
Achternaam: Goddaeus
Voornaam: Conradus
Geboren: 1612
Te: Vaassen
Overleden: 1658
Te: Vaassen

Pseudoniem(en): Conradus Goddaeus publiceerde
'Laus Ululae' onder het pseudoniem Curtius
Jael.

|
Voor tweedehands boeken |
Ook van Conradus Goddaeus |
|
Raban Internet Antiquariaat |
Klik
hier ! |

Werk:
Poëzie:
- Nieuwe Gedichten, sonder rym, naa de Griexe en Latynse Dichtmaten
op allerhande soorten van Verssen ingestelt. Noit voordesen in
Nederduits gesien noch gebruiklik (1656)
Proza:
Vertalingen:
Vertaald:
- 'Laus Ululae' werd na zijn dood in het Nederlands vertaald
als 'Het waare lof des Uyls'.
Diversen: (Zonder
een schijn van volledigheid)
- Een hoofdstuk over Conradus Goddaeus in Hans Heesen &
Harry Jansen, 'Pen in ruste. Schrijversgraven in Midden-Nederland'
(2001)

Opmerkingen:
- Conradus Goddaeus was een zoon van Hermannus Goddaeus, predikant
in Vaassen.
- Conradus Goddaeus studeerde theologie in Deventer en volgde
daarna in 1634 zijn vader op als predikant in Vaassen.
- Conradus Goddaeus trouwde op 20-01-1635 in Kampen met Cecilia
Steffens. Ze kregen tien kinderen.
- Conradus Goddaeus was goed bevriend met Franciscus Martinus,
ook predikant en dichter uit Epe.
- In 1642 publiceerde hij - onder het pseudoniem Curtius Jael
- de (humanistische, in het Latijn geschreven) satire 'Laus Ululae'
(De lof van den uil).
- Vananf 1645 werd hij ziekelijk. Op zijn ziekbed bestudeerde
hij de Griekse en Latijnse dichters. Hij ging hun voorbeeld navolgen
en schreef rijmloze Nederlandse gedichten gebaseerd op de Griekse
en Romijnse versmaten. Dit strakke metrum dwong hem wel tot goochelen
met woorden.
- Er was veel kritiek op zijn verzen (een hopeloze verzenlijmer),
maar daar staat tegenover dat P.C. Hooft hem prees (een rozelaer
onder de doornen - overigens was dit wellicht meer n.a.v. zijn
'Laus Ululae' dan n.a.v. 'Nieuwe gedichten').
- Conradus Goddaeus wordt genoemd in de correspondentie van
Hooft, Huygens en Barlaeus. Hij kwam bij Hooft op het Muiderslot
en kan zo tot de bekende letterkundigen Muiderkring gerekend
worden.
- In 1655 legde hij i.v.m. zijn ziekte zijn ambt neer.
- In 1656 overleed zijn vrouw.
- In 1658 overleed Conradus Goddaeus. Hij werd begraven in
de hervormde kerk van Vaassen. Van deze kerk bestaat alleen de
toren nog, de rest is in de loop der jaren door nieuwbouw vervangen.
Zijn graf is ook niet meer terug te vinden. Wel hangt in de consistoriekamer
zijn portret.
- Zijn 24 berijmde psalmen - opgenomen in 'Nieuwe gedichten
- werden vanaf 1773 gezongen.

Anderen over Conradus Goddaeus:
- Conradus Goddaeus, gedurende 21 jaren den heiligen dienst
vervuld hebbende in de Kerk van Vaassen. Op 43-jarigen leeftijd.
Anno 1655. Op het portret en de nieuwe Nederlandsche dichtkunst
van den Eerwaarden, beroemden, zeer geleerden Heer Ds. Conradus
Goddaeus.
Gij Nederlandsch volk, wat aan Uw taal en kunst ontbrak, vult
Goddaeus de nieuwe dichter aan. Hij roept de Grieksche en Latijnsche
dichtkunst op en leert ook zijn versmaten naar dien regel klinken.
Eerste van de Nederlandsche en van de ware dichtkunst. Geheel
Nederland kan Uw roem niet bevatten. (Frans Martens. Anno 1652.
(tekst (vertaald) op het portret van Conradus Goddaeus in de
kerk in Vaassen, zie boven aan deze blz.)
- In Gelderland, te Vaassen, werkte de predikant Conradus
Goddaeus, die in 1656 een bundel rijmloze gedichten uitgaf,
en om deze eigenaardigheid van enig belang is voor de geschiedenis
van de Nederlandse dichtkunst. (Gerard Knuvelder, Handboek tot
de geschiedenis der Nederlandse Letterkunde van de aanvang tot
heden, tweede deel, blz. 203)
- Goddaeus had een broze gezondheid, en drie jaar na het uilenboekje
begon hij van de ene in de andere kwaal te vervallen: een ongemak
aan zijn arm, bloed opgeven, een ongemak aan zijn been. Hij legde
zich er als een goed christen bij neer, want als het God belieft
'ons te nederdrukken' met ziekte en smartelijke pijnen, wanneer
lust, rust, een blij gelaat, scherts, vreugde en 'vermakeligheden'
als een schaduw van ons vlieden om plaats te maken voor 'krenkinge
van sinnen', 'lidtrekkinge', droevige nachten, loomte, onlust
en onrust, dan kun je slechts verzuchten: 'Hoe dikwyls faeld'
hier 't verstand?
Een voordeel had al die lichamelijke ellende ook: op zijn ziekbed
had Goddaeus alle tijd om zich aan de studie van de Griekse en
Latijnse dichters te wijden. (Hans Heesen & Harry Jansen,
Pen in ruste. Schrijversgraven in Midden-Nederland, blz. 75/77)

Mijn favoriete citaat:
O Heere, wilt toch myne reden
Ter oore nemen in genaad
En myns gemoeds bedenkingen
Aenmoedig aen uw herte laten
Komen en ingaen
(Conradus Goddaeu, Psalm V (fragm.), Nieuwe gedichten, blz. 73)

Links:
Terug naar de eerste pagina /homepage
Citaten zoeken op trefwoord
Overzicht van trefwoorden
Citaten zoeken op auteur
Overzicht van auteurs
Overzicht van bibliografieën
Andere interessante internet-bladzijden
Vanaf 18-11-2005
Bronnen o.a.:
- Gerard Knuvelder, Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse
Letterkunde (1948)
- Querido's letterkundige reisgids (1983)
- Winkler Prins lexicon van de Nederlandse letterkunde (1986)
- Hans Heesen & Harry Jansen, Pen in ruste. Schrijversgraven
in Midden-Nederland (2001)
©2008 Mats
Beek, Veenendaal