Voor tweedehands boeken

Ook van deze schrijvers

Raban Internet Antiquariaat

Klik hier !

Vader

De firma Black and Decker
maakt vader hoe langer hoe gekker.
(Koot & Bie, Het groot bescheurboek, blz. 23, 1975)

 

Zoon en vader.
Ik heb geen contact met hem, zoals ik nooit echt contact heb gehad met mijn vader.
Je wordt geboren, verdraagt elkaar zolang het moet en verlaat elkaar met opluchting.
Je hebt niet gekozen. En zelfs dan.
Het zou anders kunnen - voor wie is dat weggelegd?
(Hans Warren, Geheim dagboek 1973-1975, blz. 94, 14 jan. 1974)

 

Een klein citaat uit Mark Twain:
Toen ik een jongen van 14 jaar was,
was mijn vader zo dom dat ik de oude heer nauwelijks in mijn omgeving kon dulden.
Maar toen ik eenentwintig werd, verbaasde ik mij er geweldig over
hoeveel hij in die zeven jaren had geleerd.
(Dr. Marc Galle, Voor wie haar soms geweld aandoet deel 1, blz. 149)

 

Probeer je vader te bewonderen in de voortreffelijkheid van die kwaliteiten
die feitelijk geen naam mogen hebben.
(Hein de Bruin, De verborgen omgang, in: Ontmoeting juni/juli 1950, blz. 419)

 

ouder geworden
dan mijn vader
wandelt hij met me
als een oudere
want ik word
nooit ouder
dan mijn vader

(Saul van Messel, vijfde gebod, het eeuwige leven, blz. 42)

 

Caro en ik zijn de enige Nederlandse kinderen in mijn klas.
Zij heeft een ZIP en ik een IP.
Alle Nederlandse kinderen hebben een Ingewikkelde Pa geloof ik.
Mijn moeder zegt dat je vroeger soms ook een Gewone Pa had.
Die kwam thuis, keek televisie en dronk bier.
Zulke vaders bestaan geloof ik niet meer.
Je hebt bijvoorbeeld een vader die niet je vader is.
Of een vader die wel je vader is, maar die ergens anders woont.
Of een vader die wel bestaat, maar je weet niet waar.
Of een vader uit een buisje die je niet kent.
Of een vader uit een buisje die je wel kent, maar waar je geen papa tegen zegt,
omdat je papa zegt tegen de man van je moeder.
Of een vader uit een buisje die niet de man van je moeder is, maar waar je wel papa tegen zegt.
Of een vader waarvan je weet waar hij is, maar waar je niet naartoe mag.
Of je hebt twee vaders, die van mannen houden.
Of twee vaders die allebei vrouw zijn maar lesbisch.
Nou ja, zoek maar uit. Jouw vader zit er vast wel tussen en die van Caro ook, maar ik zeg niet welke.
(Guus Kuijer, Voor altijd samen, amen, blz. 18/19)

 

Misschien dat ik hem nog om raad kan vragen.
Hij is toch meer in mij dan ik wel wist.
Hij kan mij niet meer op de schouders dragen,
maar soms komt hij mij tegen in de mist
en wandelt hij nog in mijn zomerdagen.

(J.W. Schulte Nordholt, In memoriam patris (fragm.), Levend landschap, blz. 18)

 

Van mijn vader was ik absoluut niet zeker.
Hij was natuurlijk een uiterst bewonderenswaardig man,
maar iedere zondagmorgen kreeg ik te horen over de zonden der vaderen,
die bezocht zouden worden aan de kinderen
en dat maakte mij achterdochtig.
(J.H. Donner, Van Computers, Politiek, Amsterdam & een klein meisje, blz. 54)

 

Hij beweerde dat zijn vader hem helemaal niets had bijgebracht. Integendeel!
Hij had alles maar dan ook alles van zijn vader geleerd,
namelijk hoe zich tot zijn dood zo monsterlijk mogelijk te gedragen.
(Steven Membrecht, De zwakke partij, blz. 53)

 

De beste vader is de man die op een liefdevolle manier zijn vaderschap verloochent tegenover zijn kinderen.
Te veel familiale ellende is het onmiddellijk gevolg van paternalistische positiviteit.
(Leonard Nolens, Dagboek van een dichter, 14-01-1980, blz. 24)

Vaderland

De wereld is het gemeenschappelijk vaderland van alle volkeren.
(Erasmus, Geciteerd door A. v.d. Glind,
Erasmus, Europeaan, humanist, christen, blz. 11)

 

Nationale trots is het surrogaat voor ontbrekende eigen prestaties
waarop men trots zou kunnen zijn.
(Alexander Pola, Nou èn...? Handleiding voor optimisten, blz. 50)

 

'De liefde tot zijn land is ieder aangeboren,' zei Vondel.
Hij verzuimde er bij te zeggen dat dat in veel gevallen een geboorteafwijking genoemd mag worden.
(Alexander Pola, Nou èn...? Handleiding voor optimisten, blz. 50)

Vakantie

'Overwerkt,' prevelde de burgemeester onder het voortgaan.
'Het hoofd vol watten en benen als een broek aan een drooglijn.
Ach ik ben aan vakantie toe.'
(Bewogen aanhalingen, een onthullende lijst citaten uit de verhalen van Marten Toonder, blz. 28)

 

'Vrije tijd is de tijd die er over blijft
wanneer men zijn werk gedaan heeft en waarmee men geen raad weet.'
(Bewogen aanhalingen, een onthullende lijst citaten uit de verhalen van Marten Toonder, blz. 37)

 

Er is een wet, geloof ik, en die luidt zo:
'De snelheid van de tijd wordt groter naarmate we aan het leven gewend raken.'
En als dat waar is,
dan zou dus de tijd langzamer gaan lopen als de dingen om ons heen weer nieuw werden
. En, inderdaad zien we dat gebeuren. bijvoorbeeld op reis.
(Godfried Bomans, Het stilstaan van de tijd, in Zomers van toen, blz. 66)

 

Het gevoel 'aan vakantie toe zijn' is mij volslagen onbekend.
Ik begrijp daaruit dat men daarvóór niet prettig geleefd heeft.
Dat is jammer.
De oplossing lijkt mij niet om dan vakantie te nemen,
maar om anders te werken en wel zo, dat men dit prettig vindt.
Het hele begrip is gebouwd op contrast.
Neem dit weg en u bent nooit meer aan vakantie toe.
(Godfried Bomans, Wat is vakantie, in Zomers van toen, blz. 135)

 

Men gaat op reis om thuis te komen.
(Godfried Bomans, Korte berichten)

 

In verband met de toegenomen agressie van de autochtone bewoners tegen toeristen,
zijn onze luxe autocampers uitgerust met geschutskoepel
en voldoende munitie voor drie onbekommerde weken droomvakantie.
(Koot & Bie, Bescheurkalender)

 

Lakens zijn aanwezig,
voor de bedden dient u zelf zorg te dragen.
(Koot & Bie, Bescheurkalender)

 

Vandaag is het precies tweehonderd jaar geleden
dat het laatste slachtoffer van de Inquisitie publiekelijk werd verbrand, in Spanje.
De tweehonderdduizend Hollanders dier er nu nog jaarlijks verbranden,
doen dit geheel vrijwillig.
(Koot & Bie, Bescheurkalender)

 

De oppas had alle planten dood laten gaan,
de warme douche aan laten staan, vreemde vlekken gemaakt in ons bed,
de kattebak niet verschoond en de koelkast tot op de buitenkant laten beschimmelen.
Maar gelukkig lag de stapel kranten netjes op volgorde.
(Koot & Bie, Bescheurkalender)

 

Caravans zelf willen helemaal niet op vakantie!
Vandaar dat die autoos zo hard moeten trekken.
(Koot & Bie, Bescheurkalender)



Om thuis toch een beetje dat vakantiegevoel te hebben,
neemt hij een proefabonnement van drie weken,
op de Telegraaf.
(Koot & Bie, Bescheurkalender)

 

Nou niet meer zo flauw zijn om op vakantiekaarten uit Duitsland
bij het betreffende hotelkamerraam een hakenkruisje te zetten.
(Koot & Bie, Bescheurkalender)

 

En toen speelden we dat ons huis een week lang geen electriciteit had
en dat moeder alles klaar moest maken met olijfolie.
(Koot & Bie, Het groot bescheurboek, blz. 23, 1975)

 

Langer dan vijfentwintig jaar getrouwde echtparen die elkaar invetten,
zijn voor de helft minder valide of héél gelukkig getrouwd.
(Koot & Bie, Het groot bescheurboek, blz. 23, 1975)

 

Zo bezichtigden we een splinternieuwe kathedraal,
een speciaal die morgen voor ons opgegraven Oude Stad
en een bananenplantage waar ze gauw de heerlijkste appels hadden opgehangen,
omdat ze van het hotel hadden gehoord dat wij niet van bananen hielden.
(Koot & Bie, Het groot bescheurboek, blz. 99, 1978)

 

Een tip voor vakantiegangers:
Spanje niet in!
(Wim Meyles, Spelen met woorden, blz. 67)

 

De vakantie zal toch wel altijd het allergrootste vleestransport blijven.
(Kadé Bruin, Uitsmijters van scharreleieren, blz. 37)

 

Fietsvakantie, kunstvakantie, zonvakantie
- zo krijg je vanzelf de vakantievakantie.
(VN,Terzijde, blz. 17, 150297)

 

'Ik durf dit jaar niet met vakantie'
'Wat is er dan?'
'Ik ben bang dat ik niet meer terug wil'
(VN, Terzijde, 09-05-1998)

 

Gehoord: 'Ze zijn zo arm dat ze hun vakantiegeld nodig hebben voor hun vakantie'
(VN, Terzijde, 09-05-98)

 

'Mat of glanzend?'
'De vakantie zelf of de foto's?'
(Terzijde, VN, 15-08-1998, blz. 16)

 

Daar gingen ze de wagen volgeladen
Het schuifdak open dat was lekker fris
De vrouw zei nog we hebben iets vergeten
Ik zou alleen bij god niet weten wat het is
Maar toen ze bij de grens waren gekomen
Sloeg de vrouw onthutst de handen voor haar mond
De man zei o die is de paspoorten vergeten
Vergeet het maar zei zij het is de hond
(Freek de Jonge, Bello de hond, Iets rijmt op niets, blz. 21)

 

Hij was niet blauw: hij is zich blauw geschrokken,
de Middellandse Zee bij Benidorm.
Strandmonsters in hun onverhulde vorm,
gebarsten uit hun broeken en hun rokken
(Kees Stip, Benidorm (fragm.), Meulenhoffs dagkalender Nederlandse Poëzie 1993, 10 augustus)

 

Vakantie houden is toch niets anders
dan heel veel geld uitgeven om armoedig uit twee koffers te leven.
(Maarten 't Hart, De kroongetuige, blz. 72)

 

De dichter dicht niet
hij is met vakantie.
(Henk Spaan, zt, Ons poëtisch dichtersland, blz. 92)

 

Het was op een regenmiddag en het sputterde en drensde tegen de vensters
en ik keek naar buiten, naar de hei.
Wat grijs, dacht ik;
en die hei was groot en de lucht hing laag en somber
en dit was nu de vakantie.
(Jan Gerhard Toonder, Vlaggen in de nacht, blz. 5)

 

Alleen mag men deze arme trekdieren hun 'vakanties' niet ontzeggen
- zoals men het noemt, dit ledigheidsideaal van een overwerkte eeuw:
waarin men eens naar hartelust mag luieren en onnozel en kinderachtig zijn.
(Friedrich Nietzsche, Morgenrood, blz. 135, De dagelijks versletenen)

 

Vroeger wou je in de zomervakantie naar Terschelling. Waarom?
Omdat de vogeltjes er zo vrolijk floten. Hoe dat zo?
Omdat het daar zo rustig was. Waarom was het daar zo rustig?
Omdat er maar weinig mensen naar toe gingen, want de meeste mensen hadden niet zo veel vakantie.
Dat was een schandaal. Daar moest verandering in komen. De verandering kwam.
Maar je hoeft niet meer naar Terschelling te gaan omdat het daar zo rustig is en de vogeltjes er zo vrolijk fluiten.
't Ligt er vol met dooie mussen waarmee de proletariër rijk gemaakt is,
sinds hij een heleboel vakantie heeft, net als vroeger alleen scholieren en studenten.
(W.F. Hermans, Houten leeuwen en leeuwen van goud, blz. 181, De vijanden van de lagere volksklasse)

 

En een half mensenleven lang was voor mij 't woord 'vakantie'
identiek aan eerst Rockanje en later Katwijk:
ik zie nog hoe ik moe en bezweet mijn fiets
op 't kampeerterrein onder mij uit liet vallen
en over het pad naar de laatste duinenrij stormde
om extatisch te zien hoe jij daar, onveranderd,
op mij aanrollen kwam: mijn witschuimende moeder
die elf maanden lang door mijn dromen had geruist.

