Staf Weyts
Profiel
Achternaam: Weyts
Roepnaam: Staf
Voornamen: Gustaaf
Geboren: 15-04-1909
Te: Mechelen
Overleden: 12-01-1985
Te:Brugge
Pseudoniem(en): Mvoor zover mij bekend heeft Staf Weys niet onder pseudoniem gepubliceerd.
| Voor tweedehands boeken | Ook van Staf Weyts |
| Raban Internet Antiquariaat | Klik hier ! |
Werk
Poëzie
- Gedichten (1930)
- Bij valavond (1977)
Proza
- De donkere weg (1931)
- Colletje en Belleke (1935)
- Met Hélène op de boot (1937)
- Niets dan een droom (1941)
- Ik heet Livine (1942)
- De laatste der Volders (1943)
- Sneeuw en zonde (1946)
- Langs de boord der rivier (1950)
- Ontmoeting met Denise (1954)
- Ja, Monseigneur (1962)
- Gevangene van Hedwige (1963)
- Het begon in oktober (1973)
- Bloemen voor Frau Herzog (1976)
Voor kinderen:
- De geheimzinnige hand (1947)
- Anna-Marietje (1947)
- De gestolen kroon (verhalen) (1953)
- Wispel en Kwispel (1957)
- Kwib en Kwab (1958)
- Gebed om verzoening (1960)
- Als de Vesuvius barst (1960)
- De koning en zijn dienstknecht (1972)
Toneel
- Wispel en Kwispel. Toneelstuk in drie bedrijven en zeven taferelen (1958)
Hoorspelen
- Vals alarm (NIR, 1955)
- Niets dan een droom (NIR, 1969)
Vertalingen
vertaald:
- Helene op de boot werd in 't Duits vertaald.
- Sneeuw en Zonde werd in het Fins en Zweeds vertaald.
- De geheimnisvolr Hand (Duitse vertaling van 'De geheimzinnige hand' door Georg. Hermanovski) (1950)
Bloemlezingen
Tijdschriften
- Staf Weyts publiceerde in 'Dietsche Warande en Belfort', 'Volk', 'Vormen', 'De Vrouw', 'Periscoop', 'Band', 'Vlaanderen'.
- Begin jaren vijftig was hij mede-oprichter en een tijdlang secretaris van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond en het tijdschrift 'West-Vlaanderen'.
Literaire prijzen
- Debuutprijs 1931 van de provincie Antwerpen voor 'Gedichten'
- Driejaarlijkse Prijs voor het jeugdboek van de provincie Antwerpen 1962 voor 'Gebed om verzoening'
Biografische opmerkingen
- Staf Weyts was een zoon van Karel Weyts (hoefsmid) en Maria Theresia Kennis.
- Hij deed Humaniora studies aan het Sint Romboutscollege te Mechelen.
- Staf Weyts was vanaf 1933 ambtenaar bij het departement van Economische Zaken en vanaf 1952 bij het Ministerie van Volksgezondheid.
- Staf Weyts woonde sinds 1944 in Sint-Kruis (bij Brugge).
- Hij was getrouwd met Louise Van der Poel. Ze kregen vijf kinderen. Hun zoon Johan was senator voor de CVP.
Anderen over Staf Weyts
- De novelle van Staf Weyts is talentvol en met veel toeleg
geschreven. In een verzorgden en verdienstelijken, betrekkelijk
armen, nogal zwaren stijl (zie b.v. blz. 108-109); in een weinig
correcte taal (onophoudend voor onophoudelijk, blz. 49 - rechtzinnigheid
voor oprechtheid, ibidem - ontspringen (zonder voorwerp), blz.
98 - gelukken voor slagen, blz. 102 - aan wat? voor waaraan,
blz. 116... enz.). Het onderwerp zelf - een heroplevende liefde
- hoort, van a tot z, bij de sexueele erotiek thuis; bezwaarlijk
kan het, in onzen tijd, oorspronkelijk genoemd worden, en wij
vinden het hier, zonder diepte of breedte, banaal behandeld.
Dat een katholiek auteur zulk een kunst-om-de-kunst-werkje schrijft, waarbij godsdienstige overtuiging, zelfs levensernst totaal ontbreken: daar kunnen we moeilijk bij. Neen, slecht of gevaarlijk is het boekje daarom niet; op blz. 38-39 (en elders) staan toch, voor jongere lezers, een paar woorden te veel! (Em. Janssen S.J., over 'Met Hélène op de boot' in 'Streven', 1937/1938) - Ogenschijnlijk heeft hij in onze hedendaagse literatuur nauwelijks een rol gespeeld. Hij hield zich steeds buiten alle bekgevechten en stond boven alle strekkingen en stromingen. Hij trad uiterst zelden op de voorgrond en zelfs zijn bekroningen kregen bijna geen ruchtbaarheid. Intussen heeft hij echter een merkwaardige plaats veroverd in het hart van een groot lezerspubliek dat hem een dankbare genegenheid toedraagt om al het goede en het schone dat hij zijn volk heeft gegeven. (Remi van de Moortel, Vlaanderen, 1969)
Mijn favoriete citaat
Alle vijf werkten ze mee op 't land, behalve de jongste, Hilda. Die was in de normaalschool, ergens bij de zusterkens. Als die onder de vakantie thuis kwam lachten d'anderen met haar omdat haar handen averechts stonden. Ze kon zelfs den grond niet opdrogen, en als ze 'n borstel vastnam, stonden er blazen op haar handen. Eigenlijk zou ze dat toch later niet moeten doen, want ze werd meesteres en kon er dan een meid op nahouden. En als haar man dan ook geld verdiende, en ze kochten geen kinderen, dan werden ze rijk. Geen een van de vier ander zou dat ooit worden. Ze konden hier hun leven lang op 't veld wroeten, in weer en wind, en hoeveel was daar dan nog aan gewonnen? (Staf Weyts, Het Droevige einde, Dietsche Warande en Belfortm 1933)
Bronnen o.a.
- Lexicon van Westvlaamse schrijvers, deel 1 (1984)
- Website van de Koninklijke Bibliotheek (juni 2026)
