Klik hier om te printen

Gerard Reve

Profiel

Achternaam: Reve (tot 1973 van het Reve)
Roepnaam: Gerard (tot 1973 Gerard Kornelis)
Voornaam: Gerard Kornelis Franciscus
Geboren: 14-12-1923
Te: Amsterdam (Betondorp)
Overleden: 08-04-2006
Te: Zulte
Pseudoniem(en): 'De avonden' en 'Werther Nieland' verschenen onder het pseudoniem Simon van het Reve. Vanaf 1953 gebruikte hij de naam Gerard Kornelis van het Reve en vanaf 1973 Gerard Reve. Verder gebruikte hij de pseudoniemen: R.J. Gorré, Mooses, Darger Tavehernen en Herman Zeevaarder.

'Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen
en daarna nog eens tien jaar verplicht.
Dan noemen ze een straat naar me.
En dan ben ik helemaal vergeten.
Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?'
(Gerard Reve, In gesprek, 1983)

Voor tweedehands boeken Ook van Gerard Reve
Raban Internet Antiquariaat Klik hier !

Werk

Poëzie

Proza

Het boek van violet en dood
Omdat ik er toch mede bezig was, dacht ik aan het dode lichaam van Jean-Luc. Zoude hij geheel naakt in de kist liggen, of zoude althans zijn bovenlichaam gehuld zijn in een fraai wit zijden overhemd?
(uit: 'Theo van den Boogaard tekent over de dood: Boekenweektest 2003'. Over: Gerard Reve, 'Het boek van violet en dood')

Brieven

Toneel

Overige non-fictie

Vertalingen/bewerkingen

Vertaald:

Reefdrukken

Bloemlezingen

Tonen

Tijdschriften

Over Gerard Reve

Carmiggelt & Reve Ons leven met Reve

LP/CD/DVD

Diversen: (Zonder een schijn van volledigheid)

Literaire prijzen


Gerard Reve was lid van de jury voor volgende prijzen:

Werk van Gerard Reve geciteerd in overlijdensberichten

rouwadvertentie met tekst Gerard Reve

NRC Handelsblad 21-07-1989

rouwadvertentie met tekst Gerard Reve

Volkskrant, 04-01-1992

rouwadvertentie met tekst Gerard Reve

Volkskrant 21-01-1992

rouwadvertentie met tekst Gerard Reve

Trouw, 01-04-1993

rouwadvertentie met tekst Gerard Reve

Volkskrant, 08-07-1994

Biografische opmerkingen

Anderen over Gerard Reve

Mijn favoriete citaat

Overmorgen is God jarig, maar van mij krijgt hij niks,
Kerstmis kost me zo al zat genoeg,
het vlees weer duurder,
verleden jaar betaalde ik voor een magere varkensrollade 70 cent per ons, nu 80, enz. enz.
Een geluk is dat ik veel buiten het keukenraam kan zetten of hangen,
drank, boter, vlees, vogels, etc.,
zodat de ijskast een beetje ontlast wordt
door het bijspringen van Mother Nature's Fridge.
(Gerard Reve, Brieven van een aardappeleter, blz. 56)

Naar een overzicht van citaten van Gerard Reve

Handtekening Gerard (van het) Reve onder een brief aan 'Hervormd Nederland', advent 1969.

Uit mijn weblog

11-08-2008

Greonterp

Voordat Gerard Reve in Veenendaal kwam wonen woonde hij (van 1964 tot 1971) in Greonterp. Een dorpje van niks. De weg die erheen leidt loopt dood. Dat wordt zo'n anderhalve kilometer voor Greonterp al aangegeven, zodat je gaat twijfelen of je wel goed rijdt. In mijn bronnen vond ik als adres Dorpsweg 32, maar het lijkt nu Dorpswei 16 te zijn. Het huis ligt er verlaten en bijna vervallen bij. Voor een raam op de eerste verdieping zit een stuk hout. Wél zit nog altijd het betonnen naambord in de gevel naast de deur. Het was 'Huize Algra', maar werd later 'Huize het gras'.