(C. Budding', Ode aan de zee (fragm.), Drie oden en een elegie, blz. 5)

 

Ik wil geen vakantie.
Stilliggen in die geile zon, door liggen bakken, aanbranden, zweten, je beroerd voelen, niets voor mij.
Vakantie houden kun je voorgoed, als je dood bent.
Elke dag vakantie, een eeuwigheid lang.
(Jan Cremer, Ik Jan Cremer & Ik Jan Cremer tweede boek, blz. 680)

 

met de hoopvolle ogen
van het kind voor de speelgoedetalage
zien wij achter spiegelglas
een schoongepoetste wereld voor sightseeing

wij bewonderen kathedralen
schudden het hoofd over
zoveel onbegrijpelijke armoede
en schrijven prentbriefkaarten naar huis

(Jan de Zanger, Reisgenoten (fragm.), Kraaiepoten, blz. 7)

 

De deur op slot, de gordijnen dicht, ook de wereld in onszelf is het bekijken waard.
(Bergman, De tijd te lijf, blz. 101)

Vakantie is voor een deel ook het plezier van het naar huis verlangen,
naar de kachel en mijn eigen lamp, mijn eigen krant, mijn eigen stoelen
en naar het terugverlangen naar de vakantie.
(J.J. Voskuil, Het Bureau 1. Meneer Beerta, blz. 528)

 

"Kijk, vakantie is, in wezen, een helse uitvinding," zei ik.
"In een bepaalde maand van het jaar gaan mensen die in het ene land wonen allemaal naar een ander land,
terwijl mensen die in dat andere land wonen, allemaal naar dat ene land gaan.
Verstopte autowegen, eivolle hotels en campings, mannetje aan mannetje stranden,
en wouden waarin het drukker is dan in de Kalverstraat op zaterdag.
Dat is nu eenmaal zo. En als je jong bent vind je het niet erg. Je lacht tóch wel."
(Simon Carmiggelt/Kronkel, Stakkers, Parool, 01-07-1971)

Vakbeweging

Misschien zouden de leiders van de Vakbeweging
de beweging minder als een vak moeten beschouwen.
(Alexander Pola, Nou èn...? Handleiding voor optimisten, blz. 62)

Varkens

De magerste varkens schreeuwen het hardst.
(Ingrid Stork, Boerenwijsheid, blz. 10)

 

Wie zich door de zemelen laat mengen, wordt door de varkens gevreten.
(Ingrid Stork, Boerenwijsheid, blz. 10)

 

Onderzoek zal aantonen dat de varkenspest werd verspreid door televisieploegen
die van de ene boerderij naar de andere renden.
(VN, Terzijde, blz. 17, 150297)

Vaticaan

'Het Vaticaan,' zei Watzek-Trummer,
'staat erom bekend dat het altijd op een nette manier te laat is met zijn uitspraken.'
(John Irving, De beren los, blz. 293)

Vazen

Waartoe dient een vaas?
Om bloemen langzaam in de Pokon te laten sterven.
Maar waarom zijn er dan tienduizend soorten vazen
en zijn er bij waar geen bloemen in kunnen?
De mooiste vaas die ik ken kost een gulden
en als de bloemen gestorven zijn, breng ik de vaas terug naar de melkboer.
(Wouter Klootwijk, Volkskrant Magazine, 04-09-1999)

Veerpont

Ik breng de mensen heen, ik breng weer anderen terug
Mijn pont is als het ware ongeveer een soort van brug
En als de pont zo lang was als de breedte van de stroom
Dan kon hij blijven liggen, zei me laatst een econoom
Maar dat zou dan weer lastig zijn voor het rivierverkeer
Zodoende is de pontdus kort en gaat hij heen en weer
(Drs. P, Veerpont, 1973,
in: Jacques Klöters en Kick van der Veer,
Ik zou je het liefst in een doosje willen doen, blz. 188)

 

Eigenlijk haatte hij veerboten.
Vergeleken met echte passagiersschepen en zelfs met de vrachtvaarders hadden ze iets van een bastaard,
de bovenbouw topzwaar, daarbinnen de valse schijn van een derderangs nachtgelegenheid,
de holten achter de afzichtelijke boegdeuren volgestouwd met rollende lading.
Er was niets romantisch aan zo'n overtocht,
je moest je tijd uitzitten met honderden anderen
die voor één nacht het schip gebruikten,
het uitwoonden en dan weer verdwenen.
(Chris Rippen, Nachtboot, in 'Fatale verhalen' blz. 39)

Vegetariërs

Een tijd was ik vegetariër,
totdat ik een keer mijn huisgenoot trof bij een automatiek,
waar we allebei naar toe waren gelopen
om zonder dat de ander het merkte een vleeskroket te eten.
(Hans Ree, Rode en zwarte dagen, blz. 147)

Vel

Zit u goed in uw vel? Zelfs nog hele lappen over?
(VN, Terzijde, 19-04-1997)

Vensters

Onze tegenwoordige vensters zijn eigenlijk brutale lichtgaten,
die het huiselijk besloten zijn verbreken.
(Belcampo, Al zijn fantasieën, blz. 129, Het verhaal van Oosterhuis)

Verandering

Als de samenleving verandert,
moet je niet domweg vasthouden aan wat je gewend was.
(Erasmus, Geciteerd door A. v.d. Glind, Erasmus, Europeaan, humanist, christen, blz. 18)

 

Iedere verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering.
(J.C. Bloem, Aphorismen XXXIV)

Verantwoordelijkheid

Verantwoordelijkheidsgevoel is een ander woord voor conservatisme.
Tenslotte is het puur eigenbelang.
(J.J. Voskuil, Requiem voor een vriend, blz. 54)

Verdraagzaamheid

Verdraagzaamheid is het hoogste gebod
en wie dat niet eert die schoppen we rot.
(John O'Mill, Popsy poems, blz. 60)

 

Hij was van een gewoonweg fanatieke verdraagzaamheid.
(Gust Gils, Berichten om bestwil, blz. 123)

Verdriet

Als wij ons verdriet aan drie mensen vertellen,
dan vervelen wij er twee mee en de derde vervullen we met leedvermaak.
(Leopardi, aangehaald door Ward Ruyslinck, De sloper in het slakkehuis, blz. 141)

 

Soms dan hebben we verdriet
Meestal hebben we het niet
(Joost Nuissl, Eenzaam zonder, 1975,
in: Jacques Klöters en Kick van der Veer,
Ik zou je het liefst in een doosje willen doen, blz. 164)

 

Een huis vol

Ik ben getrouwd met Treurigheid,
woon samen met Verdriet.
Krijg soms bezoek van Eenzaamheid
maar helpen doet dat niet.
(Lévi Weemoedt, Van harte beterschap, blz. 40)

 

Er zijn zoveel manieren om de onaangename werkelijkheid te ontvluchten.
Verdriet is een rotonde waar een oneindig aantal wegen op uitkomt.
(Reis om de wereld in 80 verhalen, blz. 173, Saadat Hasan Manto, Een mooie dochter)

 

zo draag je het verdriet
als smokkelwaar onder je kleren
ogen gericht op de grond
je borstbeen weegt een ton
(Thera Coppens, Draagbaar (fragm.), De glazen kist, blz. 12)

 

Soms zie ik een zweem van triestheid in het gezicht van een meisje waarvan ik denk:
daar heerst een groot, geheim verdriet.
Meisjes met huilerige gezichten
- ze bestaan echt -
zijn mooie meisjes.
Wonderschoon, maar onmiskenbaar afgeladen met somberheid en zwaarmoedigheid.
(Boudewijn Büch, De Bocht van Berkhey, blz. 91/92)

 

Verdriet is evenzeer eene soort van vreugd
als diamant eene soort van steenkool is.
(Jacob Israël de Haan, Besliste volzinnen, blz. 27)

 

Verdriet heeft een warme kern, waarin een mens zich kan nestelen.
Elke traan is een cocon waar je in weg kunt kruipen.
Je kijkt erdoor naar buiten op de zee van troosteloosheid rondom,
zonder er al in onder te gaan.
Dat gevoel probeer je te rekken.
Ronddobberen voelt zoveel veiliger dan zwemmend de kant proberen te bereiken.
(Arthus Japin, Zoals dat gaat met wonderen, blz. 10)

 

Verdriet is een knaagdier dat steeds nieuwe jongeren werpt.
(Jeroen Brouwers, Onnoemelijk geluk, blz. 11)

 

Verdriet maakt onafgebroken deel uit van ons leven. Het is er altijd.
Wij moeten ons er voortdurend bewust van zijn,
het dagelijks in ons waarnemen en dulden - ondergaan.
Want het geeft uitdrukking aan het gevoel dermate onvolmaakt te zijn,
Dat we alles, iedereen en onszelf gemakkelijk kwijt kunnen raken.
(Steven Membrecht, De zwakke partij, blz. 7)

 

Verenigingen

Eén mens is geen mens, twee mens is een half mens en drie mens is een vereniging, zeker in Nederland.
Iedere Nederlander is lid van ten minste tien verenigingen:
twee ergens vóór en acht ergens tegen.
(Midas Dekkers, De koe en de kanarie, blz. 11, De jaloerse kip)

Vergaderen

Bijna iedere keer als ik een vergadering van welke aard ook heb deelgenomen
en de beurt komt, bij de rondvraag, aan mij,
heb ik de neiging om te zeggen:
'meneer de voorzitter, ik weet dat het uur al vergevorderd is,
maar zouden we niet allemaal nog één minuut hard om onszelf kunnen gaan zitten lachten?'
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1967-1972, blz. 306)

 

Het vergaderen uitsluitend in eigen vrije tijd,
zou vermoedelijk een einde maken aan het vergaderen.
(Wim Kan, Soms denk ik wel eens bij mezelf..., blz. 40)

 

- 13-1-71 -
Op aanraden van Judith Herzberg ben ik lid geworden van de Vakbond van Schrijvers.
Ik had haar verteld dat ik altijd achter het net viste bij subsidieaanvragen, beurzen en dergelijke.
Zij was lid geworden om tijdig van de mogelijkheden op de hoogte te zijn.
Ik onderschrijf echter helemaal haar mening:
'een nadeel vind ik dat je min of meer betrokken wordt in alle acties die ze voeren,
ook al ben je het daar niet mee eens.
Zijn ze eenmaal op gang, dan kun je je er niet meer van distantiëren zonder oncollegiaal te zijn.
Je zou dus eigenlijk naar alle vergaderingen moeten gaan en daar je, eventueel afwijkend, standpunt duidelijk maken.
Ik doe dat nooit, omdat ik de pest aan vergaderen heb (...)
Ik vind het vaak vervelend, achteraf, zwijgend te hebben toegestemd
in dingen die me eigenlijk tegen de borst stuiten.'
Had ik het dan toch niet moeten doen?
Ik denk aan Pjotr Hen-drix' grapje:
`Je suis membre du club des non-clubistes.'
(Hans Warren, Geheim dagboek 1971-1972)

 

De toevoeging altegader (ook in: all together),
betekent samen, denk ook aan ons woord vergaderen.
(Willem Hietbrink / Ronald Lagendijk, Kwispelen met taal, blz. 100)

 

Socioloog dr Wilbert de Vries stelt dat Nederlanders niet alleen vergadertijgers zijn,
maar er ook een grondige hekel aan hebben:
"Al op de kleuterschool raken we vertrouwd met het kringgesprek.
Maar het is typerend dat onze Vader des Vaderlands een vergaderbijnaam had:
niet De Stoute of De Dappere, maar De Zwijger." MT3
(Management Team, 13-12-1996, blz. 121, Citaten & quotes)

 

Toen er maar geen besluiten vielen
werd de vergadering besloten.
(Kadé Bruin, Uitsmijters van scharreleieren, blz. 19)

