Voor tweedehands boeken

Ook van deze schrijvers

Raban Internet Antiquariaat

Klik hier !

Naastenliefde

Ik heb inderdaad mijn naasten lief als mijzelf en dit verklaart mijn mensenhaat.
(J. Greshoff, Nachtschade, blz. 34)

 

Naastenliefde heeft, Nietzsches lucide pleidooi voor de Fernstenliebe ten spijt, een gering bereik.
Met onze ouders, partners, kinderen en misschien een paar vrienden
is de categorie 'naasten' al rijkelijk gevuld
- een zeldzame heilige niet te na gesproken.
(Cyrille Offermans, Een iets beschuttere plek misschien, blz. 32/33)


Nachtegalen

Die dingen zijn eeuwigdurend.
Ze gaan en komen, onvermijdelijk vast, elk jaar terug.
't Is als met de nachtegalen.
Ze zijn er nog wel, maar men hoort ze niet meer.
Als schichtige rosbruine propjes zie ik ze onder de lage heesters wegschieten;
en nooit, als men 't niet wist, zou men denken,
dat dát dezelfde ontroerende vogels zijn,
die, nog zo kort geleden,
in de schone, stille lentenachten,
het ganse bos van hun verliefd gezang deden weergalmen.
(Cyriel Buysse, 9 augustus 1913, Meulenhoffs dagkalender 1988, 9-8)

Nadenken

De eekhoorn liep naar het smalle strand van zand en kiezelstenen
dat zich uitstrekte langs de rivier.
Hij was van plan om daar te gaan nadenken.
Hij wist nog niet waarover, maar dat was altijd zo als hij wilde gaan nadenken.
Als hij wel had geweten waarover hij wilde nadenken was hij thuis gebleven
en had hij daar meteen nagedacht over datgene waarover hij wilde nadenken.
(Toon Tellegen, Er ging geen dag voorbij, blz. 34)

 

Maar je moet nooit te veel nadenken.
Hoe meer ik nadenk, hoe meer ik denk: Niet te veel nadenken.
(Fons Jansen, Wat ik zeggen wilde, blz. 31)

 

Door diep nadenken komt men op zijn best tot een voorgevoel van de waarheid.
(Eric van der Steen , Alfabêtises , blz. 28)

 

Ik heb altijd het idee dat ik niet echt nadenk.
Ik ken twee mensen, een wiskunde en een filosoof,
die een middag zonder werktuigen in een stoel kunnen zitten om na te denken.
Ze behandelen dan al denkend een probleem, een vraagstuk.
Ik heb ontzag voor deze mensen.
Ik denk over niets echt na.
(A.L. Snijders, Een handige dromer, blz. 71)

Namen

Je kan toch lezen?
What is named on the label, is found in the jar,
viel me in.
(G.K. van het Reve, Nader tot u, blz. 111, Bruif uit het huis genaamd 'Het Gras')

 

Een naam dat is het wezen. Je zegt ook niet ik héét Paul Biegel, maar ik bén Paul Biegel.
(Paul Biegel, geciteerd in: Paul Biegel, meesterverteller met een rovershart, blz. 18)

 

Op Nieuw-Guinea waren de Papoea's geduchte kannibalen.
Door het opeten van een vijand ging, dachten zij, zijn kracht in hen over.
Bovendien moest elke jonge vader iemand opeten die hij bij naam kende;
de naam ging dan over op het kind.
Toen het koloniaal bestuur bezwaar maakte,
vroeg men hoe het kind anders aan een naam moest komen.
(Midas Dekkers, Mens annex dier, blz. 23)

Napels

Is Napels in de zomer niet inderdaad een zodanige belevenis
dat het sterven daarna onvermijdelijk is?
(Rik Zaal, Leve het toerisme!, blz. 76)

Napoleon

Mogelijk was tante Gracie ook de laatste Victoriaan
die een kind nog dreigde met de schim van Bonaparte.
Toen ik mij op een avond in bad misdroeg, riep zij:
'Hou op, of Boney krijgt je te pakken!'
- en zij tekende vervolgens op een stuk papier een enge zwarte maarschalkssteek op poten.
(Bruce Chatwin, Anatomie van de rusteloosheid, blz. 18)

Naslagwerken

Het is een van de schaarse zekerheden in het leven:
een naslagwerk is alleen nuttig voor wie al weet wat erin staat.
(Kees Fens, De kerk op alfabet, De volkskrant, 18-12-1998)