     

Op een grasveld (dat van oudsher een kerkhof is, maar daar is weinig meer van te zien) schuin tegenover 'Huize het gras' staan een klokhuis op een grasveld. Met daar weer achter een prachtig uitzicht over het weidelandschap. In het klokhuis, dat in 1822 gebouwd is, hangen twee gedichten van Reve. Uit het gastenboek dat in de toren ligt blijkt dat er meer mensen komen, waarvan pakweg een zesde deel op zoek was naar 'Huize het gras'.

     

Blauwhuis

'De vriendschap' is het café in Blauwhuis, waar Gerard Reve vanuit Greonterp naartoe wandelde. De afstand is ongeveer anderhalve kilometer. Hij schrijft: 'Ik wandel wat meer dan gewoonlijk, en kom daardoor wat vaker dan ik zelf goedkeur - want ik ben een tegenstander van kafeebezoek - in mijn kroeg te B. terecht.' (Nader tot U, blz. 111)

     

05-03-2010

De komende dagen werk ik hard aan mijn lezing over 'De Avonden'. De bovenstaande aankondiging daarvan stond vandaag in 'De Rijnpost', maar wel een beetje verstopt in een algemeen artikel over activiteiten in de boekenweek. Vanavond lees ik 'Ik haat Amsterdam... Amsterdam is een gedoemde stad. Een literaire wandeling door het Amsterdam van Gerard Reve' van Hans Hafkamp. De ondertitel is niet helemaal juist, want in het boekje staan vier wandelingen beschreven. De vierde wandeling gaat specifiek over 'De Avonden'. Gerard Reve woonde op nogal wat adressen in Amsterdam, maar was nooit erg positief over die stad (zoals ook uit de titel van het boekje - uit de brieven aan Carmiggelt - spreekt). Het meest positief was hij nog in de beginzin van de voorpublicatie van 'De Avonden' in ‘Criterium’ in mei 1947:

Wanneer het winter wordt in ons vaderland, ontkomt ook onze goede stad,
waarin het een voorrecht is te zijn geboren,
niet aan mist, vocht en schemering, die overal doordringen.
Boven het glimmende plaveisel hangt reeds smiddags een blauwe nevel van de rook,
die in de straten is neergeslagen en niet kan opstijgen.

Wellicht zelfs te positief, want in de definitieve versie van 'De Avonden' komen deze zinnen niet meer voor. Overigens neem ik dat positieve met een korrel zout, want zeker bij Reve moet je altijd rekening houden met ironie (en melancholie). Vrijwel dezelfde zin staat in Reves handschrift in de facsimile-uitgave van het manuscript en typoscript van 'De Avonden' (2001). In twee versies. Eerste versie:

Beginzin 'De Avonden' vroege versie

En tweede versie:

Beginzin 'De Avonden' vroege versie

In een brief aan Boudewijn Büch van 15-01-1983 schrijft Reve over Amsterdam:

De weedom van de woestijn van glas en beton die grote stad heet.

En in 'Het boek van violet en dood':

Een lugubere feesttent waarop een vloek schijnt te rusten,
want welke gave of welk talent men ook moge hebben:
wie daar blijft zitten zal nooit iets bereiken,
waarom dat zo is dat weet ik niet.

