Klik hier om te printen

Stef Bos

Profiel

Achternaam: Bos
Roepnaam: Stef
Geboren: 12-07-1961
Te: Veenendaal
Pseudoniem(en): Voor zover mij bekend heeft Stef Bos niet onder pseudoniem gepubliceerd.

Voor tweedehands boeken Ook van Stef Bos
Raban Internet Antiquariaat Klik hier !

Werk

Boeken

Ja!

Brieven

Stef Bos schreef een voorwoord voor

Theater

Ruimtevaarder

CD's

DVD´s

Storm

Vertalingen/bewerkingen

Televisie

Stef Bos schreef een voorwoord voor

Bloemlezingen

Tonen

Diversen: (Zonder een schijn van volledigheid)

Prijzen

Opmerkingen

Anderen over Stef Bos

Mijn favoriete citaat

Het mooiste moment van de dag is wanneer de zon onder is,
maar nog net indirect een beetje tegen het wolkendek schijnt.
De valavond noemen ze dat in het Vlaams.
Dat is tussen dood en leven, tussen licht en donker.

(Stef Bos, Gelders Dagblad, 04-10-97, Hoe Stef Bos het gevoel ontdekte)

25 november 2006

Vanochtend werd Stef Bos bij Boekhandel van Kooten geïnterviewd door Wim Huijser en Bert den Boer. Een jaar terug spraken ze bij hem thuis met Stef voor hun interviewboek 'Leef je Verlangen'. Dat boek is al aan een tweede druk toe. Vandaag zetten ze het gesprek voort. Het was interessant en vooral een écht gesprek. Stef Bos speelt geen rol, maar is zichzelf en geeft open antwoord op de gestelde vragen. Als die vragen dan goed zijn voorbereid (en dat waren ze) ontstaat er een boeiend geheel. Het ging over verlangen, over Stefs jeugd in Veenendaal, over zijn band met Zuid-Afrika, over het ontstaan van liedjes en gedichten en over 'naast jezelf blijven lopen'. Wim verraste Stef met een vraag over de gelijkenis van zijn CD 'Ruimtevaarder' met een dichtbundel van Hans Andreus die ook 'De Ruimtevaarder' heet. Stef kende de bundel niet, toen hij aan zijn 'Ruimtevaarder' werkte. Later is hij er wel op gewezen, herkent er dingen in en vermoedt dat Andreus even oud was als hij en op dat moment met vergelijkbare levensvragen worstelde. Een opmerkelijk 'extraatje' bij deze vraag was dat Stef Bos ooit, toen hij een jaar of zes was, Hans Andreus gezien heeft in de winkel van zijn vader. Die ontmoeting is hem bijgebleven. Tot op dat moment dacht hij dat boeken uit een fabriek kwamen, net als chocoladerepen. Toen besefte hij dat boeken door iemand geschreven worden, dat er iemand is die nadenkt over de woorden van 'Meester Pompelmoes'. Wellicht is dat gegeven medebepalend geweest voor de keuzes die Stef Bos in zijn leven heeft gemaakt.

Ik kocht de boeken 'Alles wat was' (een boek met alle liedteksten, gelardeerd met foto's, knipsels en commentaren én met een CD met 11 niet eerder op CD verschenen nummers) en 'JA!' (zijn laatste boek met poëzie, geïllustreerd door Eric de Bruijn). Uit dat laatste boek las Stef ook het één en ander voor (zie foto). Vooral zijn Zuid-Afrikaanse teksten intrigeren me, zeker als hij er iets over het ontstaan bijvertelt. Van de tafel met aanbiedingen nam ik ook nog 'Trou Moet Blycken' van Gerrit Komrij mee. Eén van zijn boeken met commentaar op poëzie van anderen. Stef Bos was tenslotte ook nog zo vriendelijk om de boeken die ik van hem kocht te signeren. Hieronder een scan van zijn opdracht en handtekening in 'Alles wat was' en een fragment van zo'n Zuid-Afrikaans gedicht:

 

Die Witmense
bid tot hulleself
en noem dit
God

De Witmense
leef vir die toekoms
luister nie meer nie
na die stemme
van die dodes
Hulle dink
die verlede
is verby
Monoloog in twee kleure II (fragment)