Nationaal-socialisme

Alleen in die landen, waar het gevoel voor humor niet aanwezig is, of althans in zeer geringe mate,
kunnen nationaal-socialistische neigingen een dergelijke ziekelijke vorm gaan aannemen als zij deden.
Duitsers bezitten al heel weinig humoristische aanleg,
maar de Japanners verdenk ik er sterk van in hun taal niet eens een woord te bezitten,
dat ons begrip 'humor' zou kunnen vertalen.
(Wim Kan, 100 dagen uit en thuis, blz. 115)

Natuur

Het moet steeds anders,steeds beter. Dat geldt voor alles.
Alleen voor de natuur geldt dat niet.
De natuur kent geen vooruitgang.
Zij herhaalt zich schaamteloos.
Elk jaar hetzelfde groen aan de beuken, steeds dezelfde vogelzang,
dezelfde paddentrek, dezelfde schattige jonge eendjes.
De natuur is een eindeloos zelfcitaat.
(Koos van Zomeren, Zomer, blz. 32)

 

De wanverhouding: wat je wilt bewaren moet je altijd bewaren,
terwijl je het maar één keer weg hoeft te doen.
Wat je liefhebt moet je voortdurend koesteren,
terwijl een ander het in één klap kan vernietigen.
Er is daarom maar weinig kwaad voor nodig om de wereld te maken zoals zij is.
(Koos van Zomeren, Zomer, blz. 59)

 

Op den duur zullen in vele "beschaafde" landen alleen nog de maagden overblijven
als aanwijsbare voorbeelden van ongerept natuurschoon
(Wim Triesthof)

 

De meest doeltreffende methode van natuurbescherming bestaat erin de mens te doden.
(Bernard Seulsten (ps.), Hutspot,
aangehaald in Gerd de Ley, Aforistisch bestek 1944-1974, blz. 140)

 

Bent u zo iemand die in de natuur alleen ziet wat er niet meer is?
(VN, Terzijde, 08-02-1997)

 

'De natuur biedt toch altijd een aangename verkwikking,' sprak Erik, opgewekt rondziende,
'en stelt den opmerkzamen wandelaar slechts zelden teleur.'
dit was een zin uit het Fransche thema-boek;
zij stond tusschen twee vierkante haakjes,
omdat zij eigenlijk voor meergevorderden bedoeld was.
(Godfried Bomans, Werken I, blz. 390, Erik)

 

Je hebt natuurlijk de natuur en die is ook wel mooi, daar niet van,
maar na vijf en een halve dag ben ik tot de ontdekking gekomen dat de omtrek van Haarlem veel mooier is.
Ik zal dat hier niet hardop zeggen, maar het is wel zo.
En dan: ik ben niet zo'n erg natuurmens.
ik beschouw de natuur meer als de afstand tussen twee steden.
(Godfried Bomans, Werken I, blz. 783, Dagboek van Rottumerplaat, Woensdag 14 juli 1971)

 

Gelézen wordt er over de natuur nu zij uit ieders omgeving verdwijnt.
(Koos van Zomeren, Een jaar in scherven, blz. 154, 16-06-1987)

 

'De natuur is de afstand tussen twee steden,'
zo heeft Marnix Gijsen gezegd of geschreven,
zo wordt hij althans geciteerd in de Literaire Agenda van dit jaar.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 7, Stoomcursus Engelsmanplaat)

 

Dit is Holland, laten we ons vooral geen illusies maken.
Het natuurschoon is hier geen natuur
en ook niet schoon.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 144, Woudaapje op gifbelt)

 

Politiek, dat is vooral een kwestie van optiek
- ik heb het Van Agt zelf horen zeggen.
Dat wil zeggen, als ons wordt gevraagd of het goed of slecht gaat met de natuur in Nederland,
dan geven wij niet zozeer een antwoord dat juist is,
dan geven wij het antwoord dat het beste werkt.
En ja, met een verliezend elftal trek je geen publiek.
Dus zeggen wij, ons elftal wint, de natuur is in de aanval.
Dat noem ik niet zomaar optimisme,
dat noem ik strategisch optimisme
en daar zit een element van leugen in.
En ja, ik ben zo iemand die in de natuur de waarheid zoekt.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 193, De mythe van de nieuwe natuur)

 

Zo verandert de natuur, voor mijn gevoel:
van de ene dag op de andere,
in het tegendeel van wat zij altijd is geweest
- een staaltje van menselijk kunnen
in plaats van een herinnering aan menselijk onvermogen.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 264, Onze maakbare natuur)

 