05-03-2010

Boslaan 34

Reve trok in mei 1971 samen met Teigetje en Woelrat in bij de moeder van Woelrat (= Henk van Manen) op het adres Boslaan 34. Reve schrijft op 05-05-1971 aan Carmiggelt: 'We gaan nu definitief aan de Boslaan 34, te Veenendaal wonen, en verkopen zo mogelijk nog dit jaar Huize 'Het Gras', dat is een zeer komfortabel weekendhuis, maar voor permanente bewoning is het ons te eenzaam en te geïsoleerd geworden.' Als Reve bij de Van Manens is ingetrokken, wordt het huis op zijn kosten flink verbouwd en gestoffeerd. Reve schrijft Carmiggelt op 09-06-1971: 'We zijn met deze woning in Veenendaal zeer tevreden. Ditmaal behoeft er niet eindeloos te worden geïnvesteerd. We laten een houten serre aanbouwen, achter, die woonhuis en werkschuur verbindt. Verder komen er aardgaskachels, en wordt de boel van binnen terdege opgeknapt.' Daarvoor is er met regelmaat werkvolk over de vloer, waar Reve zich aan ergert. Hij schrijft op 17-06-1971 aan Carmiggelt: 'Dit is de vierde dag, dat het werkvolk in het huis kampeert. De stoffeerder die op trap en portalen een lichtgroen, krankzinnig duur vast bordeeltapijt legt, praatte vanmiddag enige uren met de loodgieters. Begrijp jij, waarom die mensen, met elkanders adem prakties onder elkanders neus, zo schreeuwen moeten? Het privaat ligt ongeveer midden in het arbeidsveld van de stoffeerder. Je bakt zo goed als bovenop hem - in ieder geval waait hem de rook van je bolknak pardoes in het gelaat, want in arbeiderswoningen duwt de wind door het pleeraam de stank door het gehele huis heen inplaats van hem naar buiten te zuigen.' Nop Maas liet tijdens zijn lezing bij Van Kooten vorige maand voorzichtig vallen dat hij vond dat de familie Van Manen wel financieel misbruik van Reve heeft gemaakt. Reve laat in een brief aan Carmiggelt van 20-06-1971 blijken het allemaal zelf ook wel duur te vinden: ' We vieren nu het feit dat we, in een vlaag van gezond verstand, niet in R., maar hier zijn gaan zitten. Vandaar die geldsmijterij, want dat is het, gemeten met de peilloze armoede mijner jeugd en jongelingsjaren. Het tapijt op trap en portalen kost, geloof ik, 862 gulden. Ik heb een verdenking, dat Henk zijn moeder snachts, als we alle drie slapen, zich uit haar slaapkamer begeeft en geruisloos op handen en voeten zich op de vloerbedekking voortbeweegt en af en toe haar wang langs een traptrede wrijft. Altijd gekookt op een driepitsoliestel, en houtskool, en met zijn allen uit één grote schaal gegeten. Geen kranen, maar nog zelf water halen bij de bron, weer of geen weer. Zeer nette en deugdzame armoede. Nu heeft ze een fornuis, dat van onderen bovendien gashaard is, met een bakoven waarin een lichtje de bruinende kip beschijnt achter dubbel glas waartussen een wijzerthermometer. God weet wat het kost, maar een en ander is erg prakties. Ik zei, toen het gemonteerd was en in bedrijf gesteld: 'Had U dat ooit gedacht, dat U nog eens zo een welgestelde schoonzoon zou krijgen, die U zulk een duur fornuis zou geven?' Vanmiddag fotografeerde ik het huis. De door/voor Reve aangebouwde serre is van opzij nog steeds te zien. Gerard Reves kamer was aan de achterkant, achter het linker raampje.

