozaschrijver en toneelschrijver.
- Rhijnvis Feith woonde lang 's winters ín Zwolle (Bloemendalstraat
12) en 's zomers op zijn 'buiten' Boschwijk, dat later gemeentehuis
van Zwollerkerspel werd (nu Heinoseweg, net buiten Zwolle).
- Rhijnvis Feith was een patriot en als zodanig burgemeester
(één van de zestien) van Zwolle in 1787.
- Later was hij ontvanger van de belastingen (konvooien en
licenten).
- Zijn briefroman 'Julia' beleefde in één jaar
drie drukken en werd hét standaardwerk van het sentimentalisme.
- Rhijnvis Feith wordt gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger
van het 'sentimentalisme' (hij zag tranen als 'beken van onuitsprekelijke
geneugte')en de 'doodspoëzie' in Nederland. Het feit
dat hij hiertoe gerekend wordt, heeft het oordeel over zijn werk
(te) sterk beïnvloed.
- Zelf werd hij beïnvloed door E. Young, G. Klopstock,
Goethe, Ossian, G.W. Leibniz en Baculard d' Arnaud.
- Van zijn geestelijke liederen werden er meerdere in christelijke
gezangenbundels opgenomen. Het bekendste voorbeeld daarvan is:
Uren, dagen, maanden, jaren,
Vliegen als een schaduw heên.
Ach! wij vinden, waar wij staren,
Niets bestendigs hier beneên!
Op den weg, dien wij betreden,
Staat geen voetstap, die beklijft:
Al het heden wordt voorleden,
Schoon 't ons toegerekend blijft!
(Nieuwjaars-lied, 1e van de 6 coupletten)
- Bij zijn overlijden was hij Nederlands populairste auteur.
Hij werd begraven in de Michaelskerk aan de Grote Markt. Op 06-10-1825
herbegraven op de eerste algemene Zwolse begraafplaats aan de
Meppelerstraatweg (vak A eerste klas, rij D, nr. 12). Hier werd
op 26-10-1825 een monument op zijn graf geplaatst, gemaakt door
P.J. Gabriel.
- Zijn werk wordt nu uitsluitend nog gelezen door studenten
Nederlands.
- Enkele van zijn godsdienstige liederen zijn opgenomen in
de protestantse gezangenbundel.
- Jacques Klöters meldt in 'In die grote stad Zaltbommel.
Liedjes van school, club en kamp' dat Rhijnvis Feith de auteur
is van het (bekende) kampliedje 'Julia' (En Julia is zo schoon....).

Anderen over Rhijnvis Feith:
- Wellicht ook wordt er nergens in onze literatuur zooveel
geweend als bij Feith en de personen, die hij den lezer voorstelt
hebben, als b.v. Agnes en Colma, ook alle reden tot diepe droefheid:
echter, deze (en andere) personen uit Feiths werk zijn meer de
producten eener overspannen gevoelsverbeelding dat dat de beschrijving
van hun leven aan de werkelijkheid is ontleend. Dat alles neemt
niet weg, dat Feith suggestief verhalen kan, zoowel in proza
als in poëzie. In zijn tijd werden zijn gedichten genoten.
(P.H. Muller, De dichter vertelt, blz. 14)
- Feith leefde in onvrede met het bestaan en werd gebiologeerd
door het hiernamaals. De dood beschouwde hij als de poort naar
de eeuwigheid, een 'scharnier' in de wezensketen van anorganische
stof tot God. (C. Gerritsma, Schrijvers van vroeger, blz. 53)
- Opmerkelijk is het, dat zijn leven als gelukkige echtgenoot
en geacht Zwols burger zo weinig in overeenstemming was met 't
sombere en droefgeestige in zijn werken. (E. Rijpma, kort overzicht
der Nederlandse letteren, blz. 30)
- Het gaat in zijn boeken vooral om het erin verwerkte sentiment,
het verhaal is slechts aanleiding en dientengevolge uiterst simpel.
(H.J.M.F. Lodewick e.a., Ik probeer mijn pen, blz. 60)
- ..Deze knaap was nog op de HBS en bij het letterkunde-onderwijs
niet verder dan Rhijnvis Feith, wiens tranenrijkdom er natuurlijk
werd bijgehaald ter vergelijking met die van Couperus. (M. Revis
in: Jeroen Brouwers, Zachtjes knetteren de letteren, blz. 59)
- Het cynisme van de dag is een voorbijgaande vorm van de eeuwige
sentimentaliteit. Simon van 't Reve is, wat (in zijn tijd in
het nette) Rijnvis Feith was. (J. Greshoff, Nachtschade, blz.
165)\
- Zijn werk wordt ruim 40 jaar lang - tussen 1783 en 1824 -
in heel Nederland in tuinen, huiskamers, bibliotheken en kerken
fanatiek gelezen, voorgedragen, aangehaald, gezongen en op het
toneel gespeeld. Dat komt doordat Feith in zijn literaire werk
oog heeft voor de problemen van minder goedbedeelde landgenoten.
(Rob de Bree, Sporen van schrijvers en dichters in Overijssel
en Gelderland, blz. 13)
- Deze onuitstaanbaar sentimentele dichter op rijm en in proza
heeft het, net als Hölty, in een locus amoenus à
la Gessner vaak over de eerste kus, die een heiligdom wordt.
Ook wijdt hij een gedicht aan een 'schomlend boschje' waar de
eerste kus gegeven werd, maar helaas, Fanny is dood! (Jan Pieter
Guépin, Zoete epigrammen - Gedichten over gelukkige liefde',
blz. 280)
- Eenzame droefenis...
Ruischende treurwilgen...
Ysselick maanlicht...
Een grafmonument...
Zoo Ge nog vry zyt van
Traanovergotenheid,
Vrees ik dat Gy
Myn gedigten niet kent
(Drs. P, Zeslettergrepigheid, blz. 98)

Mijn favoriete citaat:
Ach! hoe snelt ons leven,
Als een stroom gedreven,
die van rotsen schiet!
Blijde en droeve jaren
Vlugten met de baren,
En zij keeren niet!
(Het leven, 1e van 9 coupletten)

Links:
Terug naar de eerste pagina /homepage
Citaten zoeken op trefwoord
Overzicht van trefwoorden
Citaten zoeken op auteur
Overzicht van auteurs
Overzicht van bibliografieën
Andere interessante internet-bladzijden
Vanaf 18-03-1999
Bronnen o.a.:
- G.P.M. Knuvelder, Schets geschiedenis Nederlandse letterkunde
(1971)
- Sesam encyclopedie (1974)
- H.J.M.F. Lodewick e.a., Ik probeer mijn pen (1979)
- Adriaan van Dis en Tilly Hermans, Het land der letteren (1982)
- Querido's letterkundige reisgids van Nederland (1982)
- Spectrum Nederlandstalige auteurs (1985)
- Hun laatste rustplaats (1985)
- Winkler Prins lexicon van de Nederlandse letterkunde (1986)
- C. Gerritsma, Schrijvers van vroeger (1995)
- Oosthoek Lexicon Nederlandse & Vlaamse literatuur (1996)
- Hans Heesen e.a., Waar ligt Poot? (1997)
- Rody Chamuleau, Meer dan turf, tabak & pluimvee, de letteren
in de Gelderse Vallei (1998)
- Behoudens deze steen. Een gids langs schrijversgraven in
Nederland en Vlaanderen (2004)
- Rob de Bree, Sporen van schrijvers en dichters in Overijssel
en Gelderland (2006)
©2009 Mats
Beek, Veenendaal