Grappig:
we hadden een maakbare samenleving in een niet-maakbare natuur
en nu is het andersom:
een maakbare natuur in een niet-maakbare samenleving.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 264, Onze maakbare natuur)

 

Nog steeds krijg je van christenen regelmatig te horen
dat de natuur zo wondermooi is en getuigt van Gods grootheid en goedheid.
Ach, lieve mensen, de natuur is ronduit verschrikkelijk,
de natuur is één groot lijden,
de natuur is niets anders dan wreed doodgaan, bruut sterven of langzaam bezwijken.
De natuur is: verslinden of verslonden worden.
Wat is er 'zeer goed' aan een schepping
waarin elk schepsel hetzij crepeert aan een vreselijke ziekte,
hetzij omkomt in de muil van een ander schepsel?
En kom alsjeblieft niet aandragen met het praatje
dat een en ander het gevolg is van de zondeval.
Gelooft u nu echt dat de leeuw vóór de zondeval van andijvie en bruine bonen leefde?
(Maarten 't Hart, Wie God verlaat heeft niets te vrezen, blz. 11/12)

 

La causa a l'effetto inclina e cede,
onde dall'arte è vinta la natura.
I' 'l so, che 'l pruovo in la bella scultura,
C'all'opra il tempo e morte non tien fede.

Oorzaak buigt voor gevolg, en daarom: neen,
natuur zal kunst nooit blijvend evenaren,
waar ook mijn beelden het bewijs van waren:
het werk beklijft, door dood en jaren heen.

(Michelangelo Buonarotti, 239 (fragm.), Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren,
blz. 204/205, vertaling: Peter Verstegen)

 

De natuur die is zo mooi, dat kan zelfs Staatsbosbeheer niet verknallen.
(Midas Dekkers, De koe en de kanarie, blz. 80)

 

In de natuur is altijd iets te beleven:
Staatsbosbeheer legt er op het mooiste plekje een parkeerterrein aan,
tamme fazanten wijken er voor tamme koeien
en in plaats van broedparen kun je er tegenwoordig het aantal biologen per hectare tellen.
Waar eens de natuurlijke selectie regeerde, regeert nu veelal de waan van de dag.
Dat is vervelend voor de mensen, maar vooral toch voor de dieren die er moeten leven.
(Midas Dekkers, De koe en de kanarie, blz. 86)

 

Waarvoor dient de natuur? Om lid van te worden.
Als herinnering aan vroeger. Tot lering en vermaak. Om te verkrachten.
Maar bovenal: om op te eten. Niets smaakt zo lekker als de natuur.
(Midas Dekkers, De koe en de kanarie, blz. 167)

 

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

(J.C. Bloem, De Dapperstraat (fragm.),
Domweg gelukkig in de Dapperstraat, C.J. Aarts en M.C. van Etten, blz. 192)

 

De natuur? Ach, mooi rond je tweede huis, maar zou u er
echt weer in een berehuid in rond willen dolen?

(C. Buddingh', Are we down-hearted? Not we! (fragm.),
Het houdt op met zachtjes regenen, blz. 21)

 

Nog steeds beschouwen zij de natuur als de volière van een vriendelijke poelier,
die al die vogels voor de slacht nog even rond laat vliegen om ze zo lang mogelijk vers te houden.
Een Fransman is dol op de natuur, mits smakelijk klaar gemaakt.
(Midas Dekkers, De baviaan en andere beesten, blz. 70, De vogel)

 

Wie met de natuur opgroeit komt tot een verfijnd besef van vorm en kleur,
een diepere beleving van de beeldende kunst.
(Koos van Zomeren, 1946 Verkenning van een geboortejaar, blz. 47)

 

'Tegenwoordig,' ging hij verder, 'zie je ergens een bulldozer door het landschap schuiven
en je denkt: daar komt een snelweg, daar komen huizen, kantoren, daar komt een vuilverbrandingsoven.
Maar nee, daar komt natuur.
Natuur, die net als een snelweg wordt aangelegd.
En daar komt een bord bij om duidelijk te maken aan wie we die natuur dan wel te danken hebben.'
(Koos van Zomeren, Sneeuw van Hem, blz. 136)

 

Als men de natuur verheerlijkt,
moet men ten minste zo eerlijk zijn te erkennen dat men wreedheid,
eigenbaat, blinde drift en het recht van de sterkste verheerlijkt.
Natuurvrienden zijn mijn vrienden niet.
(J. Greshoff, Nachtschade, blz. 97)

 