Boslaan 34 Veenendaal Boslaan 34 Veenendaal

La Montagne

Simon Carmiggelt en zijn vrouw komen bij Reve op bezoek. Moeder van Manen maakt nassi klaar. Reve schrijft op 12-06-1971: 'Henk zijn moeder laat jullie groeten en vraagt of jullie van nassi houden. Ze maakt onvoorstelbaar goed nassi of bami: niet klef of vet, zoals in zovele betaalde eetgelegenheden.' en 's nachts slapen de Carmiggelts in een hotel. De gedachten van Reve gingen daarbij in eerste instantie uit naar La Montagne (wat toen niet alleen restaurant, maar ook hotel was). Hij schrijft op 05-05-1971: 'Wanneer jullie in De S. verblijven, kunnen we jullie halen en brengen, ook op één dag. Is dat wat gejaagd, dan is hier een heel rustig en degelijk hotel, La M. De bossen zijn hier altijd verlaten, zelfs bij mooi weer op feestdagen: de mensen gaan hun autoos niet meer uit. Allerlei maatschappijbeschouwers klagen daar in velerlei geschriften over, maar ik vind het een zegen.' En hij herhaalt die uitnodiging op 09-09-1971: 'Hierbij de data die ons goed schikken: 23, 24, 25 en 26 juni. we halen jullie uit en brengen jullie terug naar de S. Je kunt ook, als het jullie laatste dag aldaar is, hier savonds blijven in Hotel La M. Dat ligt een minuut of tien lopen hier vandaan, aan de rand van het woud. Het is er redelijk stil. Er is een gestage klandizie, maar het i ser nooit omaangenaam vol. Het wordt terecht of ten onrechte voor sjiek gehouden. In ieder geval word je er voorkomend behandeld, en er wordt je niets opgedrongen. Ik voel me in geen enkel etablissement op mijn gemak, maar daar gaat het nog.' Helaas blijkt het hotel al volgeboekt op de gewenste datum. Reve schrijft op 12-06-1971 aan Carmiggelt: 'We zijn er meteen op uit gegaan om een kamer voor jullie te boeken. La M. was voor weken vol, vermoedelijk omdat ze maar heel weinig kamers hebben, en in de eerste plaats restaurant zijn. We kregen er een hotel in R. aanbevolen. Ik vond de afstand een bezwaar: R. is wel heel dichtbij, maar je moet toch nog met de automobiel een nogal gecompliceerd en gevaarlijk traject afleggen. Woelrat kwam op het idee, gewoon eens het grote, foeilelijke gloednieuwe hotel midden in V., aan het dorpsplein, te gaan bekijken. We waren daar tijdens de maksimale herrie rondom van autoos, bromfietsen en markt, maar jullie kamer, met badkamer en balkon, is drie of vier hoog, ziet over de stad uit en ontvangt het stadsgeraas nog slechts als een heel ver, vaag gemurmel dat mij, waarlijk een echte geluidsneuroticus, niet stoorde. En dat was ongeveer midden op de dag. Ik werd in de kamer niet zwaarmoedig. De kamer heeft nummer 13, maar dat is in Italië een geluksgetal, en de kelner die ons de kamer toonde, was een Italiaan. (Er bestaan ook mensen, die alles van tevoren alzien, wat later gebeurt.) Kijk, dit hotel is te belopen, als we savonds laat allen wat loom zijn van de vruchten van de wijnstok. De deur gaat om kwart voor één dicht, maar als een latere binnenkomst tijdig wordt aangekondigd, krijg je een sleutel. (Net als vroeger. Ze hebben hier Indië nog.)

La Montagne La montagne

08-03-2010

Gerard Reve wandelde dagelijks van de Boslaan, langs La Montagne, naar de schietbaan in het Schupse Bos achter het Julianaziekenhuis. Daar zat hij op een stenen muurtje enkele uren te schrijven. Hij schrijft op 07-09-1971 aan Carmiggelt: 'Werkelijk doodop ben ik, maar ik werk als een bezetene, zo banaal als het klinkt. Vijf en dertig dichtbeschreven kwarto vellen reeds. Vanmorgen vroeg in het woud, als gewoonlijk zittend op de bakstenen muur van de schietbaan, 2¼ bladzijde geschreven, tot ik versteend was van koude.' In deze week van september kwam de nieuw gekochte auto (een autobusje), maar Reve wilde dit hoofdstuk afhebben, voordat hij de routine doorbrak. Hij schrijft op 10-09-1971 aan Carmiggelt: 'Ik heb sedert eergisteren mijn nieuwe automobiel, en ben er erg tevreden mede. Ik zat in de laatste tien dagen vóór de komst van die wagen alweer in angst, omdat ik vreesde dat het voertuig mijn kunst zou bedreigen. Zodra dit hoofdstuk af is (ik ben nu op het midden van de 39ste geschreven pagina klad) ga ik de auto gebruiken om elke dag het woud in te rijden en daar, in de auto, te schrijven tot de koude het mij onmogelijk maakt, en ik weer terug moet. Nu, zo lang als ik aan dit hoofdstuk bezig ben, durf ik de bestaande routine nog niet te veranderen. Die houdt in, dat ik smorgens vroeg naar het bos achter het J.-ziekenhuis loop en daar een uur zit te schrijven op de bakstenen muur van de schietbaan. Ik probeer vóór de koude uit te werken, en ongeveer de voorgenomen produksie gereed te hebben tegen de tijd dat de koude het werkelijk fysiek onmogelijk maakt verder te schrijven. Maar dan heb ik toch 400 tot 600 woorden op papier staan. Die schrijf ik thuis, in een iets verbeterd tweede klad over, en ga daarna nog een 300 of 400 woorden verder. Aan die werkwijze wil ik mij tot het einde van het hoofdstuk houden. Ga ik nu, midden in een bepaald werkstuk, met de automobiel in het woud staan, dan komt er misschien niets meer, of misschien juist wel meer dan ooit, maar wegens de onzekerheid van de uitslag waag ik het er liever niet op.