26 april 2010

Ik bereid me vanavond voor op het interview met Stef Bos van morgenmiddag. De standaardvragen die ik 'Veense schrijvers', die ik interview, ga stellen zijn:
- Wat heb je met Veenendaal?
- Wat heb je met boeken?
- Wat heb je met Van Kooten?
Daarbij wil ik wel voorbereid zijn op de mogelijke antwoorden en waar mogelijk ook in kunnen spelen op het werk van de geïnterviewde. Speuren naar 'Veenendaal' in de liedteksten van Stef Bos levert weinig op. Hij noemt de naam 'Veenendaal' in geen enkel nummer. Vooral in zijn vroege nummers verwijst hij wel naar zijn jeugd en dus ook naar Veenendaal. In 'Is dit nu later' zingt hij We speelden ooit verstoppertje / In de pauze op het plein. Stef zat op de Koningin Juliana School en het plein was aan de achterkant van de school en in 'Pepermunt' zingt hij Toen de dominee op dreef was / tegen oorlog en geweld / en ik alle kleine ruitjes / van elk kerkraam had geteld. De familie Bos kerkte in de Brugkerk en de ruiten van die kerk tellen inderdaad veel hele kleine ruitjes. Maar dit zijn veel meer verwijzingen naar zijn jeugd dan specifiek verwijzingen naar Veenendaal.
Veenendaal komt wél met nadruk aan de orde in zijn boek uit 2005 'Alles wat was'. In dit boek staan de verzamelde liedteksten van 1980 tot 2005. Maar tussen de liedteksten door staan er foto's van zijn jeugd en commentaren op de liedteksten en het ontstaan van die liedteksten. Bijvoorbeeld een klassenfoto vóór de lagere school op blz. 14/15, een scan van zijn paspoort; Steven Bos, woonplaats: Veenendaal, geboorteplaats: Veenendaal en een pasfoto met een jongenskoppie (al was hij al wel 1.80 meter groot) op blz. 18, een inleiding voor een verhaal over her ontstaan van de tekst ‘Papa’ op blz. 24: Een zondagmiddag. Veenendaal. Ik zag mijn vader kijken naar zijn handen alsof hij staarde in de verte. Dat nogal schijnbaar betekenisloos moment trof mij omdat ik wist dat ik soms op precies dezelfde manier afwezig kan zijn in gezelschap en het mooiste verhaal waarin hij Veenendaal noemt op blz. 90:

Ik ben geboren in Veenendaal. Een dorp in Nederland,
gesticht door Vlaamse boeren uit de Kempen in de zeventiende eeuw.
Ze moesten daar turf steken om de stadswallen van Antwerpen te verhogen.
Dat ontdekte ik pas toen ik in die stad aan de Schelde woonde.
Sterker nog: ik woonde toen op de Begijnvest. De oude stadswallen.
Ik woonde op mijn eigen geboortegrond in een ander land.

6 april 2012

Stef Bos presenteert eind april in de Cultuurfabriek een nieuw boek: 'Door de ogen van mijn vader'. Jeugdfoto's van hem, van het gezin Bos, gemaakt door zijn vader. Stef schreef teksten bij de foto's. Gisteren kreeg ik een mailtje van hem, waarin hij me vraagt of ik bij die presentatie iets wil zeggen, omdat ik de 'materie van zijn taal en zijn herkomst' ken. Dat lijkt me leuk. Hij mailde me ook een pdf'je van het boek en zulke foto's openen onmiddellijk de sluizen van de herinnering in mijn hoofd. Het wordt een leuk boek voor liefhebbers van Stef Bos, maar het wordt veel meer dan dat: het is een tijdsbeeld op zich. De kleding van de jaren '60, de strandfoto's, de foto's van gezinsuitstapjes. Iedereen van onze leeftijd heeft ergens op zolder vergelijkbare foto's (of dia's) liggen. Daarbij overlappen onze jeugdjaren elkaar voor een deel. We zaten samen op de gereformeerde knapenvereniging ('Club' noemden we dat) en die 'club' werd geleid door Gert, de oudere broer van Stef. Later zaten we beiden op 'Felua', waar Stef de havo-top deed en ik de pedagogische academie. In de juwelierszaak van zijn vader kochten we - van het kleine beetje geld dat mijn grootouders uit Zeist na hun overlijden te verdelen hadden - een wandklok als herinnering aan mijn grootouders. Die klok tikt intussen al tweeëndertig jaar onze minuten weg. Ik weet niet zeker of Stef dit goed vindt, maar ik pik ter illustratie van het bovenstaande vast een foto uit het nieuwe boek:

Stef Bos aan het strand

14 april 2012

Op 27 april om 16.00 uur presenteert Stef Bos in de 'Cultuurfabriek' het fotoboek van zijn jeugd 'Door de ogen van mijn vader'. Ik mag daar een kleine rol bij spelen.
Ook de plaatselijke pers gaat hiermee aan de gang. Martin Brink schrijft erover in 'De Rijnpost' van aanstaande woensdag én mailt me nu al enkele foto's die hij maakte van Stef en zijn vader. Hier met de Ipad van pa met daarop een foto van peuter Stef aan het strand. Martin denkt dat vader Bos de enige bewoner van dit bejaardenhuis met een Ipad is.
Martin: bedankt voor de foto's!
Stef Bos en zijn 'papa' - foto: Martin Brink.

27 april 2012

Cultuurfabriek Cultuurfabriek

Het was druk in de cultuurfabriek. Ik was toch al wat nerveus en dat werd niet minder toen ik de hoeveelheid mensen zag, plus de cameraploeg van de Vlaamse zender VTM. Stef Bos vertelde over zijn boek, zong een lied over Veenendaal, de burgemeester gaf het eerste exemplaar van het boek aan de vader van Stef, Stef las enkele teksten uit het boek voor, ik deed mijn verhaal (waarbij het goed lukte om Stef daarbij te betrekken) en Stef zong nog twee nummers. Het eerste daarvan was 'Papa' en dit was de eerste keer voor hem dat hij dat zong terwijl hij zijn vader, die drie meter bij hem vandaan zat, recht in de ogen keek en na het nummer omhelsden ze elkaar (dat moet wel mooie televisie opleveren).

Ik hield mijn verhaal in drie delen:

Stef en ik als Veense jongens

Veenendaal had in 1959 nog maar 17869 inwoners. Het was een dorp en is dat eigenlijk nog steeds. Ik had goed geluisterd naar de burgemeester die voor mij sprak en ook die had het over een dorp. Dat het nog altijd een dorp is, merk je ook aan het feit dat je binnen de kortste keren gezamenlijke kennissen blijkt te hebben. Een voorbeeld: De vanmiddag begraven Jan van Schuppen was de 'overbuurman' van Stef in de Hoofdstraat.
Veenendaal was een dorp van wol en sigaren. De Hollandia wolfabriek tegenover ons huis (op die plek staat nu de bibliotheek waar de boekpresentatie plaatsvond. Vanaf de plek waar ik stond kon je de dakkapel van mijn kinderslaapkamer zien!). De Scheepjeswolfabriek op een steenworp afstand van Stefs huis. En elke Veenendaler van boven de vijfenveertig jaar kent nog de grote rode, verlichte letters op het dak van de Scheepjeswolfabriek (zichtbaar vanaf de snelweg) en het Scheepjeswolschaap dat voor de harmonie liep.
Wij kenden elkaar destijds ook omdat we beiden aan dezelfde kant van het spoor woonden. Die spoorlijn verdeelde het dorp in tweeën en jongens van ten zuiden van de spoorlijk kenden we nauwelijks.
Ik vroeg me af of Stef op Lampegietersavond meeliep met de optocht, of dat hij vanuit huis de optocht bekeek, die toen immers nog door de Hoofdstraat ging. Stef herinnert zich weinig van die optochten, maar herinnert zich wel de rellen na afloop en het ingrijpen daarbij van de M.E.
Ik refereerde aan het verhaal van de Veense turf in de stadswallen van Antwerpen en het feit dat Stef in Antwerpen in feite nog altijd op zijn geboortegrond woonde. Die voorzet kopte hij moeiteloos in.