 

Maar de geboren vergaderaars waren degenen, die handenwrijvend de vergaderruimte betraden,
omdat deze het enige strijdperk was waar ze wel eens een overwinning behaalden.
Ze bliezen de onnozelste kwesties op tot problemen van wereldformaat,
nu eens het ene, dan weer het andere standpunt huldigend,
als het maar controversieel was en de duur van de vergadering rekte.
(Tessa de Loo, Het rookoffer, blz. 34)

Vergelijking

Ook een hinkende vergelijking kan toch erg mooi zijn, zoals een hinkende vrouw toch erg mooi kan zijn.
(C. Buddingh', En in een mum is het avond, blz. 76, 11-10-1972)

Vergeten

Dat er een vergeten bestaat is nog niet bewezen;
wat wij weten is alleen dat de herinnering niet aan onze macht is onderworpen.
(Friedrich Nietzsche, Morgenrood, blz. 99, vergeten)

 

Wij vergeten niets. Sommige dingen verbannen wij naar achterafhoekjes.
Veel laat ons onverschillig. Het moeilijkst te verstoppen zijn de dingen die we met alle geweld willen vergeten.
Zij blijven als klitten aan ons bestaan haken, overvallen ons vanuit een hinderlaag en manifesteren zich op de meest ongelegen momenten.
(Bergman, De tijd te lijf, blz. 123)

 

Het geeft niet dat je van alles vergeet.
Je zou gek worden als je alles zou onthouden.
Maar er zijn van die dagen, vooral dagen waarop dingen gebeuren
die normaal gesproken niet gebeuren,
die je nooit zult vergeten.
(Gerbrand Bakker, Perenbomen bloeien wit, blz. 23)

 

Goddank trouwens, dat wij het verrukkelijke apparaat van het vergeten hebben meegekregen,
deze harmonische spijsvertering der hersenen,
die ik zelfs niet voor een ijzeren geheugen zou willen ruilen!
(Menno ter Braak, Reinaert op reis, blz. 22/23)

 

Er zijn dingen die je werkelijk vergeet
(zodat ook als een ander je eraan herinnert, je geen beeld krijgt)
en dingen waar je alleen maar nooit meer aan denkt.
(Frida Vogels, Dagboek 1954-1957, blz. 271, 22-07-2957)

 

Wie zich niet alles herinnert wat hij wil vergeten,
loopt het risico dat hij bepaald zaken vergeet te vergeten.
(Ilja Leonard Pfeijffer, Gand Hotel Europa, blz. 19)

Vergeving

Zij die zich zelven het minste te verwijten hebben
zijn gewoonlijk het meeste geneigd om aan anderen hunne misstappen te vergeven.
(Multatuli, Liefdesbrieven, blz. 131, Brieven aan Everdine, 17 December 1845)

 

Nog een zeer laat commentaartje bij de - zeer terechte - opschudding
van een paar maanden geleden over 'de drie van Breda':
wat niet begrepen kan worden, kan ook niet vergeven worden.
(C. Buddingh', En in een mum is het avond, blz. 58, 09-08-1972)

Verhalen

Maar men kan geen punt achter een verhaal zetten.
Verhalen hebben hun eigen wetten.
Men is niet in staat om de loop van de verhalen te veranderen.
Een verhaal is uitgestorven of een verhaal zal tot het einde der tijden leven.
(Kader Abdollah, De reis der lege flessen, blz. 91)

Verhuizen

Wat blijkt is dat verandering van huis niet zo'n omwenteling betekent als ik wel had gedacht;
wel beschouwd verwissel je ook niet van lichaam of geest.
(Virginia Woolf, Schrijversdagboek 1, blz. 101, 21 december 1924)

 

Hoeken met huisgeheimen
Komen bloot.
De vloeren schamen zich dood.
De lamp hangt laag en groot,
want de tafel is weggenomen.

(Gerrit Achterberg, in Wilminks Keus II, blz. 19)

 

Ik ben niet zo vaak verhuisd, ik hou er niet van.
Je vindt weliswaar vaak vergeten boeken terug,
voor de rest betekent het chaos, méér dan ik aankan.
(Atte Jongstra, De tak van Salzburg, blz. 261)

Verjaardagen

'Kijk,' sprak heer Ollie, 'ik was uw verjaardag natuurlijk niet echt vergeten,
want ik had het op een papiertje geschreven, dat ik even had weggelegd,
zodat het door mijn hoofd gegaan is.'
(Bewogen aanhalingen, een onthullende lijst citaten uit de verhalen van Marten Toonder, blz. 15)

 

Veertig, zei hij, is de leeftijd waarop je alles voor de derde keer moet doen
of gaan studeren voor kwaadaardige oude man.
(Cees Nooteboom, Rituelen, blz. 112)

 

Kasten vol met stukken zeep en hectoliters badschuim:
daarom ruiken kleuterjuffrouwen die in het schooljaar jarig zijn altijd zo lekker.
(Koot & Bie, Bescheurkalender)

 

Jongeren, die iemand van veertig al een oude zak vinden,
hebben maar een kort leven vóór zich.
(Alexander Pola, Mengvoer)

 

22 februari 1904, Veertig jaar!
Voor een wijs mens is de dood misschien niets anders dan de overgang
van het ene jaartal naar het andere.
Hij sterft zoals een ander veertig wordt.
(Jules Renard, in Meulenhoffs Dagkalender 1988, Dagboeken, 22 februari)

 

Bij mijn verjaren
Mijn God, ach! sta ons bij wanneer de knieën knikken,
En hals en rug ons kromt, en het pad den voet begeeft.
Verkort (is 't uw wil) deze uiterste ogenblikken.
Dees wereld is me een walg - ik heb genoeg geleefd.
(Willem Bilderdijk, in De wereld heeft twee aangezichten, blz. 64)

 

De dag na mijn verjaardag;
ik ben nu achtendertig, best,
ik weet zonder meer zeker dat ik nu aanzienlijk gelukkiger ben dan toen ik achtentwintig was;
en vandaag gelukkiger dan gisteren
omdat ik vanmiddag enig idee heb gekregen hoe ik een nieuwe vorm aan mijn nieuwe boek kan geven.
(Virginia Woolf, Schrijversdagboek 1, blz. 42, 26 januari 1920)

 

De dag vóór de verjaardag, dát is de prettigste dag.
De verjaardag zelf is slechts de vervulling van een belofte.
En een belofte is altijd meer dan de vervulling ervan.
(Godfried Bomans, Van de hak op de tak, blz. 50, De teleurstelling der bevrijding)

 

Maar de dood sloeg eigenlijk overal toe waar het hem zinde,
schijnbaar zonder systeem, bij jong en oud.
In dit recente geval bij jong, als men Jean-Luc nog echt jong kon noemen:
hij zoude over drie maanden 28 jaar zijn geworden,
bijna dus reeds een vieze oude man van boven de dertig.
(Gerard Reve, Het boek van violet en dood, blz. 102/103)

 

De jaren klimmen en de borsten dalen
De argwaan wakkert en de geestdrift luwt
Cynismen groeien waar de schedels kalen
En lusten dralen als de bloeddruk stuwt

Het warme hunkeren wordt niet-naar-talen
De nazaat recht zich waar de voorzaat kromt
Je voelt je zendeling bij kannibalen
En je begrijpt je vader nu: verdomd
(Ernst van Altena, LP Ernst van Altena "zingt" Ernst van Altena, Ballade van de veertiger)

 

Zaterdag 2 maart vandaag 44 jaar geworden.
Herinner mij altijd de gedachte, toen mijn vader 40 werd:
een onvoorstelbare ouderdom en hoe kunnen zulke mensen vrolijk zijn,
met de dood vlakbij?
(Godfried Bomans, Werken I, blz. 733, Dagboek 1957)

 

Zestig worden, hoe vindt u dat?
Ach, ik zag het al een hele tijd aankomen.
(Wim Kan, De dagboeken van Wim Kan 1968 - 1983, 16-01-1971, blz. 62)

 

Zeventig worden is geen bijzondere prestatie.
Als ik mijn adem had ingehouden, was het niet gebeurd.
(Wim Kan, De dagboeken van Wim Kan 1968 - 1983, 15-01-1981, blz. 229)

 

Hij was drieëndertig (de leeftijd waarop genieën sterven)
(Bruce Chatwin, In Patagonië, blz. 22)

 

Over twee maanden zult u de vijfennegentigste 'rampdag van uw moeder' herdenken,
en daarmee uw vijfennegentigste verjaardag vieren,..
(Lulu Wang, Lieve opa, in: Roerende verhalen deel 2, blz. 9)

 

Eenzelfde argeloosheid heb ik slechts tientallen jaren later ontdekt,
toen een meisje mij in alle eenvoud zei: 'Ik ben in Amsterdam ontvangen maar te Parijs geboren.'
Toen begreep ik dat de Chinezen en andere Oosterse volkeren gelijk hebben,
wanneer ze iedereen een jaar ongeveer ouder maken dan wij zouden doen,
omdat zij de leeftijd van de mens berekenen bij de ontvangenis en niet bij de geboorte.
(Marnix Gijsen, Klaaglied om Agnes, blz. 33)

 

Krijg je taart op je verjaardag,
Blaas de kaarsjes dan niet uit,
Niet als je een held wilt worden;
Blaas je, is je kans verbruid.

Wacht tot alles in de fik staat,
Red dan pas je pa en moe.
Het huis mag dan zijn afgebrand,
Maar héél de wereld juicht je toe!

(Ted van Lieshout, Brand! (fragm.), Het is een straf als je zo mooi moet zijn als ik, blz. 28)

 

Verjaardagen zijn verschrikkelijk,
bezoek van familie is ook iets heel ergs,
een combinatie van die twee dingen
is nauwelijks te overleven.
(Remco Campert, Luister goed naar wat ik verzwijg, blz. 49)

 

Bestormen veertig winters uw gelaat,
zeg dan: 'God lof', en: 'Het is haast voorbij',
Want kniehoog wankelt gij door het verraad,
of zeg getroost: 'De zondvloed komt na mij!'

(Jac. Van Hattum, When forty winters shall besiege thy brow (fragm.),
Plant u niet voort …., blz. 6)

 

Tijdens de verjaardagsfeestjes van mijn grootmoeder
luisterde geen mens ooit naar een ander.
Men kakelde maar wat in het rond,
en niemand stoorde zich daaraan.
Wat viel er nog te communiceren na zo'n jaar of zeventig?
(R.A. Basart, De laatste lach, blz. 69)

 

Zestien word je niet met je ouders,
zestien word je met je vrienden.
Dat was altijd al zo.
Maar ik zie het nu van de andere kant.
(Kristien Hemmerechts, De dood heeft mij een aanzoek gedaan, blz. 270)

Verkiezingen

Elke verkiezingscampagne geeft weer druk werk.
(Kadé Bruin, Uitsmijters van scharreleieren, blz. 20)

 

Dat zulke probleemjongens gewoon moordenaars waren wist je niet,
of eigenlijk wist je het wel:
zolang de wereld draaide aanbaden de mensen hun eigen moordenaar,
privé, zowel als bij de staatkundige verkiezingen.
(Gerard Reve, Het boek van violet en dood, blz. 31)

 

'Dank u,' zei Pa Pinkelman, 'en hoe is het met de verkiezingen afgelopen?'
'Prachtig,' antwoordde de menigte, 'alle partijen hebben welvaart beloofd.'
'Mooi,' zei Pa Pinkelman, 'dan zal 't wel in orde komen.'
'Een pak van mijn hart,' zei Tante Pollewop,
'ik heb onderweg zo in angst gezeten dat ze armoede zouden beloven.
Heeft werkelijk geen enkele partij gezegd dat ze voor ellende en werkloosheid was?'
'Geen één,' antwoordde de hoofdredacteur van de Volkskrant,
zich haastig naar voren worstelend,
'we zijn door 't oog van een naald gekropen.'
(Godfried Bomans, werken III, blz. 146/147, De avonturen van Pa Pinkelman)

 

Beloften maken staatsschuld.
(Alexander Pola, Nou èn...? Handleiding voor optimisten, blz. 62)

 