Er is geen natuur in Nederland. Elk bos is cultuurbos,
de wouden groeien in landgoederen, aangekocht en gefatsoeneerd door Natuurmonumenten.
Wat nog het meest op natuur lijkt, is het meest recent aangelegd:
de namaaknatuur van de Gelderse Poort en de Blauwe Kamer,
waar de natuur 'in ere hersteld' is, met van elders ingevoerde oerossen.
(John Jansen van Galen, De luxe van de leegte, Weg van Nederland, blz. 11)

 

Mijn betrekkelijke misantropie, waar jij het over hebt, begint te veranderen in een afschuw van de natuur,
de stupide, geschiedenisloze herhaling van alles.
Weer gaat de zon onder, weer wordt de tuin van roodkoper, weer tel ik mijn kloten.
De enige variatie wordt door de seizoenen geboden, maar die afwisseling is hier gering,
en bovendien is het jaar niets anders dan de generale repetitie van een stuk in vier bedrijven
dat nooit in première zal gaan.
(Benno Barnard, Het gat in de wereld, blz. 69)

 

Ik houd niet van de natuur.
Ik wil er niet naar toe, ik wil er niet dood in gevonden worden.
De natuur is een vrouwonvriendelijk oord.
Hoezeer je je best ook doet,
het is praktisch onmogelijk om een lekker ding te zijn in de natuur.
(Heleen van Royen, De gelukkige huisvrouw, blz. 10)

 

De natuur - die elementen in inze omgeving die mensen niet onder controle hebben.
Deze definitie smeulde al geruime tijd - nu ik haar uitschrijf,
besef ik dat de bruine rat in het riool dan wel tot de natuur behoort
en de Schotse hooglander in de Imbosch niet.
Ik zou zeggen: perfect!
(Koos van Zomeren, Naar de natuur, blz. 13)

 

Vijf kwartier zit een fuut vrijwel zonder bewegen in mijn telescoop.
Ik denk: God wat gebeurt er weinig,
het lijkt hier wel natuur.
(Koos van Zomeren, Ruim duizend dagen werk, blz. 36)

Natuurbehoud

Natuurbehoud is in ons land traditioneel een defensieve bezigheid.
Het woord zegt het al: het streven is gericht op redding van het bestaande,
wat in de praktijk neerkomt op vertraging van de achteruitgang.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 122, uit: Het scheepsorkest)

 

Ik konstateer met trots dat moeder natuur
toch beter bestand is tegen de aantastingen die op haar gepleegd worden dan men denkt.
Mij doet dat groot plezier,
maar natuurbeschermingsorganisaties vinden dat helemaal niet fijn!
De natuurbescherming bestaat bij de gratie dat het slecht gaat met de natuur,
anders valt er niks te beschermen!
(Midas Dekkers, Mens annex dier, blz. 69)

Nederigheid

Vertrouw nooit iemand die nederig spreekt, want hij liegt.
(Multatuli, Ideeën, eerste bundel, idee 221, blz. 135)

 

Wie nederig spreekt van zichzelf,
wordt boos als ge hem gelooft,
en woedend als ge hem nazegt wat-i zegt.
(Multatuli, Ideeën, eerste bundel, idee 222, blz. 135)

Nederlagen

Vreselijker nederlaag, dan je vijanden gelijk te moeten geven, al is het maar gedeeltelijk, bestaat er niet.
(W.F. Hermans, Een heilige van de horlogerie, blz. 200)

Nederland

Er ligt een roofstaat aan de zee, tussen Oostfriesland en de Schelde!
(Multatuli, Max Havelaar,
geciteerd door Willem Kuipers in ISBN van de Wereldliteratuur, blz. 150)

 

Al wat er schoon is in de roman-begrippen
ontbreekt in een land zo plat van vorm,
en in gemoederen zoo plat van opvatting.
Alva had lang kunnen geeselen en branden, voor men en bloc was opgestaan.
De 20sten penning was de grief!
En nog zou in Nederland nooit 'n opstand georganiseerd zijn
als niet Willem I, gekrenkt na den dood van Karel V,
noodig had gehad fortuin te maken,
en zich een positie te herwinnen die hij door de verheffing van Philips verloren had.
Holland is nooit tegen Spanje opgestaan.
Duitse soldaten, betaald met duits geld,
geleverd door de duitse protestanterij,
kozen Nederland tot strijdperk,
en in dien warreboel is Nederland meegesleept.
Waar hollanders vochten, was 't ter verdediging van steden,
en ter voorkoming der geweldenarij die er volgen zou bij intogt van den vijand.
(NB. De zoogenaamde spanjaarden waren meestal gehuurde walen,
en veelal ook duitsers door katholieke vorsten, tegen betaling uitgeleend.
Op gelijke wijs verhuurden de keurvorsten van Kassel soldaten aan Engeland in den amerikaanschen vrijheidsoorlog,
en de rijkdom van den tegenwoordigen keurvorst (een der rijkste particulieren van Europa)
heeft uit dien mensenhandel zijn oorsprong.
O, de geschiedenis is zoo plat, er is zoo weinig schoons in,
zoodra je haar ontdoet van de verzerige opgesmuktheid der dichters,
of de pedante leugens der schoolboeken.
(Multatuli, Liefdesbrieven, blz. 264/265, Brieven aan Mimi, 27 Julij 1863)

