
Achternaam: Hopman
Voornaam: Frits
Doopnamen: Frederik Jan
Geboren: 14-07-1877
Te: Amsterdam
Overleden: 04-03-1932
Te: Leiden

Pseudoniem(en): Voor zover mij bekend
heeft Frits Hopman niet onder pseudoniem gepubliceerd.

|
Voor tweedehands boeken |
Ook van Frits Hopman |
|
Raban Internet Antiquariaat |
Klik
hier ! |

Werk:
Proza:
- In het voorbijgaan (verhalen) (1913)
- De proeftijd (1916)
- Van de liefde die vrij wou zijn: roman uit Zeeuwsch-Vlaanderen
(1918)
- Nachtwaken (verhalen) (1920)
- Twee verhalen (bibliofiel, 35 ex.) (1969)
- De schoonheidsbacil (bibliofiel, 79 ex.) (1983)
- Het kruispunt en nog een verhaal (bibliofiel, 100 ex.) (1985)
- Autobiografische schets (bibliofiel, 12 ex.) (1985)
- Autobiografische schets (bibliofiel, 75 ex.) (1989)
- Pastorale, gevolgd door: Frits Hopman ter herinnering door
Frans Coenen (bibliofiel, 58 ex.) (1994)
Vertalingen:
- Johan Huizinga, The waning of the Middle Ages (1924)
- Joop Huizinga, Erasmus (1924)
- Johan Huizinga, Erasmus of Rotterdam (1924)
- Johan Huizinga, Erasmus and the Age of Reformation (heruitgave
van 'Erasmius') (2001)
- Johan Huizinga, Erasmus and the Age of Reformation : with
a selection from the letters of Erasmus (heruitgave van 'Erasmus
of Rotterdam') (2002)
Overig non-fictie:
- Gedenkboek 50-jarig bestaan Eerste H.B.S. met 5-jarigen cursus
te Amsterdam (met anderen) (1916)
Bloemlezingen:
- A hundred English poems, collected by F.J. Hopman (1918)
'Gebloemleesd'
Proza:
- Een bijdrage in 'Wat de pers zegt van 'De zondaar'', door
Alie Smeding (1927)
- 1 fragment: 'Pastorale' in 'De vergetenen', Een bundel prozafragmenten
bijeengebracht en ingeleid door Dr. Victor E. van Vriesland (z.j.)
- 1 verhaal: 'Pastorale' in 'Verhalen rond 1900. Oorspronkelijk
werk uit de periode 1885-1915', gekozen door Wim Zaal (1978)
- 1 verhaal: 'Pastorale' in 'Onopgelost en andere korte verhalen
van Nederlandse schrijvers van omstreeks de eeuwwisseling', samenstelling
Fred Keizer (z.j.)
- 1 verhaal: 'Praeterita' in 'Van het leven dat voorbij gaat.
Naturalistische verhalen', samengesteld door F.H. de Wit (1982)
- 3 citaten in 'Kosmos groot citatenboek' (1986)
- 1 verhaal: 'Tot redding van drenkelingen' in 'Kort. Honderd
Nederlandse en Vlaamse verhalen uit de twintigste eeuw', bijeengebracht
door C.J. AartsM.C. van Etten (1993)
- 1 verhaal: 'De bode' in 'De Nederlandse en Vlaamse literatuur
vanaf 1880 in 250 verhalen', samengesteld door Joost Zwagerman
(2005)
Tijdschriften:
- Frits Hopman was vanaf 1902 (kort) journalist (jongste redacteur-verslaggever)
bij de 'Arnhemsche Courant'.
- Frits Hopman publiceerde in 'De Kroniek', 'de Nieuwe Amsterdammer',
'De Telegraaf, 'Erts-almanak', 'de Hofstad,' 'den Gulden Winckel'.
- Frits Hopman werd in 1927 kunstredacteur bij de 'NRC', als
opvolger van Johan de Meester.
- Frits Hopman werkte mee aan 'Groot Nederland' en 'Elseviers
Maandschrift'.
- Frits Hopman schreef kritieken voor 'De Gids'.
Diversen: (Zonder
een schijn van volledigheid)
- Een interview met Frits Hopman in 'Sprekende schrijvers'
van G.H. 's-Gravesande (1935)

Briefje aan G.H. 's-Gravesande, afgedrukt in 'Sprekende schrijvers'
(1935)

Literaire prijzen:
Frits Hopman was lid van de jury voor:
- C.W. van der Hoogt-prijs 1925, 1926.
- Prijs voor Meesterschap 1925.