Elk dier schier ruikt het doodsgevaar,
De koe is bang voor 't abattoir,
Het hert vliedt hijgend voor de jager…
Het stemvee slechts kiest zélf zijn slager.
(Alexander Pola, Koning Ubu richt een feestmaal aan, opgeluisterd door een orkest uit zijn residentie (fragm.),
Nou èn...? Handleiding voor optimisten, blz. 90)

 

Tijdens de verkiezingen hangen hier en daar posters.
Vooral VVD.
Veel pamfletten gaan schuil achter struiken.
Ze hangen er niet bij wijze van oproep, maar als kennisgeving:
men heeft aan zijn plicht voldaan.
(Wim Kayzer, Niet één aparte herinnering, in Goed gebundeld 1987, blz. 122)

 

En als hij geen directe keus kon maken, dan maar indirekt,
zoals met de politieke partijen tegen dat er gestemd moest worden.
Een geleidelijke benadering van wat het minste tegenstaat.
(Belcampo, Al zijn fantasieën, blz. 585, De surprise)

Verlangen

Immers, verlangen doet ieder mensch.
Niemand toch is zoo gelukkig, of hem ontbreekt wel wat, dat hij graag zou willen hebben.
Maar bij het meerendeel der menschen zijn deze verlangens van een lagen aard,
onverheven en onmachtig zich te verheffen,
't zij dan dat zij zich richten op stoffelijke of geestelijke goederen.
Dit doet er niets toe - nog daargelaten dat deze onderscheiding als zoodanig van zeer betrekkelijke waarde
en nooit ten einde toe door te voeren is.
(J.C. Bloem, Het onzegbare geheim, blz. 26)

 

Maar het vreemde, en ook treurige, van het in vervulling gaan van verlangens
is dat er dadelijk nieuwe verlangens opdoemen,
alsof de vervulling van het eerste verlangen ze vrij maakt.
(Maarten 't Hart, De som van misverstenden, bz. 4)

Verleden

Leven in het verleden is niet goed,
maar in de toekomst ga je dood.
(Terzijde, VN, 23-11-1996, blz. 11)

 

'Weet je wat zijn lijfspreuk is?'
'Nee.'
'Wangshi bukan huishou.'
'O, maar die uitdrukking ben ik vaak tegengekomen in ontroerende en dus verboden bourgeois romans.
Het betekent: Je moet je vooral niet omdraaien, want achter je ligt het schrikbarende verleden.'
(Lulu Wang, Het Lelietheater, Een jeugd in China, blz. 43)

 

Het heden wordt geen verleden.
Het verleden is een persoonlijke hergroepering van enkele gegevens door het heden verstrekt.
(J. Greshoff, Nachtschade, blz. 43)

 

Het verleden is een overvol rommelhok.
(A.L. Snijders, Vijf bijlen, blz. 221)

Verliefd

Mijn vrouw is vroeger mijn vriendinnetje geweest.
In die tijd waren wij stapelverliefd
en stapelverliefd wil zeggen dat je heel graag op elkaar gaat liggen.
Vandaar het woord stapelverliefd.
(Youp van 't Hek, Scherven, blz. 12)

Vermoeidheid

Hij was doodmoe van alles wat hij niet gedaan had.
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz. 247, 09-05-1978)

 

Jammer dat ik er zo ellendig uitzie.
Niet omdat ik ziek ben… integendeel, maar ik ben wat af.
Ik heb de laatste tijd wat sterk geleefd.
(Willem Frederik Hermans, De raadselachtige Multatuli,
blz. 71, Multatuli in brief aan Tine 17 september 1860)

 

Mijn goed kind, ik ben wat moe van aandoeningen,
ik ben wat àf. De laatste weken tellen me weer voor jaren.
(Willem Frederik Hermans, De raadselachtige Multatuli,
blz. 97, brief aan Marie Anderson)

 

Per aspera

Soms ben ik zo doodlijk vermoeid,
Dat het is alsof mijn gezicht
Als een masker loslaat en valt
En verteerd in mijn handen ligt.

(Anthony Donker, Het sterrenbeeld, blz. 31)

 

Iedereen heeft het over moe zijn (zit het in de lucht?)
en niet alleen ouwe mensen zoals ik, maar ook jongelui.
Is het dat idioot razende tempo van ons hedendaags bestaan?
Het schrijnend tekort aan warm menselijk contact.
de hufterigheid waarachter alleen maar angst schuilgaat?
Het gevoel dat je bekruipt dat we in ons land omringd zijn door gevaarlijke gekken,
botteriken, door seks geobsedeerde, door sleutelgat loerende Jeroen Bosch-figuren
op die vermaledijde televisie?
We zijn in de klei aan het terugzakken en worden kwaadaardige, gif kwijlende weekdieren.
(Willem Nijholt, Met bonzend hart. Brieven aan Hella S. Haasse, blz. 258, 22-06-2007)

Veroordelen

'Waar een wil is om te veroordelen, zijn ook bewijzen,'
zoals het Chinese gezegde wil.
(Jung Chang, Wilde zwanen, blz. 416)

Verpleegsters

Ongestraft betutteld de zuster volwassen mensen op een toontje
dat buiten het ziekenhuis voor huisdieren en baby's is gereserveerd.
Soms zie je een verpleegster zelfs haar patiënt aaien.
Dat is dan een gevorderde zieke, die weet hoe hij zijn zaakjes aan moet pakken.
(Midas Dekkers, De koe en de kanarie, blz. 36, De zuster)

Verraad

'Het eerste verraad is onherstelbaar.
Het roept een kettingreactie op van meer verraad,
dat ons hoe langer hoe verder verwijdert van de plaats van het oorspronkelijke verraad.'
(Koos van Zomeren citeert Milan Kundera, De ondraaglijke lichtheid van het bestaan,
Een jaar in scherven, blz. 238/239, 16-09-1987)

Verslaving

'Misschien doet iedere verslaving dat wel,'
voeg ik eraan toe, 'heroïek verlenen aan de eenzaamheid.'
(Connie Palmen, I.M., blz. 70)

 

Verslaving is een vriendschap zonder vriend.
Je zoekt wat vlakbij is en voor het grijpen ligt.
Een sigaret is een houvast, een houvast dat opbrandt.
Het grootste voordeel van een pakje Marlboro is dat het je niet kan bedriegen,
je niet kan verlaten, dat het nooit zal ophouden van jou te houden,
dat het niet dood kan gaan.
(Connie Palmen, I.M., blz. 249)

 

Voor verslavingen moet je geen excuses zoeken, maar motieven.
Excuses zoek je om geen spijt en geen schuld te hoeven voelen,
maar een speurtocht naar jouw eigen motieven leidt je juist naar het hart van je schuld
en daar, op die rare plek waar het duister is van onbegrip, pijn en ontkenning,
daar ligt het enige terrein waar je de mogelijkheid geboden wordt om je schuld te veranderen in kennis.
Met kennis valt te leven, met schuld niet.
(Connie Palmen, De vriendschap, blz. 130)

 

Verslaving is een vriendschap zonder vriend.
(Connie Palmen, De vriendschap, blz. 294)

Verstand

Het verstand is een groot net met vierkante mazen.
Wij werpen het uit om het leven te vangen,
maar het leven is het water en glipt er doorheen,
en al wat we ophalen zijn cijfers.
Met die cijfers gaan we meten, en we meten alles.
En we zeggen: meten is weten, en we weten alles.
(Paul Biegel, Ik wou dat ik anders was)

 

Een te overwegend verstandelijk mens
heeft inzicht zonder besef.
(Victor E. van Vriesland, Vereenvoudigingen, blz. 21)

 

Er is maar één iemand van wie ik hou om z'n hersens en dat ben jij.
Misschien is verstand: intelligentie die voor wildgroei behoed wordt
door menselijkheid, relativering en fantasie.
(Nicolien Mizee, De porseleinkast, blz. 431)

Verstandig

Met verstandig bedoelen wij in de regel van iemand
dat hij al onze daden begrijpt en daarmee vergeeft.
(Stig Dagerman, Het verbrande kind, blz. 202)

Vertalen

Vertalen wordt pas lucratief als het makkelijk is,
maar het wordt pas leuk als het moeilijk is.
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz. 406, 1-3-1980)

 

Een heel boek perfect vertalen is altijd nog een mindere daad
dan het schrijven van één geslaagde dichtregel.
(Gerrit Komrij, De buitenkant, blz. 177)

Verveling

Verveling is goed, verveling drijft tot werken.
Je moet jezelf volstrekt geen afleiding toestaan.
Je moet je beschikbaar houden, je weet maar nooit wanneer het komt.
Doorgaan met niksen tot je eigen lamlendigheid je aanvliegt,
tot je jezelf in het gezicht zou willen brullen:
zijn we hiervoor op aarde, nee toch zeker?
(Koos van Zomeren, Een jaar in scherven, blz. 185, 26-07-1987)

 

Op zondag is de wijk nog meer uitgestorven dan door de week.
De verveling van de mannen is dan bij die van de vrouwen opgeteld.
(Wim Kayzer, Niet één aparte herinnering, in Goed gebundeld 1987, blz. 119)

 

Tegenwoordig geeft niemand toe, zich ook maar te kúnnen vervelen,
want iedereen wil voor een sociaal nuttig en dus bezig mens doorgaan.
Men is echter zo inconsequent om ongegeneerd het probleem van de vrijetijdsbesteding aan de orde te stellen.
(Louis Hoyack
, Gedachten en aphorismen, blz. 17)

 

Een van de grote rijkdommen van de oude liturgie van de rooms-katholieke kerk
was dat ze jonge kinderen overvloedig gelegenheid bood tot verveling.
Ik zou dat zelfs de pedagogische rijkdom van de liturgie willen noemen.
Een verstandige trek in de oude kerk was, dat ze zich aan kinderen niets gelegen liet liggen,
zwakke ogenblikken als kinder- of schoolmissen daargelaten.
(Kees Fens, Dat ben ik toevallig, blz. 28)

Verwaandheid

Sommigen weten zo verwaand te kijken dat het lijkt of ze compôte met een dakje schijten.
Ik hou niet van die aanstellers.
Ze hebben zichzelf op een sokkel geplaatst
en zijn die sokkel als een deel van hun natuurlijke zelf gaan beschouwen.
(Gerrit Komrij, Vreemd pakhuis, blz. 30)

Verwarming

- En hoe regel je de verwarming hier? -
- Nee, dat gaat niet. -
- Dus de verwarming kan niet lager? -
- Nee. Je kunt alleen het plafond hoger draaien. -
(Koot & Bie, Bescheurkalender)


Verzamelen

Als verzamelaar van curiosa neemt hij slechts datgene in zijn collectie op,
dat de harmonie ervan niet kan verstoren.
(Maksim Gorki, geciteerd door Koos van Zomeren,
Een jaar in scherven, blz. 135, 23-05-1987)

Toen hij Van Deyssel compleet had begon hij Harlekijntjes te verzamelen.
Toen hij Harlekijntjes compleet had richtte hij zich op oude uitgaven van Jules Verne.
Daarna kwam Pinokkio in the picture, later Simenon en nog later Agaate Gristie.
Aan elk verzamelen komt een eind als de kamers overvol zijn geraakt met boekenplanken
en als deze neerbuigen onder overbodige last.
Vanaf nu kwam hij weliswaar even vaak bij antiquariaten als voorheen,
maar zonder ooit meer iets te kopen.
Hij was gepensioneerd als verzamelaar.
(Hans Engberts, Winkeldagboek, 21-08-1986, blz. 37)

 

Wat zich in het hoofd van de ware verzamelaar afspeelt, wordt, denk ik, bepaald door twee sensaties:
de onduldbaarheid van de lege plek en de verzadigende contemplatie van het bezit.
Al het ander is daarvan afgeleid:
het mijmeren, het plannen smeden, het sparen, het overwegen van inbraak en diefstal,
de versnelde hartklop en ademhaling als de verzamelaar het woord compleet uitspreekt
en nog veel meer verschijnselen van die vruchteloze bezetenheid
die aan een collectie ten grondslag ligt.
(S. Montag, Overpeinzingen, blz. 54)

Verzekeringen

Die grote gebouwen, waarin de verzekeringen huizen,
hebben ze te danken aan de kleine lettertjes.
(Wim Kan, Soms denk ik wel eens bij mezelf..., blz. 36)

Verzet

In het huidige Nederland loopt verzet meestal uit op een verzetje.
(Wim Hazeu, Kentering, aangehaald in Gerd de Ley, Aforistisch bestek 1944-1974, blz. 123)