 

Eindelijk moet een ontevredene iemand hebben gevonden die op z'n vraag:
'Vindt u 't niet benauwd hier?' toestemmend knikte, maar er bij voegde:
- Chut, chut!… niet hier, men hoort ons. Waar kan ik u vinden?
Doch laat ons zorgen dat niemand wete dat wij spraken over deze dingen.
Ik zal bij u komen! ….
(Multatuli, Liefdesbrieven, blz. 271, Brieven aan Mimi, 29 Juli 1863)

 

Ik dacht aan mijn vriend Koos van Zomeren,
die ooit geschreven had dat je je in Nederland kon voelen als een stalen kogel in een flipperkast.
'Elke vierkante meter van dit land is in gebruik, alleen nog niet op elke minuut van de dag.
Als je bij ons alleen wilt zijn is er maar één oplossing: thuisblijven en tv kijken.
(Geert Mak, Het ontsnapte land, blz. 25)

 

Je neemt een paar ton modderig afval van de Alpen
en strooit er vier miljoen koeien over uit.
In de resterende ruimte pers je veertien miljoen mensen samen,
die je wijsmaakt dat ze gemeenschappelijke voorouders hebben.
Je geeft ze een koningin, een grondwet en een gulden met de inscriptie God zij met ons.
Ten slotte leer je het zootje kankeren
en zoek je er een toepasselijke naam bij: Nederland.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 59, Uit: Het verkeerde paard)

 

Dát gevoel, maar dan in het klein.
Dat spreekt vanzelf, in Nederland beleef je alles in het klein.
Wij hebben Madurodam helemaal niet nodig, wij zijn Madurodam.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 246, Hier spookt de jeneverbes)

 

Wij Nederlanders zijn geen volk,
maar een federatie van gekwetste bevolkingsgroepen.
(Alexander Pola, Nou èn...? Handleiding voor optimisten, blz. 51)

 

In Nederland wil ik niet leven,
Men moet er steeds zijn lusten reven,
Ter wille van de goede buren,
Die gretig door elk gaatje gluren.

(J. Slauerhoff, In Nederland (fragm.), in Voor de bijl, blz. 72)

 

En de Nederlander is een barbaar.
Hij heeft alleen maar een brutale lach over voor alles wat hem vreemd en ongewoon voorkomt,
voor schotten met rokjes aan bijvoorbeeld, of voor een virtuoos opgedirkte vrouw.
(Lucebert in: H.U. Jesserun d'Oliveira, Scheppen riep hij gaat van Au!, blz. 48)

 

In matters of commerce,
The fault of the Dutch
Is giving too little
And asking too much

(geciterd door Marnix Gijsen in 'Weer thuis', blz.15)

 

Ons mooie kleine landje, zeggen ze in Nederland.
Daar heb ik nooit aan meegedaan.
Die uitdrukking gaat volgens mij niet over landschappelijk schoon
maar over burgermansfatsoen, benepenheid.
(Koos van Zomeren, Een deur in oktober, blz. 110/111)

 

Dat is zo droevig in Nederland. Dat de kruideniers daar de baas zijn.
(W.F. Hermans, KRO-Studio, 12-11-1989)

 

Nederland was een drabbig land vol drabbige mensen,
die er drabbige ideeën op nahielden over drabbige onderwerpen.
(Remco Campert, Luister goed naar wat ik verzwijg, blz. 18)

 


De ervaring leert dat Nederlanders er helemaal niet op gesteld zijn om in hun vrije tijd de ruimte te hebben.
Op mooie zomerzondagen kun je binnen een straal van tien kilometer in de bossen bij Eindhoven of Enschede lopen
en urenlang niemand ontmoeten.
Pas bij nadering van een uitspanning met speeltuin of parkeerplaats met picknickplekken zijn er weleens gezinnen die de hond uitlaten.
Is men bang voor de stilte, benauwd te verdwalen, gauw moe?
Of is de Hollander een sociaal wezen dat zijn soortgenoten liefst in het vizier houdt?
Hoe het zij: de wandelaar profiteert ervan: hij heeft de luxe van de leegte.
(John Jansen van Galen, Weg van Nederland, blz. 11)