Schietbaan in het Schupse bos schietbaan in het Schupse bos

In dat Schupse bos, rechter achter het ziekenhuis, was ik in die tijd elke zaterdag te vinden. Het clubhuis van Scouting (toen nog Padvinderij) lag naast het ziekenhuis en in datzelfde bos deden we allerlei spelen met de welpen en verkenners. Ook op die schietbaan. Er lag een schietbaan voor kleiduivenschieten met aan de ene kant een houten gebouwtje en aan de andere kant een enorme berg zand. In die berg zand zochten we kogels en resten van de kleiduiven. Van deze schietbaan is niets meer terug te vinden. Het zal ook niet de schietbaan geweest zijn waar Gerard Reve zat te schrijven, want voorzover ik me herinner was daar geen stenen muurtje. Iets verder in het bos stond een stenen gebouwtje. Daar werd - binnen - door de leden van de schietvereniging met pistool geschoten en dat moet de plek geweest zijn waar Reve zat te schrijven. Op de bovenstaande foto's is te zien wat er van dat gebouwtje nog over is.
Dat Schupse bos is nu niet meer vrij toegankelijk. Het Prattenburgse bos, dat eraan grenst is dat wel. Vanuit het Schupse bos, op een bospad waar Reve toen dagelijks gelopen moet hebben, zie je de nieuwe bebouwing op de plek waar toen het Julianaziekenhuis stond.

Schupse bos Schupse bos


10-03-2010

Vanmiddag ben ik in het gemeentearchief op zoek geweest naar een bericht over de vechtpartij van Gerard Reve in de Albert Heijn in Veenendaal. Hij noemt het zelf in zijn brief aan Simon Carmiggelt op 09-06-1971: 'Ik heb hier al gevochten ook, in Veenendaal bedoel ik. Er was een man, in een grote zelfbedieningszaak, die mij jende en beledigde. Hoewel ik naderhand weder aan verterende twijfel uitgeleverd was, of hij wel gezegd had wat ik meende te horen. Zo blijf je tobben. Ik sloeg hem op zijn gelaat, maar die kerel was veel sterker dan ik, en velde mij terstond! Nou ja, dat was achteraf toch weer beter dan andersom. Misschien was die man wel erg ongelukkig en had hij veel verdriet, waar ik geen weet van had. Je kent de moeilijke omstandigheden van je medemens, die toch een medeschepsel is, dikwijls te weinig. Wel een moeilijke man, hoor. Polietsie, zaak gesust, ik natuurlijk fout, juridies. Snelle rekensom: 100 gulden boete, 50 gulden schadevergoeding, tocht naar politsierechter helemaal in Arnhem. Ongewenste publiciteit. (Ik moet niet te flink voor de dag komen. Je kunt beter 'eenzaam worstelen' en in stilte lijden, en een voortdurend tobbende bangerd zijn. Daarmede vertolk je het algemeen menselijke. Je moet een aardige en gezellige indruk maken maar niet al te moedig en al te eerlijk te voorschijn treden. Ik man 150 gulden betaald, voor verwoeste kleding, verloren werkdag, en oog als een wandelende nier. (Mocht deze vergelijking je bevallen, dan staat zij tot je beschikking.) Daarmede wederzijdse aanklachten: belediging en mishandeling, ingetrokken. Zo zou het over de gehele wereld moeten wezen, dan was er vast en zeker minder oorlog.' Als Reve dit op 9 juni aan Carmiggelt schrijft, dan moet het in de dagen daarvoor gebeurd zijn. In het gemeentearchief bewaren ze tientallen jaargangen van dagblad 'De Vallei' (die krant is opgegaan in de 'Gelderlander'). Uit de doos van juni 1971 bekeek ik bladzijde voor bladzijde de kranten van 1 t/m 8 juni. Niets gevonden (wel een interessant artikel van zaterdag 05-06-1971 over de grafsteen in Rhenen van Simon Gorter, vader van Herman Gorter). Ik heb nog een keer die kranten doorgespit: niets. Dan moet het verderop staan (pas later bekend geworden) of al in mei (iets eerder gebeurd). Toen was ik er snel uit. Het artikeltje staat in 'De Vallei' van 09-06-1971, dezelfde dag waarop Reve de brief aan Carmiggelt schreef:

Knipsel vechten Reve

Zou die Koedam nog leven? Ik zou zijn kant van het verhaal wel eens willen horen! Zou de politie dit vastgelegd hebben en na hoeveel jaar mag je dat inzien?

20-03-2010

Vanmiddag was dan mijn lezing in de bibliotheek over Gerard Reve, zijn 'De Avonden' en over zijn periode in Veenendaal. Ik was enigszins, maar gelukkig niet té gespannen. Er hadden zich negenentwintig mensen aangemeld, van wie er vijfentwintig ook daadwerkelijk aanwezig waren. Een ruime drie kwartier blijkt snel om te zijn en ik moest inderdaad hier en daar een keuze maken. Op de eerste foto spreek ik vóór de lezing met Jeanette Sonneveld. Op de achtergrond staan Theo en Heimen (over wie ik gisteren schreef dat hij aan 'Met het mes op tafel' meedeed). De mijnheer links op die foto is een lezer van dit weblog, had hier over de lezing gelezen en kwam speciaal voor de lezing uit Apeldoorn naar Veenendaal. We blijken het één en ander gemeen te hebben, zo bleek in een pauze (waaronder een warme belangstelling voor C. Buddingh' en voor de Hoge Veluwe).

Lezing Reve in de bibliotheek Lezing Reve in de bibliotheek

11-11-2010

Vanmiddag was er een bijeenkomst bij Patrimonium Woonstichting in Veenendaal. Op het huis (Boslaan 34) waar Gerard Reve in 1971/1972 woonde werden twee plaquettes onthuld die daaraan herinneren. Een goed initiatief.
Om twee uur was er eerst een kop koffie in de kantine van Patrimonium. Daar voerde Piet de Vrije het woord en daarna maakte hij in een een soort kringgesprek een rondje langs een aantal aanwezigen. Vooral Henk van Manen (Woelrat) en Willem van Albada (Teigetje) kregen het woord. Zij boden hun literair archief aan, als er in Veenendaal een plek voor een soort Teigetje en Woelrat-museum zou komen. Een wisseltentoonstelling in het Viseum zit er wel in. Of er een mogelijkheid voor een eigen museum is, vraag ik mij af .
Met de bus (omdat het ontzettend regende) reden we naar de Boslaan, waar de wethouder samen met Teigetje en Woelrat de plaquettes onthulde.

Boslaan 34 Boslaan 34
Boslaan 34 Boslaan 34

Terug in de kantine van Patrimonium was er nog een borrel én voor iedereen het boek 'Provinice Utrecht, literaire reis door de tijd', samengesteld door Jan-Paul Rosenberg van Stichting Achterland. Dit is een boek in een serie bloemlezingen over provincies, steden en streken. Jan-Paul Rosenberg was er zelf vanmiddag ook en ik raakte met hem aan de praat, o.a. over mijn literaire reisgids. Ik kan wel plezier hebben van zijn serie boeken (als informatiebron) en wellicht kan ik hem verder helpen waar het nog te maken bloemlezingen betreft.
Oorspronkelijk zou er alleen het bordje naast de deur onthuld worden. Ik mailde Piet de Vrije dat er eigenlijk toch wel een gedicht op die muur zou moeten (in het kader van 'Gedichten op muren'). Reves gedichten werden - zo vlak naast een protestants christelijke basisschool - niet passend gevonden. Daarop stelde ik hem deze tekst uit een brief aan Josine M. voor. De bronvermelding had in een iets kleiner lettertype gemogen.