 

'Deze woorden,' sprak Pa Pinkelman,
'zijn bondig en geven uw bedoelingen op duidelijke wijze weer.
Gij zult echter wel niet verwachten dat ik mij zonder meer bij uw oogmerken zal neerleggen.
Ik geef u dan ook de verzekering
dat ik voornemens ben mij met alle kracht hiertegen te verzetten.
(Godfried Bomans, Werken III, blz. 199, honderd avonturen van tante Pollewop)

 

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen
(Remco Campert, Verzet (fragm.), in: Ooitgedicht, blz. 29)

 

Ik ben geboren met een innerlijk verzet tegen zowat alles in het leven.
Verzet op zich is ook goed, want als je niets doet, word je een aardappel.
(Renate Dorrestein, Amersfoortse Courant, 12-10-1994)

Videorecorder

…een videorecorder,
waarover de schrijver Harry Mulisch ooit zei dat je er iets op opneemt en daarna nooit meer kijkt,
omdat je onderbewustzijn denkt dat de recorder dat al voor je gedaan heeft.
(Jan Mulder, CaMu, Volkskrant, 27-05-1997)

Vierdaagse
Nijmegen -
De organisatie van de komende Vierdaagse in Nijmegen wordt ernstig bemoeilijkt
door de massale aanmelding van Wandelende Takken.
Per dag worden er meer dan 1000 van deze dieren
door hun eigenaars voor de wandeltocht ingeschreven.
'Dit wordt het einde van de Vierdaagse,' aldus bestuurslid Hietbrink.
'We hopen middels een kort geding een eind aan de stormloop van takken te maken.
We maken een redelijke kans het geding te winnen
aangezien Wandelende Takken beschouwd kunnen worden als professionals,
terwijl de Vierdaagse een specifiek amateuristische aangelegenheid is.'
De Vierdaagse zal nu misschien niet worden gehouden van 6 tot 10 juli.
(Hans Dorrestijn, Dorrestijns Pers Agenstschap, blz. 94)

Vijanden

'Ik zou zo denken,' schreef Huet eens treurig gestemd,
'dat onze lieve Heer mij heeft toegerust met een bijzonder talent
om mij vijanden te maken.'
Inderdaad verstond hij voortreffelijk 'the gentle art of making enemies'.
(Rob Nieuwenhuys, De wereld heeft twee aangezichten, blz. 125)

 

Het is vermoedelijk waar dat je inferieure vijanden
alleen met inferieure middelen doeltreffend kunt bestrijden.
(Frida Vogels, Dagboek 1958-1959, blz. 98)

 

Het is goed om vijanden te hebben.
Niet te veel, het aantal fronten moet beperkt blijven.
Niet te weinig, want je hebt je vijanden nodgi om vrienden te kunnen maken.
Vrienden hebben dezelfde vijanden als jij.
(A.L. Snijders, citeert uit 'De Pers', Vijf bijlen, blz. 239)

Vis

De vis is een dier, lezen we bij Buddingh',
dat enorm groeit tussen het ogenblik waarop het gevangen wordt
en het ogenblik waarop de visser het aan zijn vrienden beschrijft.
(Dr. Marc Galle, Voor wie haar soms geweld aandoet, deel 1, blz. 102)

Visioenen

Nee, bij mij is er niets gestoord,
want de ontvangst is heel duidelijk,
al zijn de visioenen en Gezichten
(een mens heeft zijn eigen televisie bij zich, even goed als het Koninkrijk Gods binnen in u is)
minder talrijk geworden,
waar weer tegenover staat,
dat de Stemmen in aantal en kracht zijn toegenomen.
(G.K. van het Reve, Nader tot u, blz. 22, Brief uit het verleden)

Visite

Bij mij thuis werd vroeger zulk bezoek aangeduid als 'visite'.
De dikke Van Dale definieert 'visite' als
'min of meer formeel bezoek van particuliere personen bij elkaar,
uit beleefdheid of als maatschappelijke conventie of tijdpassering.'
Hoe dan ook, mij kunnen 'formele bezoeken' gestolen worden.
Informele bezoeken trouwens ook.
Laat me toch met rust, ik wil geen bezoeken of visites of iets van dien aard.
Als ik contact wil met een medemens zet ik wel een cantate van Bach op.
(Maarten 't Hart, Dienstreizen van een thuisblijver, blz. 156)

Vissen (sterrenbeeld)

Welk net de nacht ons spant? Spreek zachter.
Daar vissen zelfs wij vissen achter.
(Kees Stip in: Herman Pleij, ea., Wat een taal, De dagen, blz. 30)

Vissen (WW)

Gedurende de hele geschiedenis van China
waren Chinese geleerden en mandarijnen altijd gaan vissen
als ze gedesillusioneerd waren over het gedrag van de keizer.
Vissen suggereerde een zich terugtrekken in de natuur,
een ontkomen aan de alledaagse politiek.
Het was een soort symbool voor ontgoocheling
en voor de weigering nog langer mee te werken.
(Jung Chang, Wilde zwanen, blz. 303)

Vlees

Toen hij wist wat voor vlees hij met haar in de kuip had,
besloot hij vegetariër te worden.
(J. van Breemen, Dietsche Warande & Befort, febr. 1969,
aangehaald in Gerd de Ley, Aforistisch bestek 1944-1974, blz. 109)

 

Bij opgravingen in Turkije heeft men de Ark van Noach gevonden
en in de Ark een kookboek aangetroffen.
Dat kookboek van Noach bleek vol te staan met recepten van dieren
die ons heden ten dage volstrekt onbekend zijn.
De archeologen hebben hieruit de conclusie getrokken
dat de dieren die de mensheid tegenwoordig nuttigt,
eigenlijk nergens naar smaken.
(Herman Finkers, Ich bin ein Almeloër, blz. 38, Uit programmaboekje: 'Het meisje van de slijterij')

 

Er is een telefoonnummer voor inlichtingen over de veiligheid van vlees.
Vlees is erg onveilig voor dieren die het hebben.
(Kees Stip, Geen punt, blz. 67)

Vliegen

Een chinees spreekwoord:
als er een vlieg op het voorhoofd van uw vriend zit,
verwijder die dan niet met een bijl.
(Dr. Marc Galle, Voor wie haar soms geweld aandoet, deel 2, blz. 153)

 

Vliegenvangers hingen boven alle tafels in kamers met weerhuisjes
en hangklokken die hele en halve uren sloegen
en indringend de tijd wegtikten met de botsende insekten tegen het raam.
Deze kant op, zei ik dan en zag walgend van genot hoe de stroopsliert met de dag zwarter werd.
Iedere zondag trok mijn moeder een verse kleefslinger uit de groene cocon
en wachtte ik gespannen op het eerste slachtoffer van onze moordlust.
Een dodenspiraal van schuld en zelfbevrediging.
(Bergman, De tijd te lijf, blz. 27)

Vliegeren

Een vlieger is kinderspeelgoed
dat in de eerste plaats door vaders op prijs wordt gesteld.
(Dr. Marc Galle, Voor wie haar soms geweld aandoet deel 1, blz. 185)

 

Een sensatie die nergens mee te vergelijken is.
Log en lomp, veroordeeld tot onwrikbaar aan de wereld kleven,
sta jij, verankerd in klei en leem,
het mogelijk te maken dat een fragiel en sierlijk object zich in de hemel boort.
Een deel van jezelf komt los van de grond, je voelt je ineens zorgeloos, onschuldig ook,
alsof je een echo hoort uit je kindertijd, toen het vuil van de wereld nog geen vat op je had.
(Renate Dorrestein, In: Ik herinner mij, blz. 47/48)

Vlinders

En over de stil-bloeiende hei fladderen, knippend en wiegend, dofbruine vlinders.
Er is niets opmerkelijk-schoons aan die vlinders
en toch zie ik ze graag en hun verschijnen ontroert me vagelijk,
om de herinnering uit vorige zomers.
Want als zij komen, - dat weet ik - dan is de herfst niet verre meer.
(Cyriel Buysse, 9 augustus 1913, Meulenhoffs dagkalender 1988, 9-8)

De vlinder verbaast den aandachtigen natuurliefhebber door haar fraaie kleurenpracht.
(Erik zei dezen zin twee keer, zoo mooi vond hij hem.)
Wij kunnen hen rekenen onder de zoogenaamde nuttige insecten,
maar de kinderen die zij krijgen - welke rupsen worden genoemd -
kunnen zeer schadelijk zijn.
De door geleding bewegelijke kop
(nu kwam er een lastige passage die Erik veel moeite gekost had)
draagt veelledige, draad- of borstelvormige, vaak ook knotsvormige,
voorts gezaagde of kamvormige sprieten,
grootte halfbolvormige, samengestelde of enkelvoudige oogen,
een kleine bovenkaak en een roltong, die de plaats van de onderkaken inneemt.
(Godfried Bomans, Werken I, blz. 299/300, Erik)

 

Met open vleugels
op een naald geprikt
zo blijft mijnl iefde
veelkleurig dood

(Thera Coppens, Opgezet (fragm.), De glazen kist, blz. 37)

 

Vanavond vloog een kleine vlinder mijn kamer binnen.
Als ik de lamp niet had uitgedaan, zou ze zich kapot hebben gevlogen tegen het licht.
Was het niet als de mensen die afvliegen op de schijn en daarvoor het ware leven vergeten?
(J.J. Voskuil, Bij nader inzien, blz. 37)

Vloeken

Gvd, Verwensing, later vloek,
waarmee men te kennen gaf dat de ander beter een straatje om kon:
'gaat vèr omme'. Verbasterd tot 'getverdemme'.
(Willem Hietbrink / Ronald Lagendijk, Kwispelen met taal, blz. 54)

 

Kerstgedachte
Als de boom in brand gaat, ja,
dan wordt God nog wel eens aangeroepen.
(Koot & Bie, Het groot bescheurboek, blz. 41, 1976)

 

zo heeft de bond tegen het vloeken ooit duizenden bus- en tramhaltes beplakt met de leus
GOD HOORT U
VLOEK NIET
In korte tijd hadden onverlaten overal met viltstift een W achter de U gekalkt,
waardoor de boodschap in zijn volmaakte tegendeel ging verkeren.
(Rob Vreeken, Schaal 6, Volkskrant, 21 juni 1997)

 

Ik heb hierdoor ook eens in het Hollands horen vloeken.
Het is bijna helemaal als vloeken in het Vlaams,
behalve dat zij meer Jezus vernoemen.
Wij zeggen: godnogaantoe. Zij zeggen: kristusgodnogaantoe.
Richard Minne zou zeggen: Ja, dat hebt ge met die calvinisten.
(Louis Paul Boon, 16 van Louis Paul Boon, blz. 16, Inleiden)

 

Een mens kan niet zonder vloeken.
Hoe moeten we anders een Lundia-kast in elkaar krijgen?
(Midas Dekkers, Gelders Dagblad, 16-02-1999)

 

'Het zogenaamde christelijk deel van christelijk Nederland heeft er geen bezwaar tegen dat kinderen kapotgaan,
als ze er maar niet bij vloeken.'
De mensen moesten eens weten hoe dankbaar ik soms ben, als een kind eindelijk vloekt.
Hoe vaak komt het niet voor dat een kind door zijn doffe ellende apathisch wordt, in een hoek blijft zitten.
Geen woord krijg je eruit. Met zo'n kind is niets te beginnen.
Een kind dat vloekt als noodkreet, doet dat om niet kapot te gaan
en ook omdat hem niet geleerd is zich op andere wijze emotioneel uit te drukken en te ontladen.
(Yvonne Keuls, De arrogantie van de macht, blz. 55)

 

'Vloek je nooit?'vroeg ik.
'Het is goed voor je, weet je,
met vloeken is het net als met puistjes.
Beter dat ze eruit komen, zuivert het morele systeem.
Bij de persoon die zichzelf in bedwang houdt
moeten massa's vreselijke vloeken in het bloed circuleren.
(W.N.P. Barbellion, Dagboek van een teleurgesteld man, 14-11-1914, blz. 167)