Opmerkingen:
- Frits Hopman werd in Amsterdam geboren aan de Leliegracht
10. Zijn vader had hier een behangselpapierwinkel (Firma Wijdoogen).
- Een voorouder van vaderskant was de eerste ballonvaarder
van Nederland.
- In de zomervakanties was hij vaak bij zijn grootvader in
Ellecom.
- Frits Hopman ging naar de HBS (1891-1896) tegenover de Westermarkt
in Amsterdam. Hier kreeg hij o.a. les van Kollewijn, de spellingshervormer.
Hij maakte de school niet af. Zijn vader haalde hem van school
omdat hij zijn huiswerk niet maakte.
- Al als jongen tekende en schilderde hij veel en deed hij
actief aan sterrenkunde.
- Hij wilde toch een opleiding afmaken en haalde - via zelfstudie
en bezoeken aan Engeland - op 16-08-1899 de 'Acte A Engelsch'.
- Na zijn twintigste is hij enkele keren verliefd, maar die
liefdes worden niet beantwoord. Hij is melancholiek en neigt
naar depressiviteit.
- Na 1899 gaat hij naar Groningen. Hier studeert hij weer Engels.
Deze studie mislukt en hij komt in de herfst van 1900 terug naar
Amsterdan
- In oktober 1902 trouwt hij met Geertruida Aleida Moulin.
Ze kregen twee kinderen. Het was geen gelukkig huwelijk en er
volgde een echtscheiding in 1908.
- Frits Hopman woonde in het begin van de twintigste eeuw in
'Het huis aan den Enk', Arnhemsestraatweg 49 in Rheden. Zijn
moeder had dit huis laten bouwen.
- In 1907 slaagde hij (eindelijk) voor de 'Acte B Engelsch'.
hij werd leraar in Winterswijk.
- In 1911 hertrouwde hij met Johanna Maria van Wijk. Ze gingen
in 1912 in Engeland wonen als kunstenaars (ze schilderden, maar
verkochten niets) en namen de namen Reginalden Ruby Rassendyll
aan.
- Ze hingen de theosofie aan en zochten in Engeland aansluiting
bij de Christian Science Movement.
- Het Engelse avontuur mislukte. Ze kwamen in 1914 terug naar
Nederland en hij werd weer leraar Engels.
- Op 05-04-1914 werd in Gennep zijn zoon Frits geboren.
- Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Frits Hopman leraar in
Apeldoorn, in Terneuzen en van af 1918 in Leiden.
- In Leiden woonde hij op Plantage 5.
- Frits Hopman wilde een biografie van Frederik van Eeden schrijven.
Van Eeden noteerde op 27-11-1916 in zijn dagboek dat Frits Hopman
hem had bezocht.
- Op 26-06-1924 deed hij zijn doctoraal aan de universiteit
van Amsterdam.
- Hij overleed aan leukemie, na een langdurig ziekbed. Hij
werd begraven op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag.