25-04-2013

De onthulling van het gedicht van Gerard Reve gisterenmiddag was heel leuk. Piet de Vrije vertelde wat, wethouder Bouwmeester hield een toespraakje, ik zei wat en las mijn gedicht voor en Henk van Manen (Woelrat) las voor uit enkele (niet gepubliceerde) brieven die Gerard Reve aan hem en Teigetje schreef toen ze met zijn tweeën in Rome op vakantie waren. Daarna was er nog een drankje en veel hapjes in gebouw Panorama.
Martijn was er ook. Omdat hij deze middag op Tygo paste, bracht hij hem ook mee. Tygo kwam bij mij staan toen ik mijn gedicht voorlas en uiteindelijk heb ik samen met Tygo (op mijn arm) het gedicht onthuld. Thuis vertelde Tygo aan Gijs dat hij een handdoek van de muur had getrokken!
Martijn maakte deze foto's met zijn telefoon:

De stadsdichter leest een gedicht over Gerard Reve Tygo onthult het gedicht van Gerard Reve

In gebouw Panorama praatten we wat na. Henk/Woelrat gaf aan graag naar Veenendaal te komen om meer uit de brieven van Reve voor te lezen. Dat zou in de bibliotheek kunnen, maar ook bij ons op school. Wellicht is er ook een combinatie mogelijk.

08-04-2014

Vanmiddag is in de bibliotheek een tentoonstelling over 'Gerard Reve in Veenendaal' geopend. Het materiaal ervoor komt uit het archief van Teigetje en Woelrat. Het idee ervoor ontstond in april vorig jaar, toen ik een gedicht van Reve op een muur van een flat van Patrimonium mocht onthullen. Bij de borrel erna kwam ik met de directeur van de bibliotheek en Teigetje en Woelrat te spreken over hun archief: veel brieven van Gerard Reve, maar ook brieven van Simon Carmiggelt, andere handschriften van Reve, gesigneerde boeken enz. Veel van dat materiaal is nu een half jaar in de Veense bibliotheek te bezichtigen.

Teigetje spreekt Woelrat overhandigd
Fries 'Graf te Blauwhuus' Tentoonstelling Reve
Haar Gerard Reve Reve en Polak

Op de bovenste foto's een toespraak van Teigetje en Woelrat, die burgemeester Kolff een cadeau overhandigt.
Op de middelste foto's een doek met daarop een Friese vertaling van Reves gedicht 'Graf te Blauwhuus' en een overzicht van de vitrines.
Op de onderste foto's door Reve gedateerde enveloppen met zijn afgeknipte haar en een foto van Gerard Reve en Johan Polak.

Moeilijk te fotograferen, maar heel interessant was bijvoorbeeld een handschrift van Reve van een tekst (met veel doorhalingen) die hij bij Mies Bouwman uitsprak over zijn mening over Nederland. Samenvatting: een rotland, maar ik zou nergens anders willen wonen. Ook interessant: de tekst van minister Klompé bij de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs.

Na afloop van de opening sprak ik met Woelrat door over hun modeshow in dezelfde bibliotheek op vijf april. Leerlingen van onze school gaan tijdens die modeshow teksten van Gerard Reve voorlezen. Het lijkt Woelrat een goed idee als de leerlingen (ook) teksten uit brieven van Gerard Reve aan hen (toen zij op vakantie naar Rome waren en Reve thuisbleef) gaan lezen. Ik ga komende week daar met hem over mailen en als we besluiten dat te doen, zal ik hen wellicht in Amsterdam gaan bezoeken om samen die teksten te selecteren.

 

Voor Gerard Reve
De dag doet mij de dampen aan,
maar 's avonds met de lampen aan
maakt Koning Alcohols bewind,
dat ik het niet zo erg meer vind.
(Jan Boerstoel, Drinken doet een beetje zeer, blz. 23)

De spellingcontroleur die in mijn computer is aangebracht, wil niets van schrijvers weten. Hun namen zijn fout. Ook Gerard Reve wordt afgewezen. Zijn voornaam wordt Geaard. De achternaam, al even passend, Revue. Maar Ree vindt het programma net zo goed. Dat staat wat iel naast Wolf of Tijger, maar klinkt wel teder. (Frans van der Helm)

Bronnen o.a.

eXTReMe Tracker