Voetbal

En ik bedacht voor de zoveelste maal:
erg leuk en boeiend om dat allemaal op de buis te zien,
maar op een voetbalveld kun je,
zeker bij dat soort wedstrijden,eigenlijk niet meer komen.
Het stomme gefluit en gejoel als iemand van de tegenpartij een bal op zijn keeper terugspeelt,
het stupide-honend gekrijs en gegil als de scheidsrechter dezelfde tegenpartij een vrije trap geeft,
de volslagen afwezigheid van ook maar de geringste objectieve norm
- ik zou er absoluut niet meer tegen kunnen.
Vroeger leefde je ook met je club mee,
maar als de tegenstander een mooi doelpunt maakte applaudisseerde je ook
en als je verloren had, zei je: "Jammer, erg jammer,maar zelfs een gelijkspel hadden we niet verdiend.
" Tegenwoordig speelt alles zich af in een benauwende sfeer van hysterie
- en niet alleen op de velden,
ook in verreweg de meeste kranteverslagen.
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz. 226 (ged.), 13-04-'78)

 

Vanmiddag naar DS'79-FC VVV:
in zeker vijftien jaar heb ik niet zulk goed voetbal gezien aan de Krommedijk.
(Uitslag 3-1.)
Het is onbegrijpelijk: jaar in, jaar uit is uit alle macht geprobeerd
om publiek naar FC Dordrecht te krijgen en de vijftienhonderd man werd zelden gehaald.
En nu, vanmiddag, tussen de negen- en tienduizend!
En je kan er ook nog op de tribune zitten zonder je voor je medemensen te schamen.
Wel enorme geestdrift, maar goddank nog geen hysterie.
Toen iemand 'Trap hem voor zijn kloten!' uitkrijste
nadat een VVV-speler even tevoren een inderdaad vrij pittige overtreding had begaan,
werd hij van vier, vijf kanten bestraffend toegesproken.
En zo hoort het ook.
Natuurlijk moet je hem wel voor zijn kloten trappen.
Maar dat dien je aan de spelers over te laten.
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz. 372, 18-11-1979)

 

Een christelijke voetbalclub
probeert altijd verder te bekeren.
(Wim Meyles, Spelen met woorden, blz. 104)

 

Voetbal is een spel voor twee keer elf mannetjes
in verschillende pakjes en eentje in het zwart
die 'hondenlul' genoemd wordt,
en helemaal aan het eind winnen de Duitsers.
(Gary Lineker, geciteerd door Gijsbert Spierenburg,
Volkskrant, 29-05-1997, Riedle had een droom, een mooie droom)

 

Mijn ouders hebben mij altijd voorgehouden dat alleen domme mensen hun geld aan voetbal verspilden
en dat het voor iemand van enige beschaving niet de moeite loonde te gaan kijken
hoe tweeëntwintig hijgende stakkers zich in het zweet draven achter een opgeblazen stukje leer.
'Net beesten,' zei mijn moeder, 'ze gebruiken alleen hun poten, verder niets.'
'Als ze het voor hun baas moesten doen, zouden ze zeggen we staken,' vond mijn vader.
Waarschijnlijk had hij gelijk.
Toch waren in die tijd de voetballers nog amateurs,
die hoogstens met een schemerlamp werden beloond voor hun moeite.
(W.F. Hermans, Boze brieven van Bijkaart, blz. 66)

Voeten

Ik tel tien tenen aan mijn voeten, gegroet, we zullen verder moeten.
(J.M.A. Biesheuvel,Logger, in: Robert Anker e.a., Nooitgedacht, blz. 48)

Te morgen komt uw stem mij groeten,
Ik tel vijf tenen aan uw voeten.
Gegroet, wij zullen verder moeten.
(Han G. Hoekstra, Ochtendgroet aan de liefste vreemde (fragm.),
Ons poëtisch Nederland, blz. 85)

Voetstappen

De
voetstappen
die ik achterlaat
zijn bezit
van de grond.

(Jan Arends, Lunchpauzegedichten, blz. 39 (fragm.))

Vogelaars

Voor de liefhebber is zo'n zeldzaamheid een verrukking.
Je kunt een nieuwe soort aankruisen in je vogelgids
en daarmee je eigen zeldzaamheid verhogen.
Maar denk eens aan die vogel zelf!
Voor hem betekent zeldzaamheid eenzaamheid.
Hij weet heus wel dat er méér zou moeten zijn.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 145, Woudaapje op gifbelt)

Vogelasiel

…we moeten hem naar het vogelasiel brengen…'
'Daar ben ik het niet mee eens,' verklaarde Titus gedecideerd.
'Dat hoeft ook niet,' zei ik.
'De natuur is bezig de sterkste en taaiste beesten te selecteren
en over het afval ontfermen wij ons dan om het op de been te houden.'
(Koos van Zomeren, Oom Adolf, blz. 44)

Vogels

Een stelletje kauwen vloog gezapig over het akkerland
dat schuin opliep naar de bosrand.
Mos hield van zwarte vogels.
Je kon nooit met zekerheid zeggen of het werkelijk vogels waren,
dan wel zich verplaatsende zwarte gaten.
(Koos van Zomeren, De bewoonde wereld, blz. 54, Uit: De witte prins)

 

Was ik maar een vogel.
Zo'n handjevol veren
met een lied eromheen.

(Johanna Kruit, Verliefd (fragm.), in: Ik voel me ozo heppie, blz. 10)

 

Klein vogeltje zwierezwaait hoog in de lucht,
Men hoort er zijn fluitertje schallen.
Een vleugeltje links en een vleugeltje rechts,
Om niet op zijn bekje te vallen.

(Simon Knepper, Mei, Heer, bewaar de kattemepper, blz. 44)

 

Een nieuwe soort. Een vogel kan sinds het mesozoïcum de aarde bewonen,
hij wordt telkens weer door iemand voor het eerst gezien en dan is hij nieuw.
(Koos van Zomeren, Een vederlichte wanhoop, blz. 28)

 

De moeilijkheid is dat vogels wel een gezicht hebben, maar bijna geen uitdrukking.
Ze lachen niet, ze huilen niet,
in geval van nood lijken ze op een sinistere manier afwezig.
Het starre van de snavel maakt ze tot stoïcijnen.
(Koos van Zomeren, Bijna duizend dagen werk, blz. 196)

Volkomenheid

Tout ce qui est parfait ne dure pas long temps.

Al wat volkomen is, is maar van korte duur.
(Pierre de Ronsard, Sonnets pour Hélène, livre II,XIV (fragm.),
vertaling Peter Verstegen, in Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren, blz. 128/129)

Volksmond

De volksmond moet je alleen citeren als het je van pas komt,
want de volksmond debiteert wel zo'n beetje het ergste oudewijvengeleuter dat er te bedenken valt.
En er is altijd wel een volledige cirkel mee te beschrijven
die iedere uitspraak onderling weer ontkracht,
waardoor de cirkel in het niets verdwijnt en er niets is gezegd.
(L.H. Wiener, Fallen leaves, 08-05-2001, blz. 262)

Volledigheid

Want de volledigheid. Of ook maar het streven daarnaar, is de vijand van het karakteristieke.
Wie aan alles recht wil laten wedervaren, zegt niets.
(C. Rijnsdorp, In drie etappen, blz. 50)

Volmaaktheid

Niemand maakt aanspraak op volmaaktheid,
maar toch wil men er niet op gewezen worden
op welk punt die volmaaktheid hapert.
(Multatuli, Liefdesbrieven, blz. 135, Brieven aan Everdine, 22 December 1845)

 

Volmaaktheid en werkelijkheid houden zich zelden of nooit bij elkaar op
en als ze het doen, dan is het niet voor lang.
Ze verwoesten elkaar.
(Connie Palmen, De vriendschap, blz. 235)

 

Welk mens leeft in volmaakte vrede met zichzelf?
Alleen de volmaakte zot.
De volmaaktheid is een volmaakte impotentie.
Als alles elkaar in evenwicht houdt, dan krijg je nul.
De afwijking is juist de stimulans.
(Bertus Aafjes, in José de Ceulaer te gast bij Nederlandse auteurs, blz. 7/8)

Volwassenheid

In sociale contacten 'verkeer ik op gelijke voet' met allerlei volwassen mensen,
en soms ook sla ik een toontje aan, ach, ik heb een heel air van mezelf.
Ik verbaas me daarover, want altijd als ik 's avonds in bed lig
ben ik weer de kleine jongen die dromerig met zijn hoofdkussen praat
en zijn tenen namen geeft.
Nooit zal ik echt in een van mijn volwassen daden geloven.
(Gerrit Komrij, De buitenkant, blz. 185)

 

Ik heb grote angst voor volwassenheid.
Ik zou ook niet weten wat men onder volwassen gedrag zou moeten verstaan.
Op de dag dat ik mij volwassen voel, zou ik me graag willen verhangen.
(Gerrit Komrij, De buitenkant, blz. 185)

 

'Kleding is een van de formules van de magie,' zegt hij daarover.
'Volwasenheid is natuurlijk geen gevoel, maar een code
en het dragen van de kostuums hoort bij die code.
Je legt een statement af. Je verklaart jezelf volwassen door dit soort kleren te dragen
en dan heeft het omgekeerd op jezelf ook die werking:
je gaat je er volwassener door gedragen. Dat is magie.'
(Ischa Meijer, geciteerd door Connie Palmen, in: I.M., blz. 276)

 

Je moet, zegt men, een keer volwassen worden.
En bedoelt dan, waarschijnlijk: heel serieus
over God, Staat en Vaderland meemummelen,
en nooit eens roepen: 'Krijg een dikke neus!'

(C. Buddingh', Zegt men (fragm), De eerste zestig, blz. 30)

 

Van al de angsten in het leven
was mijn angst voor de achttienjarige leeftijd het ergst.
Dan begon naar mijn voorstelling het volwassen-zijn.
Je had een meisje of een verloofde
en je moest zoveel geld verdienen, dat je voor jezelf kon zorgen
en ik wist niet, hoe dat laatste ooit klaar te zullen spelen.
(Ab Visser, De buurt, blz. 10)

 

Je kunt zeggen dat nu ik volwassen ben geworden
de wereld voor me wordt ontsloten,
maar wat moet ik ermee?
(Frida Vogels, Dagboek 1954-1957, blz. 191, 03-09-1956)

 

Volwassen worden is voornamelijk leren je niet te schamen voor je voorkeuren.
(Roanld Giphart, Mijn vrouw & andere stukken, blz. 62)

Voorbeelden

Een voorbeeld is mooi, zoolang het niet nagevolgd wordt.
(Jacob Israël de Haan, Besliste volzinnen, blz. 30)

Voorgevoelens

Een gevaarlijke eigenschap van voorgevoelens is dat ze nooit uitkomen.
(Bob den Uyl, Sommigen niet, Een zachte fluittoon, blz. 104)


Voorjaar

Het zou een voorjaarswarmte worden, warmte met behoud van frisheid.
De lucht was goudachtig tintelend
en een zichtbaar welbehagen was in alle mensen.
(Belcampo, Al zijn fantasieën, blz. 395, Avontuur in Amsterdam)


Vooroordelen

'Progressieven' zijn geen mensen die minder vooroordelen hebben dan 'reactionairen',
maar alleen andere.
(C. Buddingh', Een mooie tijd om later te worden, blz. 12, 17-04-1975)

Ieder oordeel voor het laatste oordeel is een vooroordeel.
(Freek de Jonge, Volkskrant, 22-11-2006)

 

De enige vooroordelen die we niet kunnen uitstaan zijn die van anderen.
(Gerrit Komrij, Een land om bij te huilen, voorwoord, blz. 9)

Voortekenen

Dat is tot nog toe altijd een gunstig voorteken geweest, maar wat zegt een voorteken?
Alleen in de natuurkunde herhalen dingen zich in een vaste volgorde.
In het menselijk verkeer kun je aan voortekenen geen claims ontlenen.
(Koos van Zomeren, Een jaar in scherven, blz. 102, 21-04-1987)

Vooruitgang

Vooruitgang is zowat het ergste wat er is:
je wordt ouder, je gaat dood...
en dat heb je allemaal te danken aan de vooruitgang.
Maar ik wil ook helemaal niet terug naar het verleden.
Toen was het ook al één en al vooruitgang.
(Gerrit Komrij, De buitenkant, blz. 186/187)

 

Er is in deze - althans in deze Westerse - wereld steeds meer te krijgen,
maar dan wel van steeds mindere kwaliteit.
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz. 348, 2-10-1979)

 