 

Dikwijls droom ik dat ik in de hel ben.
Na het ontwaken bemerk ik, tot mijn schrik,
dat ik in Holland ben.
(Jacob Israël de Haan, Besliste volzinnen, blz. 10)

 

Nederland is een vrij land. Er mag dus niets. Ongeschreven wetten schrijven ons voor:
het hebben van veel geld, omvangrijke bezittingen, opvallend geluk in liefde, spel en zaken,
overmatig talent en buitensporige verbeeldingskracht zijn verwerpelijke zaken.
Het begripsvermogen van de gemiddelde Nederlander is de maat der dingen.
Bij de omroepen heeft men dit gemiddelde nauwkeurig berekend.
(Bergman, Nagelaten werk, blz. 25)

Nederlands

Het hedendaags Nederlands is geen volwaardige taal meer,
doch een jargon,
waaraan voortdurend nieuwe woorden worden toegevoegd die niets betekenen.
(Gerard Reve, Zondagmorgen zonder zorgen, blz. 34, Het rampjaar 1966)

 

Of misschien verkeert het Nederlands in een soortgelijke toestans als het Noors,
namelijk dat het geschreven wordt door een betrekkelijk kleine natie,
die bij gebrek aan mogelijkheden grote buitenlandse oorlogen voor te bereiden,
haar bloeddorst botviert in onderlinge ruzies over niets.
(W.F. Hermans, Houten leeuwen en leeuwen van goud, blz. 126, De speling van verspilling)

Negeren

Negeren is vooruitzien.
(Harrie Jekkers/Koos Meinderts, Uit de school geklapt, blz. 31)

Nestbevuiler

'Vieze nestbevuiler,' zeggen ze.
Maar waar anders zou ik moeten kakken?
Het ligt al overal vol stront.
(Paul de Wispelaere, Het verkoolde alfabet, blz. 156)

Neutraliteit

Op de redactie van Nieuwe Revu laaide van tijd tot tijd de strijd op
tussen voor- en tegenstanders van reïncarnatie en aanverwante zaken.
Ik meende met beide partijen op goede voet te staan.
Liet me geduldig informeren over het hoe en waarom van voor en tegen.
Haalde dan mijn schouders op en zei: 'Wat maakt het eigenlijk uit?'
Woede! En terecht natuurlijk: men wil gelijk hebben of bestreden worden.
Neutraliteit mág, maar alleen als zwaktebod,
niet als uiting van superioriteit.
(Koos van Zomeren, Een jaar in scherven, blz. 74, 12-03-1987)

Niets

De vorige dominee bij de christelijk gereformeerden bereidde nooit zijn preken voor,
maar liet zich, als hij op zondsgmorgen de kansel beklom,
door de ouderling van dienst een wit papiertje in handen drukken,
dat enkele malen opgevouwen was.
Terwijl hij de kansel beklom vouwde hij het papiertje uit.
Als hij boven was, had hij het open voor zich en las de huiverende kerkgangers
de tekst voor die de ouderling van dienst had opgeschreven.
Over die tekst preekte hij dan, onvoorbereid, uit het hoofd.
Maar op een keer vouwde hij het papiertje uit en zag dat er niets op stond.
"Niets," donderde hij door de kerk heen.
Hij draaide het papiertje om en riep andermaal "niets" en voegde daaraan toe:
"Niets, niets, uit niets heeft God de wereld geschapen."
Toen heeft hij fdaarover zo geweldig gepreekt dat zij die het hebben meegemaakt
er nu nog met betraande ogen over praten.
(Maarten 't Hart, De zaterdagvliegers, blz. 160)

Nieuwjaar

Zevenentachtig. Onwaarschijnlijk jaartal.
Misschien is dit alles:
de jaartallen worden steeds onwaarschijnlijker
en uiteindelijk kom je van louter verbazing
over het jaar waarin je bent aanbeland te overlijden.
(Koos van Zomeren, Een jaar in scherven, 1 januari 1987, blz. 12)

 