Anderen over Frits Hopman:
- Uit zijn gevoel van alleenheid en verlatenheid temidden dezer
wereld der koude zintuiglijk-waarneembare dingen; en uit zijn
heimwee en rusteloos zoeken naar wat als een schoon vermoeden
is àchter die dingen, hijgt, jaagt en snakt naar de eindelijke
ontdekking van een arcanum, naar iets dat wijding schenken kan
en heiliging aan het als duldloos saai en ledig aangevoelde leven!
(D.Th. Jaarsma, Den Gulden Winckel, 1918)
- De stof voor zijn verhalen ontleende Hopman aan voorvallen
en personen uit zijn directe omgeving. Voor een intimus is iedere
persoon haast met een naam te beleggen van het model; in dit
opzicht komt zijn neiging tot exacte wetenschappen, tot observeeren
en nauwkeurig beschrijven voor den dag, die hem hielpen waar
zijn begrensde fantasie hem in den steek liet. Het beste is hij
dan ook daar, waar hij alleen de werkelijkheid observeerde en
weergaf; zwakker dadelijk waar hij fantaseert en niet bijeenbehoorende
stukken der werkelijkheid aaneenkit met fictie. Hier ligt ook
wellicht het geheim van de betrekkelijk zwakke structuur van
zijn grooter werk, zijn romans. (A.J. van Pesch, Levensbericht)
- De plaats van Hopman in de literatuur aan te wijzen is niet
gemakkelijk. Hij staat er ietwat buiten, zoals hij buiten het
literaire leven stond. Er in meegeleefd heeft hij niet en hij
waande zich reeds lang vergeten, toen juist de toenmalige jongeren
zijn werk waardeerden. Toen ik hem daarop wees en er aan herinnerde,
dat men voor Erts toch een bijdrage van hem gevraagd had, zei
hij me: 'Ja, dat heeft me zéér verbaasd.' Maar
het heeft hem ook verheugd, wat ik aan zijn gelaatsuitdrukking
zien kon.
Bij zijn dood heeft Bernard Verhoeven een oud-leerling van Hopman
te Arnhem in De Maasbode hem herdacht en hem 'een merkwaardig
leeraar, die een diepen mysterieuzen indruk op zijn leerlingen
maakte' genoemd. Ook bij de begrafenis van Hopman op Oud Eik
en Duinen in Den Haag bleek welk een liefde men voor hem voelde.
Wat geen wonder was, want hij was een door en door eerlijk, meelevend
mens. En daarvan zijn er helaas te wening in het leven. G.H.
's-Gravesande, Vergeten en gebleven, blz. 142)
- Hij is een gesel van het antiquariaat: de planken zuchten
onder de talloze drukken van De Proeftijd maar zijn andere
werk is uiterst obscuur. (Boudewijn Büch, NRC, 16-06-1983)
- Het leven was te veel voor deze bange, zwakke man die leed
aan moordende zelfkwellerij. (Boudewijn Büch, NRC, 16-06-1983)
- Hij is een intrigerende figuur, die pas heel laat, ver in
de dertig zelfstandig wordt, een hang heeft naar het mystieke
en occulte, leraar wordt ('een figuur van ingetogen deftigheid',
rapporteerde een oud-leerling) maar liefst schilder wilde zijn
en die literair zijn kracht heeft gevonden in korte verhalen.
(John Jansen van Galen, Het is teminste vandaag mooi weer, blz.
35)

Mijn favoriete citaat:
Ik heb een zekere geschiktheid voor
het lesgeven,
ik houd ervan om de dingen te kunnen verklaren aan anderen.
Er is iets didactisch in mijn geheele wezen.
Ik heb ook buitengewoon veel hartelijkheid van mijn leerlingen
ondervonden,
maar onderwijs geven is doodelijk vermoeiend
en de schoolsfeer doodt alle poëzie.
(Frits Hopman, geïnterviewd door
G.H. 's-Gravesande in 'Sprekende schrijvers', blz. 27)

Links:
Terug naar de eerste pagina /homepage
Citaten zoeken op trefwoord
Overzicht van trefwoorden
Citaten zoeken op auteur
Overzicht van auteurs
Overzicht van bibliografieën
Andere interessante internet-bladzijden
Vanaf 09-05-2009
Bronnen o.a.:
- G.H. 's-Gravesande, Sprekende schrijvers (1935)
- Lexicon van de moderne Nederlandse literatuur (1978)
- Querido's letterkundige reisgids (1983)
- NRC (16-06-1983)
- Spectrum Nederlandstalige auteurs (1985)
- Winkler Prins lexicon van de Nederlandse letterkunde (1986)
- Website Koninklijke Bibliotheek (mei 2009)
©2009 Mats
Beek, Veenendaal