.. en aangezien de geijkte antwoorden niet voldoen
moet men naarstig op zoek naar nieuwe,
en het proces van het overboord gooien van het oude
terwijl men nog op geen stukken na weet wat ervoor in de plaats moet komen
is niet verheffend
(Virginia Woolf, Schrijversdagboek 1, blz. 27, 27 maart 1919)

 

Soms gaat vooruitgang zo snel
dat we niet alles wat mooi is en goed met ons mee kunnen dragen.
Daarom moeten we van tijd tot tijd even pauzeren
en achterom zien om de nagestuurde bagage in ontvangst te nemen.
(Kadé Bruin, Uitsmijters van scharreleieren, blz. 9)

 

Waar ooit het houtvuur de met bizons en rendieren beschilderde wanden verlichtte,
flakkert nu het schijnsel van de open haard over de reproductie van de aardappeleters van Van Gogh;
waar eens jachtverhalen werden verteld staat nu de televisie aan.
Voor de goden en demonen van weleer hebben we heden ten dage Hennie huisman en Ursul de Geer
Nee, maakt u zich maar geen illusies:
er is niet zoveel veranderd in de afgelopen twintigduizend jaar.
(Theo Schildkamp, het Londense rotsgebergte, Gelders Dagblad, 31-01-1997)

 

De Turken hadden een schoonheid die wij niet kenden;
wij zijn erin geslaagd hun onze lelijkheid te geven.
Onze betweterige beschavers noemen dat vooruitgang.
(Victor Hugo, Zelf gezien, blz. 99, Dingen van de dag 1846)

 

De kist stond in een zee van bloemen op het podium.
Vroeger gingen huisdieren en slaven mee het graf in, nu alleen nog maar snijbloemen
- wie zou durven beweren dat er geen vooruitgang is?
(Koos van zomeren, Explosie in mei, blz. 43)

 

Terwijl ik steeds beter weet dat de mens een ellendig soort is
en dat vooruitgang een ingebouwd evolutiemotortje is
dat het individu voor de gek houdt ten bate van de soort,
dat eerst apen tot aapmensen bracht, waarna de aapmensen de apen onderdrukten,
dat de aapmensen tot mensen bracht, waarna de mensen de aapmensen uitroeiden,
en zo verder, elke trap van mensen die vooruitgang willen en die daardoor een hoger stadium bereiken,
waarna de vorige trappen worden uitgemoord.
(Dick Hillenius, Eilanden bestaan niet, blz. 36)

 

Alle vooruitgang is plaatselijk.
En de afstand voorwaarts op punt A wordt ongedaan gemaakt door een beweging achteruit op punt B.
(J. Greshoff, Nachtschade, blz. 136)

 

Het begrip vooruitgang bezit alleen geldigheid op het gebied van de techniek.
De gaskamer betekent een grote technische vooruitgang op de brandstapel.
(J. Greshoff, Nachtschade, blz. 164)

 

Ik heb een hekel aan 'de vooruitgang' - het is een versleten excuus voor lelijkheid.
(Karel Glastra van Loon, De passievrucht, blz. 176)

 

Surfend op de kruin van de zoveelste vooruitgangsgolf,
zagen ze in de druppels die voor hun ogen dansten zonbeschenen torenflats schitteren,
en in het suizen van de wind en het knisperen van het schuim dat om hun oren vlokte
hoorden ze gefluit van bewondering en geritsel van bankbiljetten.
(Benno Barnard, Mijn papieren huis, in Op reis met.., blz. 9)

 

De vooruitgang kent geen genade.
(Bergman, Nagelaten werk, blz. 38)

 

Wie 'n vriend is van gelijkheid,
is 'n vijand van vooruitgang.
(Engelbert de Chateleux, Indrukken van den dag, blz. 181)

Voorzetsels

Voorzetsels, herinner ik mij,
toonden hoe mensen weg kunnen raken
- zij liepen uit de boerderij -
en hoe dicht ze kunnen naderen.

Ik ging het lesje maken,
zag kleinste woorden bits beslissen
over het gebruik van de ruimte
die er aanwezig is voor zien en missen.

(Ed Leeflang, Bezoek aan het vrachtschip, blz. 14)

Voorzienigheid

Gezegend de Voorzienigheid die iedereen zijn speelgoed heeft gegeven,
de pop aan het kind,
het kind aan de vrouw,
de vrouw aan de man,
en de man aan de duivel!
(Victor Hugo, Zelf gezien, blz. 8, 1 januari 1832)

Vragen

Een goede vraag
stelt elk antwoord
in haar schaduw

(Ischa Meijer, De interviewer, blz. 11)

Vrede

"En er zal vrede op aarde heersen," sprak hij,
"al moet ik daarvoor ook negenennegentig procent van de mensheid uitroeien."
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz. 258, 29-05-'78)

 

Vrede? Dat is de periode waarin het alleen bij de anderen oorlog is.
(Gaston Durnez, Dagboek van een verwonde(rde), blz. 46)

 

Vrede is de periode tussen twee oorlogen
waarin de veldslagen tot films worden verwerkt.
(Gaston Durnez, Dagboek van een verwonde(rde), blz. 47)

 

In het woord vrede zit het woord rede.
En dat is de reden waarom wij geen vrede vinden.
(Gaston Durnez, Dagboek van een verwonde(rde), blz. 52)

Zelfs de jury van de Nobelprijs voor de vrede maakt ruzie.
(Karel Jonckheere, Ook ik, zelfs gij, vooral wij)

 

'De militaristen verzwijgen de gruwelen van de oorlog,'
moet Karl Jaspers eens hebben gezegd,
'en de pacifisten verzwijgen de gruwelen van de vrede.'
Hoe vaak betekent vrede niet schijnorde, schijneenheid, schijngerechtigheid.
(W.A.C. Whitlau en H. van Praag, Het argument van Solimon, blz. 81)

 

Vrede is de voortzetting van de oorlog met andere middelen.
(Kees Stip, Geen punt, blz. 85)

 

We zijn allemaal voor de vrede. En we zijn allemaal tegen de oorlog. Maar nooit tegelijk.
(Freek de Jonge, HN, 07-05-1988)

Vrekkigheid

Ik heb een soort onderhuidse kleine vrekkigheid.
Ik probeer bijv. altijd mijn sigaretten aan te steken
met andermans lucifers.
(Frida Vogels, Dagboek 1958-1959, 25-05-1958, blz. 114)

Vriendelijkheid

En ofschoon vriendelijk-zijn zichzelf tot beloning is
en niet vergolden kan of behoeft te worden,
vertrouw ik niettemin dat gij mijn dankbetuigingen niet versmaden zult.
(Huet aan Potgieter, 31-12-1864, in De wereld heeft twee aangezichten, blz. 85)

Vrienden

Vrienden? Ik heb ze nooit gehad.
Eén keer deed iemand een poging.
Hij zei: 'even goede vrienden.'
En ik zei: 'Nou, héél even dan.'
(Youp van 't Hek, Makkelijk praten, blz. 121, uit Verlopen en verlaten)

 

Het zekerste teken dat vriendschappen ten einde lopen:
dat je het telefoonnummer op moet gaan zoeken.
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz. 411, 2-1-1982, (ged.))

 

Van je vrienden moet je bepaalde dingen nemen die je nooit van een ander nemen zou.
Maar ook: van een vreemde neem je dingen, die je nooit van een vriend zou kunnen of willen accepteren.
Vriend-zijn geeft rechten, maar schept nog meer verplichtingen.
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz.194, 10-03-1978)

 

Sommige van mijn beste vrienden zijn mensen.
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz. 339, 25-9-1978)

 

Als je vriend van honing is, lik hem dan niet helemaal op.
(Bertus Aafjes, Morgen bloeien de abrikozen, De saltimbanques, blz. 59)

 

Nu pas begreep ze dat vriendschap tot de luxeartikelen behoorde.
Die kan men zich pas veroorloven als de basisbehoeften
zoals eten, drinken en veiligheid bevredigd zijn.
(Lulu Wang, Het Lelietheater, Een jeugd in China, blz. 202)

 

"Vrienden kwijtgeraakt? Nee, die ben ik niet kwijtgeraakt,
want dat bleken dus geen vrienden te zijn"
(Cor Baan (Pres.dir. DAF),
"Wij hebben nog nooit gejuicht, hoor", MT, 15-12-1997, blz. 74)

 

Al mijn vrienden staan achter mij. Reden waarom ik ze niet zie.
(Karel Jonckheere, Filter uw dag, blz. 98)

 

Vriend is wie je tijdens je leven zegt wat anderen na je dood vertellen.
(Karel Jonckheere, Filter uw dag, blz.104)

 

Wie prat gaat op het aantal zijner vrienden bewijst daarmee dat hij niet weet wat vriendschap is.
(J. Greshoff, Nachtschade, blz. 141)

Het verschil tussen vriendschap en liefde is dat vriendschap afwezigheid verdraagt..
(Arthur Japin, De zwarte met het witte hart, blz. 272)

 

Vriendschap kent nauwelijks een zakelijk rendement.
Hier is sprake van wederzijdse genegenheid die tegen een stootje kan.
(J.W. Holsbergen, Een bakkersdozijn, blz. 24)

 

Een goede vriend heeft een slecht geheugen.
(Saskia van der Valk, kort nat, in: Mooi meegenomen '98, blz. 120)

 

Een vriend is iemand, die ons op het hart trapt
en van wie men dan zegt,
dat hij zulke zachte voeten heeft.
(Jacob Israël de Haan, Besliste volzinnen, blz. 11)

 

Een vriend is iemand, die niet bestaat en dien men volkomen vertrouwt.
(Jacob Israël de Haan, Besliste volzinnen, blz. 24)

 

Vriendschap is uitmuntende onzin, die niet bestaat.
(Jacob Israël de Haan, Besliste volzinnen, blz. 25)

 

Men zoekt zijn vrienden allerwegen
en landt op vele plaatsen aan,
maar vriendschap komt men zelden tegen,
dat heb ik wel voorgoed verstaan.

(J. van Delden, Rondeel, fram., Wisselend bewolkt, blz. 28)

 

Hij beweerde altijd dat hij niet in vriendschap geloofde.
Vriendschap was een tijdelijk verschijnsel volgens hem,
hij vergeleek het met de wind.
Soms begint het ineens te waaien en dan houdt het ineens weer op.
(Janwillem van de Wetering, De dood van een marktkoopman, blz. 40)

 

Je kunt honderden theorieën op vriendschap loslaten,
je kunt de chemie van wederzijds vertrouwen
proberen te vangen in woorden
of je kunt er een essay over schrijven,
maar uiteindelijk is het eenvoudig.
Bij een vriend laat je scheten.
Zet dat maar op een tegeltje.
(Nico Dijkshoorn, Verder alles goed, blz. 8)

 

Vriendschap was een ondoorgrondelijk systeem,
waarin doseren een belangrijk principe was.
(Rudy Dek, Vrijdagmoorden, blz. 32)

 

Ik had geen enkele werkelijke vriend en het verbaasde mij, dat dit besef,
in plaats van mij met bitterheid te vervullen,
mij eensklaps zulk een wonderlijk gevoel van bevrijding gaf.
(A.H. Nijhoff, Twee meisjes en ik, blz. 16)

 

Ik denk dat vriendschap meer is gebaseerd op gedeelde ervaringen dan op sympathie of aantrekkingskracht.
(Bert Wagendorp, Ventoux, blz. 24)

 

Vriendschap

Ik heb iets uitgevonden
waardoor vriendschap niet kan vergaan
ik zeg gewoon wat jij moet doen
en daar houd je je aan!