Achter in de tuin van de koning was een grote tafel neergezet
en toen de Koninklijke Vuurwerkmaker aller erop had klaarge-zet,
begonnen de vuurpijlen tegen elkaar te praten.
"De wereld is werkelijk prachtig!" riep een kleine voetzoeker.
"Moet je die gele tulpen zien. Pfff, zelfs een voetzoeker kan niet mooier zijn!
" Ik ben heel blij dat ik heb gereisd.
Reizen is heel goed voor de geest omdat al je vooringenomenheid verdwijnt."
"De tuin van de koning is de wereld niet, domme voetzoeker,"
zei een grote Romeinse kaars.
"De wereld is reusachtig groot.
Je hebt wel drie dagen nodig om haar goed te kunnen bekijken."
"De plek waar je van houdt, dat is jouw wereld!
" riep een somber vuurrad ...
(Oscar Wilde, Kinderverhalen, blz. 58)

 

"1 jan. 1964 -
We hebben Oud en Nieuw gevierd met Willem en Lotte,
die om acht uur met Tilly arriveerden.
Zij brachten wijn, zoutjes en paté mee.
Wij hadden oliebollen en warme bisschop.
Amanda mocht tot negen uur opblijven.
Om middernacht brak in De Groe het heidendom zich baan.
Willem, licht beneveld door de wijn,
roffelde uit alle macht met een spa op het deksel van de vuilnisemmer
onder het uiten van rauwe kreten. Het was een alarmerende herrie.
Onze deftige buurvrouw van de Albertinahoeve antwoordde met een salvo geweerschoten
en Mabel zette naar goed Engels gebruik alle deuren en ramen open
om de boze geesten van 1963 het huis uit te jagen
en de goede gees-ten van 1964 binnen te laten.
Door al die activiteiten schrikten we wilde ganzen op
die met hun luide gesnater het lawaai nog vergrootten.
(Hans Warren, Geheim Dagboek 1963-1970, blz. 47)

 

"31 dec. 1967 - De zachte dwang van de hoogdagen maakt rusteloos.
Moet nu werkelijk de balans opgemaakt,
is de lucht morgen hoopvoller?"
(Hans Warren, Geheim Dagboek 1963-1970, blz. 134)

 

Zo van: eerst de eeuwwisseling, daarna zien we verder.
Helemaal geil op een Nieuw Begin.
Met hoofdletters dan...De mars naar de nullen,
herhaalde Dr. Spex nog eens.
Het was al een refrein aan het worden.
Eerst krijgen we de negens, dan rollen de nullen langs.
Mooi vol. Mooi rond.Nullen, m'n schoenen!
Dat zei Dr. Nop, die juist in een wolk benzinedamp binnen kwam.
Hij ging naast Roxane zitten.De mens is nu eenmaal een decimaal ingericht wezen,
zei Albert met een geaffecteerde zucht.Krijg de fuck man.
Die nullen zijn niks dan zeepbellen. Ik vreet ze niet.
Die blauwe blazers bij Hoppe zijn alleen maar geil op die nullen.
Op negens die in nullen veranderen.
Net spermavisjes waarvan de staart afgeknepen wordt.
Ja, de o zo wonderbaarlijke verandering van de negentjes in de nulletjes.
Kijk, meneer de toneelschrijver,
dat is voor die lamzakken de wisseling van de eeuw en het begin van een nieuw duizendjarig rijk.
Zoals ik al zei: de mens is een decimaal ingesteld
...Ach, krijg toch de fuck, man.
In het echt begint die mooie, glanzende, nieuwe eeuw pas op 1 januari 2001.
ik ben ook op school geweest.
Tweeduizend een...! Wat een vunzig rotgetal!
Ze kunnen het niet pruimen.
Ze willen er niet aan dat het jaar tweeduizend met al z'n nullen
het laatste jaar van die ouwe, afgeleefde eeuw is.
Nee, zo'n mooi, rond, schoon, blabla, nieuw getal,
daar moet toch een blanco eeuw mee beginnen.
Die nulletjes, die zeepbellen, dat is voor hun het zeepsop
waarmee die ouwe viezerik van een eeuw wordt weggepoetst.
Het zijn zaterdagse autowassers, moet je rekenen, die lui.
(A. F. Th. van der Heijden, Advocaat van de hanen (De tandeloze tijd 4), blz. 212/213)

 

En dat 1976 dus mag brengen wat we eind 1974 van 1975 verwachtten
omdat 1973 dat dus niet had gebracht.
(Koot & Bie, Het groot bescheurboek, blz. 38, 1976)

 

Koester nooit goede voornemens.
voer ze liever direct uit.
(Alexander Pola, Mengvoer)

 

