Fenna de Meyier
Profiel
Achternaam: de Meyier
Voornaam: Fenna
Geboren: 20-05-1874
Te: Indramajoe (Java)
Overleden: 12-11-1943
Te: Wageningen
Pseudoniem(en): Fenna de Meyier publiceerde ook alleen onder haar voornaam: Fenna.
| Voor tweedehands boeken | Ook van Fenna de Meyier |
| Raban Internet Antiquariaat | Klik hier ! |
Werk
Proza
- Onbegrepen ziel (1897)
- Schijn (1902)
- Tropische bloemen (1903)
- "Ik worstel en kom boven" (1905)
- Wilde vogel (2 delen) (1909)
- Onder de Indische zon (1910)
- Het geluk van Thea Wencke (2 delen in 1 band) (1913)
- Zonnebloem (1917)
- Zondaresje (1920)
- De zuivere bron (1923)
- Vergeefsche vlucht (1927)
- De keuze (1928)
- Timbres poste des Pays bas (1929)
- Het was Nina (1932)
- Het leven gaat door (1935)
- Doolhof (1936)
Voor kinderen:
- De toovervogel (1929)
- Magda en haar vader (1934)
Vertalingen/bewerkingen
- Romain Roland, Jean Christiphe: de geschiedenis van een jeugd (met B. Stolk) (1916)
- Gedachten van Blaise Pascal (1919)
- Paul Colin, Romain Roland (1921)
- Albert Keim en Louis Lunet, Napoleon (1922)
- Stendhal, De abdis van Castro (1922)
- Karl Gjellerup, Hoge molen (met Dorothée Buys) (1923)
- Édouard Estaunié, De gebrekkige met de handen van licht (1924)
- Claude Anet, De ondergang eener wereld (1928)
- Claude Anet, Het drama van Mayerling (1930)
- François Mauriac, Een jeugdliefde (1931)
- Aino Kallas, Het witte schip (1931)
- H.D. Boylston, Verpleegster (1938)
- H.D. Boylston, Leerlingverpleegster (1938)
- Jacques Chevalier, Ons geestelijk leven en het hiernamaals (1939)
- H.D. Boylston, Wijkverpleegster (1940)
- H.D. Boylston, Plattelandsverpleegster (1941)
- François Mauriac, De pader der liefde (heruitgave van 'Een jeugdliefde') (1956)
Bloemlezingen
Tijdschriften
- Fenna de Meyier publiceerde in 'Lelie en Rozeknoppen', 'Indische Gids', 'Onze Eeuw', 'Europa', 'De Tijdspiegel', 'Wereldkroniek', 'De Hollandsche Lelie', 'Droom en Daad', 'Elseviers Geïllustreerd Maandschrift', 'De Gids', 'De Nieuwe Gids', 'De Stem'.
Over Fenna de Meyier
- Constant van Wessem, 'Fenna de Meyiern (Indramajoe, 20 Mei 1874-Wageningen, 12 November 1943)' in 'Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1945' (1945)
- Maria Adriana de Meyier, 'Fenna de Meyier: herinneringen van haar vrienden' (1946)
Diversen
- 'Zondaresje' is haar bekendste boek. Het werd tot 1942 herdrukt.
Literaire prijzen
Fenna de Meyier was lid van de jury voor:
- Prijs voor Meesterschap 1925
- C.W. van der Hoogt-prijs 1925, 1926, 1927, 1928, 1929, 1931, 1932, 1933
- Meiprijs 1932
Biografische opmerkingen
- Haar vader, Johan Emilius de Meyier, was ingenieur en hoofdredacteur van 'De Indische Gids'. Als ingenieur legde hij op Java een stuwdam aan.
- Fenna de Meyier gin in Nederlands-Indië naar de HBS en studeerde er voor onderwijzeres. Ze haalde er ook de hulpacte Frans.
- In 1901 kwam ze naar Nederland.
- In 1904 haalde ze de acte Frans A. Ze gaf les op een meisjesschool in Den Haag.
- Sinds 1910 woonde ze, samen met haar zus Maria Adriana de Meyier, in de Dunklerstraat in Den Haag.
- In 1911 haalde ze de acte Frans B. Van 1914 tot 1916 werkte ze op een school in Rotterdam en was ze privaatdocent Franse taal- en letterkunde.
- Vanaf 1912 gaf ze curussen Franse literauur, o.a. in Den Haag, Amsterdam, Hilversum, Eindhoven en Bennekom. Ze trok in die cursusen paralellen tussen de Franse en de Nederlandse, Engelse en Duitse literatuur.
- Ze was lid van het bestuur van de Vereeniging van Letterkundigen en in 1918 werd ze lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Van 1926 tot 1931 was ze lid van de Commissie voor Schone Letteren (die literaire prijzen toekende).
- In 1928 (bij de oprichting ervan) werd ze lid van het bestuur van het Louis Couperus Genootschap.
- Ze correspondeerde met de Franse schrivjer Roger Martin de Gard.
- In 1943 verhuisden ze (i.v.m. de evacuatie uit Den Haag) naar Wageningen, waar ze aan de Lawickse Allee gingen wonen, waar ze overleed aan een beroerte.
handschift Fenna de Meyier
Anderen over Fenna de Meyier
- In figuren als Hellen uit 'De Branding' en Pau uit 'Zondaresje' jaagt een drang naar vrijheid, naar verzet tegen alles wat die vrijheid belemmeren wil; een behoefte nu eens te zeggen met woorden en daden hoe men staat tegenover 't leven, eigen bruisende individualiteit eens te doen zegevieren over doode en verstijfde etiquette-vormen. En dat is natuurlijk de mentaliteit der Schrijfsters. (C. Tazelaar, Moderne romankunst, blz. 32)
- Men belicht het letterkundig werk en de letterkundige figuur van Fenna de Meyier nimmer voldoende als zij niet in het licht van haar gansche persoonlijkheid worden gesteld. Zij was niet uitsluitend literator, zij behoorde niet tot hen, die eerst leven en beteekenis krijgen, wanneer zij met de pen in de hand zitten. Minder dan bij wien ook was bij haar mensch en werk te scheiden en Fenna de Meyier was vóór alles mensch, vrouw. Haar literaire scheppingen waren een emaneerend deel van haar wezen en ook daarin heerschten die zachte optimistische wijsheid en menschenliefde, die zoozeer haar wezen hebben gekenmerkt. (Constant van Wessem, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1945, blz. 202)
Mijn favoriete citaat
Nog eens doorvoelde hij de ellende van die eerste jaren in Indië,
toen hij zich zo eenzaam gevoeld had,
ver van huis, ver van de beschaafde wereld,
in een omgeving waaraan hij nog niet wennen kon.
Hoe doodelijk triest en leeg had hem het leven toen geschenen -
als een afschuwelijke ballingschap,
waain hij langzaam zou verkommeren.
(Fenna de Meyier, Tropische bloemen, blz. 9)
Bronnen o.a.
- Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1945 (1945)
- Website van de Koninklijke Bibliotheek (juni 2025)