(Shel Silverstein, Lees maar lang en wees gelukkig, blz. 323)

 

Vriendschappen rijpen, net als kaas of wijn.
Je leert echt van elkaar te genieten.
Als je jong bent zitten egoïsme en narcisme in de weg.
Wat op latere leeftijd ook speelt:
met sommige mensen heb je samen zo'n lange weg afgelegd
dat die band niet meer valt door te knippen.
(Kristien Hemmerechts, De dood heeft mij een aanzoek gedaan, blz. 91)

 

De ergsten zijn zij die mij 'vriend' noemen.
(Alfred Birney, Niemand bleef, bz. 11)

 

Ik begreep dat vriendschap een verfijnde vorm van vijandschap is.
Je draait om elkaar heen tot je kunt toeslaan.
Hoe beter je aan elkaar gewaagd bent
des te nauwkeuriger verzamel je gegevens
en met des te meer zorgvuldigheid kies je het ogenblik.
(J.J. Voskuil, Binnen de huid, blz. 71)

Vrijdag

Een vrijdag de dertiende kan voorbijgaan als iedere andere dag,
maar als er van alles bijkomt en het een dag van gebeurtenissen wordt,
is het toch alsof de naam en het getal een geheim verbond hebben
en het alleen aan je eigen verwaandheid te wijten is
als je de vingerwijzingen van het lot in de wind durft te slaan.
(Connie Palmen, De wetten, blz. 9)

Vrijgezellen

Ik was vrijgezel,
maar daarom was ik in Rijssen toch niet geheel en al vrij van gezelligheid.
(Belcampo, Al zijn fantasieën, blz. 174, Het grote gebeuren)

Vrijheid

Men is niet alleen vrij wanneer men alles mag wat men wil,
maar ook: wanneer men alleen wil wat men mag.
Vandaar dat zoveel mensen zich vrij voelen:
zij hebben de vrijheid nooit gewild.
(Hugo Samkalden, Criterium, sept. 1946,
aangehaald in Gerd de Ley, Aforistisch bestek 1944-1974, blz. 138)

 

Geen enkele vrijheid is absoluut.
Elke vrijheid kent haar beperkingen
als vrijheden van derden in gevaar worden gebracht.
Tegenover de vrijheid van demonstratie staat de vrijheid van minderheden
om in dit land zonder angst te mogen leven.
Bij de introductie van de demonstratievrijheid in de jaren zestig
is 'intimidatie van minderheidsgroepen' van meet af aan
als een uitzonderingsgrond op het algemene vrijheidsbeginsel genoemd.
(dr. Veenbrand (Pseud.?), Burgemeesters in oorlogstijd, PvdA-vlugschrift 40, 30 maart 1996)

 

V.S. Naipaul - Een huis voor meneer Biswas.
Meneer Biswas heeft eindelijk een vrije dag,
hij kan doen en laten wat hij wil.
Toen hij vermoeid raakte begon hij naar het einde van de dag te verlangen,
om van zijn vrijheid verlost te worden.
(Koos van Zomeren, Een jaar in scherven, blz. 145, 02-06-1987)

 

Die actie (Bloed aan de paal) heeft mij niet verbitterd,
maar wel het idee gegeven dat mensen met vrijheid nauwelijks raad weten
en dus vaak hunkeren naar een, zo luxe mogelijke, gevangenis.
(Freek de Jonge, Iets rijmt op Niets, Een woord achteraf, blz. 324)

 

In een vrije staat moeten ook de tongen vrij zijn.
(Erasmus, Geciteerd door A. v.d. Glind, Erasmus, Europeaan, humanist, christen, blz. 17)

 

Wijs mij een waarlijk vrij mens.
Iedereen is thans verplicht een vak te leren
en wat betekent een vak vriend,
een systeem van dwanggedachten
met een bijpassend systeem van dwanghandelingen,
dat is een vak.
Dat wij slaven hielden op onze plantages,
als kinderen aan huis, dat mocht niet meer,
dat was onmenselijk,
maar dat de mensen hun vrije gedachtenspel slaan in boeien van een vak,
dat mag, dat moet.
(Belcampo, Al zijn fantasieën, blz. 198, Het museum)

 

Het enige geluk dat op deze wereld gevonden kan worden is geluk in slavernij.
Geluk in vrijheid bestaat niet. Vrijheid is niets.
Een van de meest dolle begrippen die de ronde doen.
Alle ideologieën waarin vrijheid als een soort concreet goed wordt voorgesteld,
nou, dat is nonsens voor mij.
(W.F. Hermans, geïnterviewd door Ischa Meijer, in: De interviewer, blz. 57)

 

De enige vorm van betrekkelijke vrijheid welke wij bereiken kunnen is de eenzaamheid.
(J. Greshoff, Nachtschade, blz. 133)

 

Vrijheid is de meeste mensen nu eenmaal een last & een verschrikking.
Misschien verdient de mens niet beter,
dan in hongerkampen doodgemarteld te worden.
(Gerard Reve, Brieven aan Josine M., 26-02-1970, blz. 253/254)

Vroeger

Allemaal goed-en-wel, maar dat het vroeger zo heel erg beroerd was,
is nog geen reden om tegenwoordig maar genoegen te nemen
met de middelmatige beroerdheden...
(Theo Thijssen, Schoolland, blz. 46)

Vroomheid

Christenen, Joden, Parsen, Moslemin,
zij dolen allen; voor wie toe wil zien,
vervalt de gansche menschheid slechts in tweeën,
twee soorten enkel worden er ontdekt:
intelligente menschen zonder vroomheid
en vrome mensen zonder intellect.

(J.H. Leopold, in: Voor de bijl, blz. 126)

Vrouwen

Vrouwen bezitten, naar bekend, een mysterieus vermogen om
uren, dagen, maanden, jaren te converseren over Hoegenaamd Niets.
Geen onderwerp zo gering
- neven, nichten, wasmiddelen, het huwelijk, sojabonen, en breipatronen -
of ze storten er zich op met een verbale rijkdom, die aan het verbazingwekkende grenst.
(Gerrit Komrij, Heremijntijd)

 

Het laatst werd de vrouw geschapen, toen gaf de Heer het op.
(Julien de Valckenaere, Zonneburg,
aangehaald in Gerd de Ley, Aforistisch bestek 1944-1974, blz. 50)

 

Vrouwen geen karakter! riep Heinrich Heine uit.
Ze hebben veel te veel karakter.
Ze hebben ieder ogenblik een ander karakter.
(Bertus Aafjes, De Italiaanse postkoets, blz. 78, Italiaane vrouw: uitgesproken karakter)

 

Want wonderbaarlijk is de vrouw
en men kan dit grootste geheim, dat God geschapen heeft,
niet beter doorgronden dan door al hare uitingen in tegenovergestelden zin uit te leggen.
(Godfried Bomans, Werken 1, Memoires of gedenkschriften van Mr. P. Bas, blz. 105)

 

Intelligentie bij een mooie vrouw is een toegift, waarop je niet rekent.
Ook werkt het verstand anders dan bij ons,
het is allemaal flitsende intuïtie
en de begrippen, voor zover uitgesproken,
zijn nog vochtig van het voelen en niet vooraf uitgebeend, zoals bij ons.
(Godfried Bomans, Werken I, blz. 739, Dagboek 1957, Donderdag 21 maart)

 

Er zijn veel mooie vrouwen op deze wereld.
Dat komt door God.
De mooie vrouwen worden lelijke vrouwen,
en dat komt door de duivel.
(Arnon Grunberg, De heilige Antonio, blz. 8)

 

Ik hield mij wijsneuzig vast aan de wijsheid,
die de vrouwen beschrijft als wezens met lange haren en korte gedachten.
(Marnix Gijsen, Klaaglied om Agnes, blz. 11)

 

Soms merk ik dat bij een vrouw de delen meer zijn dan het geheel.
(Albert Helman in: Ik herinner mij, blz. 73)

 

Volgt dan daarna een lang en boeiend verhaal over die zuster,
die reeds van in haar kinderjaren aanleg had om heks te worden.
Ge hebt dat, van die kleine meisjes die zich al aan het oefenen zijn,
om in het latere leven iedereen het bestaan onmogelijk te maken …
(Louis Paul Boon, Boontjes 1966, 6/6, blz. 54)

 

Vrouwen huilen vaker dan mannen,
maar hun tranen hebben minder zoutgehalte.
(Victor E. van Vriesland, Vereenvoudigingen, blz. 11)

 

Sedert ik uit een vrouw te voorschijn ben getrokken,
leef ik met het vrouwensoort op voet van liefdevol gekoesterde onmachtige haat.
(Jeroen Brouwers, De zondvloed)

 

Vrouwen zijn net paddestoelen. Als je een verkeerde treft ben je mooi kasje zes.
(Kronkel, Parool, 15-03-1968)

 

Vrouwen zijn zonder rede toegeruste halfdieren,
handelend volgens instinct,
'biologische klok' genoemd,
dat hun ingeeft dat ze tenminste één kind moeten baren
of ze voelen zich niet 'vervolledigd'.
(Jeroen Brouwers, Datumloze dagen, blz. 17)

 

Ik heb in mijn leven heel wat vrouwen gehad,
of zij mij, daar ben ik nog steeds niet uit,
want de strijd tussen man en vrouw blijft menigmaal onbeslist
en eindigt soms zelfs in liefde.
Meestal niet.
Meestal is het een kat-en-muisspel, waarbij de rollen niet vastliggen,
of op willekeurige momenten kunnen omkeren.
In sommige verhoudingen vormt dit zelfs het overlevingsmechanisme.
(L.H. Wiener, Eindelijk volstrekt alleen, blz. 50)

 

de vrouwtjes zijn bij padden veel forser dan de mannetjes,
net als bij roofvogels en bij spinnen.
Bij mensen is het alleen de mond.
(L.H. Wiener, Shanghai massage, blz. 163)

 

Feitelijk is elke poging vrouwen te begrijpen stompzinnig.
Iemand of iets volkomen begrijpen maakt oninteressant. Saai.
Wie houdt van oninteressante vrouwen?
(Alfred Birney, Niemand bleef. Dagboek van Meneer B. 2005-2011, blz. 107, 27-07-2006)

Vuur

Gisteren iemand op bezoek. We zijn bij het haardvuur gaan zitten.
Ik heb te veel gezegd. Dat kwam door het vuur.
Soms noodt vuur tot praten.
Er zijn ook momenten waarop het tot zwijgen aanspoort,
maar het beïnvloedt je altijd.
Ik heb dingen gezegd die ik voor me had moeten houden.
(Julien Green, Journal 1946-1976, in Meulenhoffs dagkalender 1988, 15-1)

'Als het eet dan leeft het',
zei Wahieb met een geheimzinnige glimlach.
'En als het drinkt dan sterft het'.
En hij wees naar het vuur.
(Bertus Aafjes, Morgen bloeien de abrikozen, De charmeur der slangen, blz. 163)

Vuurtorens

Het heeft wel iets, een dorp met een vuurtoren.
Waar de kerk het licht ontsteekt in de duistere doolhof van de ziel,
daar bindt de vuurtoren de strijd aan met de inktzwarte buitenwereld.
(Gerrit Jan Zwier, Mijn wadden, blz. 26)

Vuurwerk

Overal dreunt alweer het vuurwerk, maar laat ik proberen mij niet te ergeren
aan die groepjes achterlijke puistenkoppen die knallend door de stad trekken.
Tegen die stompzinnigheid is geen kruid gewassen.
(Kees Klok, Een zootje omgeregeld. Literair dagboek 1975-1979, blz. 222, 27-12-1978)

 

Ik hoorde even vuurwerk afgaan,
maar het kunnen ook pistoolschoten zijn geweest.
In Brazilië is het gewoonte om tijdens vuurwerk afrekeningen te vereffenen.
(Alfred Birney, Niemand bleef. Dagboek van Meneer B. 2005-2011, blz. 279, 21-06-2008)

Vulpennen

Hoe verfijnder de techniek, hoe slechter - in bepaalde opzichten dan - het produkt.
In mijn HBS-jaren (en daarna) schreef ik met een Pelikan-vulpen:
in vijftien jaar heb ik er misschien twee gehad:
ze lekten niet, ze weigerden niet, maar schreven.
De afgelopen tien jaar heb ik me misschien wel zes of zeven vulpennen aangeschaft:
dan weer zaten je vingers onder de inkt, dan weer weigerde de pen totaal te schrijven,
dan weer had je andere, maar niet minder irritante trubbel.
En ik kan er soms van dromen: een vulpen die lekker in je hand ligt,
een beetje forse letter schrijft, die je gewoon uit een flesje inkt bijvult,
en die het nog doet ook.
(C. Buddingh', Dagboeknotities 1977-1985, blz. 130, 17-01-1978)

Terug naar de eerste pagina /homepage
Citaten zoeken op trefwoord
Overzicht van trefwoorden
Citaten zoeken op auteur
Overzicht van auteurs
Overzicht van bibliografieën
Andere interessante internet-bladzijden


 

Vanaf 17-10-1998

 


 

©2020 Mats Beek, Veenendaal

Schrijf Webmaster