Stef Bos Stef Bos

Hij stond nu toch naast me. Daarom vervolgde ik met de vaststelling dat het een grote stap is van tiener die voor de politie uitholt naar het ambassadeurschap van Veenendaal. In de Koninginnedagbijlage van de Veenendaalse krant noemt de burgemeester Stef 'ambassadeur van Veenendaal'. Ik stelde vast dat je, als je ambassadeurs hebt, geen dorp of stad bent maar ..... en Stef ging ook hier in mee en gaf het antwoord .... een land. Dan is Elzenga dus geen burgemeester .... maar koning. En dan is de komst van Beatrix naar Veenendaal dus geen visite ..... maar een staatsbezoek. Kijk. zei ik tegen de burgemeester, dan heb ik wel vrede met de hoge kosten. Over dit ambassadeurschap en deze redenering schreef ik vanochtend heel vroeg nog dit Ollekebolleke:

Stef Bos uit Veenendaal
is nu ambassadeur
van zijn geboortedorp.
In spijkerbroek!

Als dat zo is zijn wij
staatsonafhankelijk.
En Beatrix komt dus
op staatsbezoek.

Stef en ik als gereformeerde jongens

We kerkten beiden in de Brugkerk, waar we tijdens saaie preken alle ruitjes van elk kerkraam telden. We waren lid van dezelfde 'club' (de gereformeerde knapenvereniging). Mijn broer Jan 'zat daar ook op' en Stefs broer Gert was één van de leiders. (Mijn zus AnneMarie zat ook nog eens bij Stefs zus Loes op padvinderij bij de kabouters) Van Stefs broer Gert weet ik nog dat hij 'Kopstukken' van Godfried Bomans voorlas. Ik was daar toen zeer van onder de indruk en dat heeft ongetwijfeld mede mijn interesse voor literatuur aangewakkerd. Al vraag ik me nu wel af of dat niet een véél te katholieke schrijver was voor zo'n gereformeerde 'club'? Ik memoreerde verder dominee Bottenburg en het feit dat Gert, Stef en ik naar school (Pedagische Academie en Havo-top) gingen op Felua in Ede. Vanmiddag begreep ik dat de overeenkomst tussen Gert Bos en mij nog verder gaat: we zijn allebei begonnen als onderwijzer op een basisschool en we zijn nu allebei leraar Nederlands.

Stef en ik als jongens uit een middenstandsgezin

Onze ouders hadden een eigen zaak. Dat bepaalt voor een deel je opvoeding. Een juwelierszaak is heel wat anders dan een autobeklederij, maar overeenkomsten zijn er ook: wij mochten op zondag niet in de autobeklederij tafeltennissen (klanten zouden het kunnen zien). Stef mocht geen keiharde muziek draaien (klanten konden dat in de Hoofdstraat horen). Hij vertelde dat het bij het draaien van lp's van Led Zeppelin is voorgekomen dat zijn vader de stop in de meterkast eruit draaide.

Ik sloot af met nog iets over het boek te zeggen. Het is niet alleen een leuk boek voor fans van Stef, het is veel meer dan dat, het is vooral de herkenning van een tijdsbeeld: de korte broek, de zwempakjes, de step, de jongensbril van Stef ('Heb je nu lenzen?' vroeg ik hem. Dat is niet zo. Op een gegeven moment was de bril niet meer nodig), het tafelkleed, de speelgoedwigwam, het groene gaas om de border af te zetten, de auto’s, het sprookjesbos van de Efteling, het paardrijden aan het strand, de bolderkar. Iedereen die in de jaren '60 en '70 opgroeide, herkent deze zaken en heeft er foto's of dia's van op zolder.
Op de laatste vier bladzijden van het boek staan geen foto's meer. De linkerbladzijde is leeg en daarnaast staan twee vierregelige gedichten:

Toen mijn moeder
Haar ogen sloot
Nam mijn vader
Geen foto’s meer

Alsof zonder haar
Niets nog
De moeite waard was
Om vastgelegd te worden

Heel mooi. Misschien zijn dit wel de aangrijpendste bladzijden uit het boek.

Stef Bos Stef Bos en zijn vader

Links

handschrift Stef Bos
Handschrift Stef Bos

Bronnen o.a.