Weer oudjaar. Tijd om nieuwe vrienden te maken,
verjaarde illusies te laten schieten.
(Hans Warren, Geheim dagboek 1973-1975, blz. 135, 31 dec. 1974)

 

Een nieuw jaar is mooi,
maar je nadert wel je uiterste verkoopdatum.
(Terzijde, VN, 4-1-1997, blz. 14)

 

Had u als echte Nederlander nog wat over van al het goede
dat we u voor 1996 hadden toegewenst?
(Terzijde, VN, 4-1-1997, blz. 14)

 

WUBBE: 'Goede voornemens meteen al in januari breken,
want later komt het er niet meer van.'
(Terzijde, VN, 4-1-1997, blz. 14)

 

Na zo'n vredige witte Kerst
begint het nieuwe jaar weer met de gebruikelijke hoeveelheid modder.
(Kadé Bruin, Uitsmijters van scharreleieren, blz. 61)

 

OFM: Misschien wil broer Wilfried iets speciaals aan de luisteraars kwijt?
WF: Ik wens iedereen een gelukkig 1996 toe en dat we dat nog heel lang mogen zeggen.
(Herman Finkers, Ich bin ein Almeloër, Achterhoek:Gij, blz. 29)

 

Beste wensen, gelukkig nievejaar, santé, en dat we toffe jongens zijn… Brrr.
Wat ben ik blij dat het weer allemaal achter de rug is, want zoiets zoudt ge niet lang volhouden.
Vanmorgen zei het me nog iemand, die met mij naar het treintje en het werk opstapte:
"Moest mijn baas me elke dag zo doen eten en drinken, ik zou rap naar ander werk uitkijken."
(Louis Paul Boon, Boontjes 1967, blz. 9)

 

Eigenlijk is al dat vieren alleen maar 't verguldsel rond de pil:
het feit dat we definitief 1966 afgeschreven hebben,
weggegooid bij de oude rommel op zolder,
en dat we met een nieuw lastig kind, met naam 1967, opgescheept zitten.
(Louis Paul Boon, Boontjes 1967, blz. 9)

Noach

Bij opgravingen in Turkije heeft men de Ark van Noach gevonden
en in de Ark een kookboek aangetroffen.
Dat kookboek van Noach bleek vol te staan met recepten van dieren
die ons heden ten dage volstrekt onbekend zijn.
De archeologen hebben hieruit de conclusie getrokken
dat de dieren die de mensheid tegenwoordig nuttigt,
eigenlijk nergens naar smaken.
(Herman Finkers, Ich bin ein Almeloër, blz. 38, Uit programmaboekje: 'Het meisje van de slijterij)

 

Noach wordt altijd ten onrechte voorgesteld als een groot dierenvriend.
In feite heeft hij al dat vee meegenomen als proviand.
Kon hij weten dat die regen zo gauw ophield?
(Jan Cremer, Ik Jan Cremer & Ik Jan Cremer tweede boek, blz. 104)




Normen en waarden

...Jij leeft in een tijd van groeiende welvaart,
maar een tijd waarin tradities hun waarden dreigen te verliezen,
het huwelijk in diskrediet begint te raken,
en de zin van het leven wordt gezien als het leven van de zin...
(Mensje van Keulen, Engelbert, blz. 173)

Nostalgie

Nee, heel die nostalgie is voor vijfennegentig procent emotionele zwendel.
(C. Buddingh', Een plek om te wortelen, blz. 31)

 

De nostalgie heeft de paradoxale eigenschap
de afstand te vergroten tot het verleden dat ze in de herinnering heeft teruggehaald.
Wat tot een tweede en hevigere nostalgie leidt.
Hoe meer details in het herinneringsbeeld zichtbaar worden
(en het nostalgisch herinneren betreft alleen details,
het gaat om de aankleding van het verleden,
nostalgie is dan ook meestal een wat oppervlakkige aangelegenheid),
hoe groter de afstand wordt.
(Kees Fens, Volkskrant, 21-12-1981)

Noten

'Liever nootjes' zei Oom Sjang,
die echt geen noot kon lezen,
'Liever nootjes op m'n zang,
dan onder m'n prothese.'
(John O'Mill, False teeth blues, Puure piffle, blz. 44)


Terug naar de eerste pagina /homepage
Citaten zoeken op trefwoord
Overzicht van trefwoorden
Citaten zoeken op auteur
Overzicht van auteurs
Overzicht van bibliografieën
Andere interessante internet-bladzijden

 


 

Vanaf 17-10-1998

 


 

©2018 Mats Beek, Veenendaal

Schrijf Webmaster